Buiten openingstijden 030 – 202 70 70
Dierenkliniek Leusden 033 – 494 44 88
  • Bel ons033 – 494 44 88
  • Buiten openingstijden030 – 202 70 70

Info

Info

  • Uw kat is allergisch
  • Pijnstillers en artrose
  • Blaasontsteking bij de kat
  • Castratie van de kater
  • Castratie van de poes
  • De drachtige poes
  • Wanneer moet u met uw kat naar de dierenarts?
  • Uw kat en de dierenarts – nut en noodzaak
  • Eosinofiel granuloom
  • Euthanasie
  • Gebitsproblemen bij de kat
  • Het gebit van uw kat
  • Het poetsen van het gebit van uw kat
  • Het wisselen van het gebit van uw kat
  • Huid en allergie
  • Een nieuw kitten
  • Nuttige links en adressen
  • Uw kat veilig onder narcose
  • Oormijt bij de kat
  • De oudere kat
  • Aandachtspunten bij de oudere kat
  • Plassen buiten de bak
  • Schildklierproblemen bij de kat
  • Teken
  • Vaccineren op maat
  • Vervoer van uw kat
  • De juiste voeding voor uw kat
  • Vlooien
  • Voortplanting en dracht bij de kat
  • Wormen

Uw kat is allergisch

Uw kat is allergisch

Hoewel jeuk vaak de hoofdklacht is bij allergie komen katten eigenaren maar zelden met deze klacht bij ons. Dit komt doordat katten jeuk anders uiten dan bijvoorbeeld honden (die duidelijk krabben). Een kat dit jeuk heeft gaat zich intensiever wassen en dat valt minder op. Tot er kale plekken ontstaan. Dan is dan vaak de reden voor een bezoek aan de dierenarts, niet de jeuk. Vaak is de eigenaar dan nog niet altijd te overtuigen van het feit dat de kat het zichzelf aan doet. Wij kunnen dit aantonen door onder de microscoop de afgebroken haren te laten zien. Afgebroken door likken of bijten.

Sommige dieren vertonen alleen een heel dunbehaarde of keurig kaal gelikte huid. Vaak aan de buikzijde of aan de binnen- en achterkant van de achterpoten. De huid is vaak niet eens rood.

Maar soms zijn er wel uitgebreide plekken te zien waar het bloed zelfs doorheen komt en waar een korst van ontstekingsmateriaal op ligt. Hier krabt de kat intensief aan. De gebruikelijke locaties zijn: wangen, hals en kop.

Hoe gaan wij te werk?

Allereerst worden gekeken naar parasieten. Katten met bijvoorbeeld oormijt kunnen de huid van de kop rond het oor helemaal kapot krabben omdat oormijten enorm jeuk veroorzaken. Dit is snel en eenvoudig te behandelen.

Vervolgens zal de dierenarts op vlooien controleren. Een kat kan veel vlooien hebben zonder klachten van de huid te hebben. Hier volstaat een goede vlo bestrijding. Wanneer katten zichzelf echter kaal of kapot likken en krabben en er worden vlooien aangetroffen, dan gaan we uit van een allergische reactie op vlooien beten. Hiervoor kan slechts één vlo al verantwoordelijk zijn. Ook nu is een goede vlo bestrijding de oplossing maar deze dient nog consequenter en het hele jaar rond te worden toegepast. Vaak zijn aanvullende jeuk- en ontstekingsremmende medicijnen nodig om de huid weer tot rust te brengen

Wanneer er geen parasieten worden aangetoond is een allergie als reden voor de jeuk meer waarschijnlijk geworden. Helaas geeft een huid- en of bloed test bij de kat geen betrouwbaar resultaat voor de behandeling van allergie. Het enige dat we nu nog moeten uitsluiten is dan ook een allergie voor (een onderdeel van) het voedsel. Daarvoor worden meestal commerciële diëten ingezet. Nog beter is het om deze test te doen met zelf bereid voedsel. Er kan dan struisvogel of geitenvlees gegeven worden. Deze test periode dient voldoende lang te zijn en soms zijn meerdere commerciële diëten nodig om de allergie voor voedsel echt uit te sluiten. Wanneer de jeuk verdwijnt, weer terugkomt op het oude dieet en weer verdwijnt op het testdieet, pas dan is de diagnose zeker gesteld. Vervolgens zal er gezocht moeten worden naar een voeding waar de kat wel tegen kan.

Wanneer ook dit geen duidelijk oorzaak oplevert rest ons niets anders dan een behandeling met medicijnen in te zetten. Hiervoor zijn er verschillende opties die met u zullen worden besproken.

Pijnstillers en artrose

Pijnstillers en artrose

Met name bij artrose – slijtage van de gewrichten – worden pijnstillers langdurig voor geschreven, ook bij katten. Het onder controle brengen van de pijn, die met deze aandoening gepaard gaat, is van groot belang voor het welzijn van uw kat. Uit onderzoek is gebleken dan veel katten veel baat hebben bij deze medicijnen.  Dit uit zich onder meer in een betere mobiliteit, minder pijn, toegenomen eetlust en een verbeterde kwaliteit van leven.

Artrose bij de kat

Artrose komt veel meer voor bij katten dan we vroeger voor mogelijk hielden. Het werd echter slecht onderkend omdat katten meesters zijn in het verbergen van hun pijn. Meer dan 60% van de katten boven de tien jaar heeft er last van! Kijk eens op deze artrose test.

Hoe uit de kat dat hij of zij pijn heeft?

  • Verminderde activiteit – uw kat slaapt meer, loopt minder rond in huis, speelt of jaagt minder.
  • Verminderde bewegelijkheid – minder (hoog) willen springen, springen via etages (via de stoel naar de vensterbank of aanrecht i.p.v. rechtstreeks in een sprong), moeite met het bereiken van de kattenbak (daardoor ‘ongelukjes’ in huis) stijfheid, soms duidelijk kreupel.
  • Minder poets en verzorgingsgedrag – korter poetsen, minder mooie vacht conditie, lange nagels.
  • Verandering van temperament – wil minder contact met mensen of andere huisdieren, isoleert zich eerder.
  • Andere klachten – minder eetlust, sneller grommen en miauwen m.n. bij oppakken, liever niet opgepakt willen worden.

Wanneer u een of meerdere van deze waarnemingen bij uw kat doet is het verstandig hierover contact op te nemen met uw dierenarts.

Zijn pijnstillers, bij langdurig gebruik, wel veilig voor uw kat?

Pijnstillers spelen een centrale rol in de therapie bij veel aandoeningen van vele katten, maar omdat katten erg verschillen van anderen dieren (en de mens) mag u alleen pijnstillers gebruiken die speciaal door uw dierenarts voor uw kat zijn voorgeschreven. Veel humane medicatie (denk aan paracetamol, ibuprofen e.d.) kunnen erg gevaarlijk (zelfs levensbedreigend) zijn voor uw kat.

Net als bij andere medicijnen kunnen ook pijnstillers bijwerkingen hebben. Sommige patiënten kunnen daarbij meer risico lopen dan anderen b.v. oudere katten, of katten die ook een andere ziekte hebben (denk aan nier of lever). Uw dierenarts zal u dan adviseren deze katten extra goed en vaker te laten controleren (o.a. door middel van een klein bloed- en urine onderzoek). Daarnaast zal de therapie op maat voorgeschreven worden zodat de laagst mogelijke, maar wel effectieve dosering wordt gebruikt.

Op welke bijwerkingen moet u letten?

Pijnstillers die voor langdurig gebruik voor de kat zijn geregistreerd zijn erg veilig voor katten. Dat staat voorop. Toch kunnen ook dan ongewenste bijwerkingen gezien worden. De meeste zijn van milde aard, maar sommige kunnen serieus zijn. Net als bij de mens en bij andere diersoorten kunnen het maagdarm kanaal, de nieren, de lever en ook bepaalde bloedwaarden te lijden hebben onder deze bijwerkingen. Uw kat kan verschillende klachten gaan vertonen:

  • Verlies van eetlust
  • Misselijkheid en braken
  • Suf en gedeprimeerd overkomen
  • Minder of juist meer gaan drinken en plassen
  • Diarree of zwarte ontlasting hebben
  • Geelzucht vertonen

Wanneer u – hoe dan ook – twijfels heeft over mogelijke bijwerkingen, stop dan in elk geval vast met het geven van de pijnstillers en neem contact op met uw dierenarts

Wat moet u als eigenaar goed weten?

  • Zorg ervoor dat u goed begrijpt:
    hoe u het medicijn moet ingeven,
    hoeveel u moet geven,
    hoe vaak u het moet geven en
    voor hoe lang
  • Geef de pijnstiller met of na het eten (liefst i.c.m. wat nat voer)
  • Wanneer uw kat niet eet – geef dan ook geen pijnstiller
  • Spreek goed met uw dierenarts af wanneer (en hoe vaak) u terug moet komen voor (bloed en urine) controle
  • Geef nooit een ander medicijn samen met de pijnstillers zonder dit eerst te hebben besproken met uw dierenarts.

Blaasontsteking bij de kat

Blaasontsteking bij de kat

Wanneer uw kat naast de bak plast is een blaasontsteking het eerste waaraan u moet denken. Deze blaasontsteking is meestal goed te behandelen, maar er moeten wel een aantal spelregels in acht genomen worden. Een blaasontsteking wordt bijna nooit door een bacterie veroorzaakt. Stress speelt wel een grote rol. 

Klachten

  • Vaak (kleine) plasjes doen
  • Onzindelijk (buiten de bak plassen)
  • Persen, langdurig op de bak
  • Druppeltjes bloedplassen
  • Miauwen tijdens plassen
  • Teruggetrokken, chagrijnig gedrag
  • Verstopt zitten (kater) – niks plassen, wel persen

Oorzaak

  • Vaak vinden we geen duidelijke oorzaak (dit heet ‘idiopathisch’).
  • Gruisvorming is een belangrijke reden voor het ontstaan van een blaasontsteking.
  • Alleen stress veroorzaakt bij veel katten al een verkrampte blaas met klachten van een blaasontsteking tot gevolg.
  • Overgewicht leidt tot minder bezoek aan de kattenbak en verhoogt de gevoeligheid voor een blaasontsteking.
  • In 2-5% van de gevallen wordt er wel een oorzaak gevonden of een reden waardoor de blaasontsteking niet overgaat of steeds terug komt. Om deze reden wordt vaak een kweek in gezet om deze zeldzame varianten op te sporen.

Wanneer een blaasontsteking niet snel over gaat wordt altijd geadviseerd om vervolg onderzoek te starten zoals het maken van een contrast röntgenfoto of blaasecho. Omdat er veel onderliggende factoren mee kunnen spelen is het niet altijd duidelijk waarom juist de ene kat een blaasontsteking krijgt en de andere (soms in het zelfde huis) nooit. Gevoeligheid voor voedingseffecten, stress, overgewicht of een vieze kattenbak kan per kat erg verschillen.

Gruis en stenen

Blaasgruis bij de kat bestaat meestal uit een uitgekristalliseerd zout dat magnesium en andere stoffen bevat. Als deze zouten samenklonteren, kunnen er in de blaasstenen ontstaan; dit gebeurt sneller in niet-zure urine. Het gaat dus vooral om de hoeveelheid magnesium en de zuurgraad van de urine. Beide worden sterk bepaalt door de samenstelling van het voer. Het moderne voer leidt veel minder snel tot blaasgruis dan in het verleden.

Speciaal dieet

Er bestaat speciaal voer dat zorgt dat er minder magnesium in de urine komt en dat de urine weer een normale zuurgraad krijgt. Daarnaast bevat de voeding vaak middelen die stress verlagend werken. Als er bij uw kat een blaasontsteking (met of zonder gruis) gevonden is, zal dit dieet dan ook voorgeschreven worden. U kunt kiezen uit de diverse merken dieetvoer in brok of blik. Let op, er zijn twee soorten diëten: echt genezende diëten die alleen aan het begin van de therapie ingezet mogen worden en daarnaast zijn er preventieve diëten die vaak levenslang gegeven moeten worden. De zogenaamde antigruisdiëten in de dierenspeciaalzaken zijn vaak niet streng genoeg.

Behandelplan

Na het stellen van de diagnose op grond van de klachten en een uitgebreid urineonderzoek, wordt de volgende behandeling gestart:

  • Medicijnen tegen de pijn en kramp
  • Wateropname stimuleren (fonteintje, meerdere waterbakken) hierdoor spoelt de blaas beter
  • Antigruisdieet (als gruis in de urine is aangetoond, minimaal vier weken)
  • Middelen en maatregelen tegen stress
  • Vermageringsdiëten bij overgewicht
  • (Zelden) antibiotica (uitsluitend bij positieve kweek!)

Na vier weken anti-gruisdieet moet u wat urine brengen om te laten nakijken. In het geval van een antibioticakuur ook aan het einde van de kuur. Hiermee controleren we of de blaasontsteking over is en de oorzaak (gruis) is verdwenen. Mocht de ontsteking niet genezen, het gruis niet verdwijnen of de klachten komen snel weer terug, dan is er aanvullend onderzoek nodig om te kijken wat er de reden van is.

Plaskater – spoed patiënt!

Bij katers kunnen levensbedreigende complicaties optreden bij een blaasontsteking. De plasbuis van de kater is namelijk erg nauw en wordt steeds nauwer naar de punt van de penis toe. In die nauwe plasbuis kan gruis of een steentje gemakkelijk vastlopen. De meeste katers zitten dan langdurig op de bak te persen. Er komen vaak slechts enkele druppels urine uit, al dan niet met bloed, of helemaal geen urine. Vaak miauwt de kat opvallend hard in verband met de pijn. Uiteindelijk wordt het dier ziek en zal ook gaan braken.

Alleen door de buik te voelen kan een dierenarts het verschil maken tussen persen op een lege of volle (verstopte) blaas. Het is belangrijk hier geen risico te lopen en een controle te laten uitvoeren zodra u twijfelt.

Door een verstopte urinebuis kan geen urine worden afgevoerd. In een overvulde blaas kunnen de nieren vervolgens geen urine meer kwijt. De nieren kunnen nu geen afvalstoffen uit het bloed meer afvoeren. Deze afvalstoffen in het bloed gaan dan stijgen en maken de kat erg ziek.

Als een kater verstopt zit zal hij opgenomen moeten worden om doorgespoeld te worden. Dit zal vrijwel altijd onder sedatie (roesje) gebeuren, tevens zal de nierfunctie gecontroleerd worden. Na afloop wordt de blaas gespoeld om ook het restant aan gruis te verwijderen. Meestal wordt ook een katheter in de plasbuis gehecht zodat er niet opnieuw een verstopping optreedt. Als de afvalstoffen in het bloed te hoog zijn zullen deze door middel van infuus er uit gespoeld moeten worden. De nierfunctie kan zich dan zo snel mogelijk weer herstellen.

De gruisvorming is dan nog niet over en het is belangrijk dat de kat strikt antigruisdieet krijgt en de wateropname zoveel mogelijk wordt bevorderd. Daarnaast krijgt de kat ook pijnstillers. Het dieet en de medicijnen hebben echter even de tijd nodig voordat ze werken. Daarom is het belangrijk om uw kater steeds goed in de gaten te houden. Het herstel hangt af van de tijd dat de verstopping heeft geduurd. Hoe eerder verholpen, hoe beter de afloop.

Operatie

Wanneer een kater telkens opnieuw verstopt raakt, is het mogelijk om operatief de uitgang van de plasbuis te vergroten. Hierbij vindt ook een amputatie van de penis plaats. Dit zorgt er niet voor dat de blaasontsteking over gaat, maar dat de levensbedreigende verstopping wordt voorkomen. Het gruis en de blaasontsteking moeten erna alsnog bestreden worden.

Castratie van de kater

Castratie van de kater

Castratie betekent: weghalen van de geslachtsorganen, of het nu om een eierstok of een testikel gaat. Steriliseren is slechts het onderbinden van de zaad- of eileider. Dit wordt in de diergeneeskunde niet gedaan. Vaak wordt in het gewone spraak gebruik echter het begrip steriliseren gebruikt bij vrouwelijke dieren en castreren bij mannelijke dieren.

Advies: castreren

Een kater is beter af als je-weet-wel kater. Hij zal minder weg willen lopen en veel minder confrontaties aangaan in het gevecht om de poes. Het verbetert op deze wijze de lengte en kwaliteit van zijn leven. Katers die niet gecastreerd worden zullen hun territorium met urinevlaggen willen afzetten en zo de typische kater lucht verspreiden.

Operatie

Bij de kater is de ingreep veel eenvoudiger dan bij de poes en zodoende is ook de narcose lichter. Wij geven naast de narcose ook lokaal verdoving. Dit vermindert het gebruik van narcose middelen en verbetert het dempen van de pijn. Zie voor meer informatie over de narcose: ‘uw kat veilig onder narcose’.

De operatie wordt uitgevoerd door twee kleine sneetjes over de balzak te maken en via deze sneetjes de testikels te verwijderen. De zaadstreng en bloedvaten worden afgebonden, de huid hoeft niet te worden gehecht, die plakt vanzelf al tegen elkaar. Met enkele dagen zijn deze kleine wondjes hersteld.

Belangrijk nadeel van castratie van de kater is dat de kans op overgewicht toeneemt. U moet de voeding dus meteen goed afwegen en afstemmen op de nieuwe behoefte van uw kat.

Castratie van de poes

Castratie van de poes

Castratie betekent: weghalen van de geslachtsorganen, of het nu om een eierstok of een testikel gaat. Steriliseren is slechts het onderbinden van de zaad- of eileider. Dit wordt in de diergeneeskunde niet gedaan. Vaak wordt in het gewone spraak gebruik echter het begrip steriliseren gebruikt bij vrouwelijke dieren en castreren bij mannelijke dieren.

Advies: castreren

Wanneer u geen nestje wilt is het verstandig uw poes te laten castreren. Dit voorkomt baarmoederontsteking en borstkanker op latere leeftijd. Daarnaast wil een krolse kat vaak naar buiten ontsnappen om op zoek te gaan naar de kater. Dit leidt vaak tot territoriale vechtpartijen en dus tot verwondingen en overdracht van ziekten. Nog los van de gevaren van het verkeer.

Operatie

Bij de poes worden alleen de beide eierstokken verwijderd, dus de baarmoeder zelf blijft zitten. Dit betreft een buikoperatie en vergt dus een goede voorbereiding een steriele operatiekamer en de juiste narcose. Zie voor meer informatie over de narcose ook: ‘Uw kat veilig onder narcose’.

Uiteraard is ook pijnstilling erg belangrijk om de poes door de pijnlijke dagen te helpen en de wond goed te laten herstellen. De wond is slechts 10-15 mm lang en wordt midden op de buik net onder de navel gemaakt. Met behulp van een haakje worden de eierstokken en een stukje van de baarmoeder buiten de buik gehaald en afgebonden. Dit kan met een hechtdraadje maar ook met clipjes. Deze clipjes zijn van chirurgisch staal en blijven altijd aanwezig (en zijn dus als vier kleine streepjes op een röntgenfoto te zien). De huid wordt zodanig gehecht dat u geen hechtingen ziet. Dit geeft een mooie wond genezing. Wij adviseren wel om uw poes een Medical Pet Shirt aan te doen. Dit voorkomt likken aan de wond en bevordert een vlot herstel.

Bij een dergelijk kleine wond is er o.i. geen indicatie voor een laparoscopische sterilisatie bij de kat.

Belangrijk nadeel van castratie van de poes is dat de kans op overgewicht toeneemt. U moet de voeding dus meteen goed afwegen en afstemmen op de nieuwe behoefte van uw kat.

De drachtige poes

De drachtige poes

Wanneer u toch besloten heeft om uw poes te laten dekken, of dit is al spontaan gebeurd voor u er erg in had, is het goed om te weten wat u te doen staat gedurende de dracht en de geboorte.

De dracht laat zich het makkelijkst vaststellen tussen de 25 en 30 dagen na de dekking. Als de dek datum vaststaat kunt u dit gemakkelijk uitrekenen. Anders kunt u door het iets opzetten en roze verkleuren van de tepels, een vermoeden krijgen dat uw poes gedekt is. Laat ons bij twijfel even controleren.

De dracht duurt ongeveer 63 dagen. Grote nesten wat korter, kleine nestjes soms wat langer.

Zet in de loop van de dracht op verschillende plekken in huis open dozen met een deken er in, neer. De poes kan zo haar favoriete plekje om te bevallen uitzoeken. Veel poezen doen het gewoon bij u op bed.

De dag van de bevalling is de poes onrustig en zal steeds in en uit de doos of dozen lopen. Deze weeën fase kan wel 24 uur duren. Wanneer zij eindelijk gaat persen komt het eerste kitten eraan. Dit kitten moet de gehele geboorteweg nog voorbereiden, dit mag dan ook twee uur duren. Bij de volgende kittens moet dit persen binnen 20 minuten resulteren in een geboorte. Tussen de kittens in zit meestal enkele minuten tot maximaal twee uur. Bent u er van overtuigd dat er nog een kitten geboren moet worden en de moeder lijkt niets meer te willen doen, bel dan na twee uur de dierenarts.

Wanneer u een staartje en hakjes ziet verschijnen in plaats van een kopje, ligt het kitten in een stuitligging. Geen paniek, dit is een voor de kat normale ligging. Het kan wel helpen om de beide hakjes tussen twee vingers vast te pakken en heel rustig te trekken of beter: de spanning er op te laten staan. Zo kunt u de uitdrijving versnellen.

Weeg na de geboorte alle kittens. Als de kittens erg op elkaar lijken kunt u hen identificeren met bepaalde bandje of een code met behulp van nagellak (linksvoor rechtsvoor, linksachter etc.).

Kittens mogen niet afvallen en moeten meteen aankomen (gemiddeld 15 gram per dag). Dit moet u dus dagelijks controleren. Als het kitten niet groeit is er iets mis en dit is een reden om de dierenarts te bellen. Ook wanneer het kitten niet goed kan drinken of steeds melk via de neus uitblaast is het goed om ons te bellen, er kan sprake zijn van een open verhemelte (schizis).

Kittens moeten de eerste 12-24 uur goed bij de moeder drinken. De moedermelk bevat antistoffen maar de darmpjes van de kittens kunnen deze antistoffen alleen de eerste 12-24 uur in het bloed opnemen, daarna werken ze alleen nog lokaal in de darmen. Het is dus heel belangrijk de moederpoes voor de dekking goed te vaccineren. Dan heeft ze voldoende antistoffen in haar bloed die ze via de melk kan doorgeven aan haar kittens.

Hun eerste vaccinatie krijgen de kittens op een leeftijd van negen weken, meer hierover leest u hier.

Wanneer moet u met uw kat naar de dierenarts?

Wanneer moet u met uw kat naar de dierenarts?

Katten zijn van nature ware meesters in het verbergen van hun pijn en ziekten. Tegen de tijd dat u als eigenaar iets opvalt is het probleem al in een ver gevorderd stadium en lastiger te behandelen. Daarom is het belangrijk dat u naar uw dierenarts gaat zodra u subtiele signalen opvallen. De lijst hieronder wil u daarbij helpen:

  • Plassen of poepen buiten de bak,
  • Verandering en sociaal contact met u of omgeving,
  • Veranderingen in activiteit,
  • Veranderingen in het slaappatroon,
  • Veranderingen met eten of drinken,
  • Onverklaarbare veranderingen in het gewicht,
  • Verandering in poetsgedrag,
  • Elke verandering van gedrag,
  • Verandering van het miauwen,
  • Een slechte adem, stinken uit de bek.

U merkt: VERANDERING is het kernwoord. Laat uw kat bij twijfel aan de dierenarts zien!

Uw kat en de dierenarts – nut en noodzaak

Uw kat en de dierenarts – nut en noodzaak

De voordelen van preventie: voorkomen is altijd beter dan genezen.

80% van de mensen nemen aan dat hun kat gezond is en zichzelf prima redt. 33% van de katten baasjes gaan uitsluitend naar de dierenarts als hun dier zich ziek toont. Dat is bijzonder jammer want regelmatige diergeneeskundige zorg kan veel gezondheidsklachten juist voorkomen. Of bepaalde ziekten kunnen wanneer ze in een vroeg stadium ontdekt worden gemakkelijk en met minder kosten behandeld worden met een beter (lees: langer én gelukkiger) leven als resultaat.

Voorkom pijnlijke gebitsklachten

Regelmatige tandheelkundige zorg houdt het gebit van uw kat zo lang mogelijk gezond en pijnvrij en voorkomt pijnlijke ontstekingen (die ook kunnen leiden tot ontsteking elders in het lichaam).

Voorkom ernstige ziekten

Alle katten lopen het risico op een ernstige infectieziekte. Omdat de vaccinatiegraad van katten in Nederland zo laag ligt (slechts 25%) verdwijnen ernstige ziekten als kattenziekte en niesziekte niet uit de populatie en kunnen zomaar de kop op steken. Ook katten die niet buiten komen kunnen ziek worden doordat mensen deze infecties mee brengen. Regelmatige vaccinatie helpt deze infecties voorkomen.

Voorkom parasieten

Wormen, vlooien en teken veroorzaken overlast bij de kat en vormen een potentieel gezondheidsrisico voor de mensen om hen heen. Regelmatige behandeling voorkomt dat deze lastposten uw dier of u zelf kwaad doen.

Voorkom gewichtsproblemen

Uw dierenarts kan u helpen om voor uw dier het juiste dieet in de juiste hoeveelheid te kiezen om te voorkomen dat uw kat te dik wordt. Overgewicht is een belangrijke factor bij het ontstaan van veel ziekten zoals suikerziekte en leverproblemen. Een te dikke kat kan zijn of haar vacht niet goed verzorgen en gaat minder vaak naar de kattenbak. Het is ook niet fijn wanneer je bij het ouder worden steeds meer last van je rug of gewrichten krijgt.

Ook een vermindering van gewicht kan subtiel beginnen. Een regelmatige weging van uw kat bij de dierenarts kan een probleem al snel aan het licht brengen en leiden tot een vroege diagnose met meer mogelijkheden voor behandeling.

Voorkom gedragsproblemen

Te veel katten eindigen in een asiel vanwege afwijkend gedrag zoals het in huis plassen. Veel afwijkend gedrag kan eenvoudig worden opgelost door op tijd naar een oorzaak te gaan zoeken.

Probeer het leven van uw (oude) kat te veraangenamen!

Wanneer katten ouder worden neemt de kans op ziekten van nieren en schildklier toe. Regelmatige onderzoeken kunnen deze ziekten eerder aan het licht brengen in een stadium die therapie veel succesvoller maakt of in elk geval de ziekte kan vertragen en managen. Het is aangetoond dat katten dan langer leven (met minder klachten!).

Eosinofiel granuloom

Eosinofiel granuloom

Wanneer uw kat ineens grote opengekrabde plekken heeft in de hals, op de slapen of ergens anders op de huid, kan er sprake zijn van een typisch bij de kat voorkomende huidontsteking. Soms ontstaan deze plekken op de lip of in de bek. Deze ontsteking kan veroorzaakt worden door een allergie, maar kunnen ook op zichzelf staan. Soms biedt het uitzoeken van de allergie een oplossing, vaak zijn medicijnen nodig om de ontsteking onder de duim te houden. Dit lukt gelukkig in de meeste gevallen goed.

Eosinofiel?

Dieren hebben, net als mensen, verschillende soorten witte bloedcellen met elk een eigen specifieke taak binnen het afweersysteem. Vaak worden deze cellen genoemd naar de kleur waarmee ze onder de microscoop herkenbaar worden gemaakt. De eosinofiele cel is daar een voorbeeld van (deze wordt gekleurt met eosine). Eosinofiele afweercellen spelen een belangrijke rol bij ontstekingsreacties, allergische reacties en bij de afweer tegen parasieten.

De huid- en slijmvliesafwijkingen die bij het eosinofiel granuloom complex voorkomen bestaan uit een opeenhoping van eosinofiele cellen. Een reden hiervoor is niet altijd te vinden maar het kan zijn dat de kat een allergische aandoening heeft, zoals bijvoorbeeld een voedsel- of vlooienallergie.

Bij de kat kunnen drie verschillende uitingsvormen van deze afwijking (zelfs naast elkaar) voorkomen nl.:

  1. De eosinofiele zweer
  2. De eosinofiele plaque
  3. Het eosinofiel granuloom

De eosinofiele zweer

Zweren zien we vooral op de bovenlip en soms ook in de bek van de kat. Op de bovenlip kunnen vrij grote ‘diepe’ zweren ontstaan waarbij een deel van de lip verloren kan gaan en wat pijnlijk is voor het dier. Soms kan een zweer op de lip tot ver op het verhemelte doorlopen.

De eosinofiele plaque

Dit is een stevige goed omschreven wat vochtige, ruw gelikte en ontstoken plek in de huid. Plaques worden meestal gevonden aan de onderzijde van de buik en aan de binnenkant van de dijbenen. Soms op meerdere plaatsen tegelijk. Katten likken hier meestal vrij heftig aan. Het irriteert of jeukt dus flink.

Het eosinofiel granuloom

Een granuloom komt voor in de huid of het slijmvlies en bestaat uit een goed omschreven zwelling die boven het huidoppervlak uit komt. Ze kunnen over het hele lichaam en in de bek (vooral de tongbasis) voorkomen. Het granuloom in de tong kan lang onopgemerkt blijven totdat het proces zo groot wordt dat het problemen bij het eten veroorzaakt.

Diagnose

Omdat veel van deze (huid)afwijkingen lijken op een ontsteking of een tumor is het in sommige gevallen raadzaam het afwijkende weefsel te onderzoeken door middel van een uitstrijkje of door het nemen van een  huidbiopt.

Therapie

Als een overgevoeligheidsreactie (allergie) een rol speelt  in het ontstaan van deze aandoening kan er wellicht een oplossing gevonden worden. In alle gevallen is het van belang de vlooienbestrijding te optimaliseren. Bij verdenking van een voedselovergevoeligheid kan een test met een gehydrolyseerd testdieet uitgevoerd worden.

Een antibioticumkuur kan (een deel van) de ontstekingsreactie tot rust brengen. Wanneer dit niet tot een volledig herstel leidt wordt uiteindelijk prednison en of cyclosporine ingezet om deze aandoening te behandelen. In sommige hardnekkige gevallen kan een operatie, bestraling of therapie m.b.v. bevriezen uitkomst bieden. Aanvullend kunnen omega-3-vetzuren aan de voeding toegevoegd worden.

Prognose

De resultaten van de behandeling zijn wisselend. Wanneer de oorzaak van de allergie wordt gevonden en die behandeld kan worden, is de kans op blijvend herstel groot. Wanneer er geen oorzaak wordt gevonden en er prednison of moet worden gegeven is de reactie bij de meeste katten goed. Anderen hebben levenslang (regelmatig) medicijnen nodig om de problemen onder controle te houden. De dierenarts zal er daarbij naar streven om de dosering zo laag mogelijk te houden om eventuele bijwerkingen te vermijden.

Euthanasie

Euthanasie

Het moment is onafwendbaar dat u – na een lang leven van plezier en het delen van moeilijke en mooie momenten met uw kat – moet beslissen over het einde ervan. Het lichaam is op en het koppie nog prima, maar andersom kan ook. U moet beslissen of het leven nog dierwaardig en of euthanasie nu geboden is. Bijna iedereen vindt dit een loodzware beslissing. Graag helpen wij u met enkele overwegingen en het op een rij zetten van alle mogelijkheden.

Voorafgaand

Aan de hand van uw verhaal en onder andere een klinisch onderzoek door de dierenarts wordt gekeken wat er aan de hand is en of er nog behandelopties mogelijk zijn. Daarnaast wordt er gekeken wat de kwaliteit van leven voor uw kat nu en op de lange termijn is. Langskomen betekent dus niet dat uw kat direct wordt ingeslapen! Er wordt altijd een eerlijke afweging gemaakt en soms zijn er opties waar u nog niet aan had gedacht.

Als blijkt dat er geen behandelopties mogelijk zijn en de kwaliteit van leven niet goed meer is, helpt de dierenarts u het juiste moment van euthanasie te bepalen. De dierenarts let erop dat uw kat niet ondragelijk gaat lijden, wanneer het door emoties voor u moeilijk kan zijn om objectief te blijven. Er wordt bijvoorbeeld besproken waar u op moet letten en wat de verwachting zal zijn. Ook wordt er gekeken wat er nog gedaan kan worden om het voor uw dier zo comfortabel mogelijk te maken.

Het afscheid

Als het moment van euthanasie daar is, wordt er voor u en uw kat alle tijd genomen. U heeft de tijd om rustig afscheid te nemen, foto’s te nemen en eventueel uw kinderen te begeleiden. In de praktijk hebben we een aparte wacht- en spreekkamer voor katten en daardoor kunnen we alle tijd nemen voor het afscheid en is de omgeving voor uw kat zo rustig mogelijk. Of u de praktijk kiest als plaats van afscheid of de dierenarts juist liever thuis wilt laten komen is helemaal aan u. Zolang het afscheid zich laat plannen staan alle opties open. In spoedgevallen hebben we deze keus helaas vaak niet.

De dierenarts zal van tevoren steeds vertellen wat er gaat gebeuren. Uw dier zal altijd eerst een narcose krijgen waardoor het uiteindelijk niks meer zal voelen en merken. Er wordt een injectie in de spieren toegediend. Met een stof waardoor uw kat rustig in slaap valt. Wanneer uw dier echt in narcose is, zal het niet meer reageren op prikkels. Het is goed om te weten dat de oogleden ook verslappen en dus open staan. De reactie op de prikkels geeft echter heel goed aan dat uw dier echt niks meer mee krijgt. Vervolgens wordt een tweede injectie toegediend waardoor uw dier komt te overlijden. Dit kan op verschillende manieren en ook dat zal u uitgelegd worden. Als uw dier eenmaal is overleden (de dierenarts geeft dit duidelijk aan) kunt u soms nog kleine spier- of huidbeweginkjes zien. Dit zijn stuipen of stuipjes – het hoort bij een net overleden dier.

Uw kinderen kunnen er gerust bij zijn. Meestal verloopt alles rustig en er wordt van tevoren uitgelegd wat er gaat gebeuren. Ook is het afscheid nemen van hun geliefde huisdier vaak een goede mogelijkheid om hen kennis te laten maken met een rouwproces. Het helpt vaak met de verwerking van dit afscheid. Dat neemt niet weg dat u uw kind(eren) het beste kent en zelf kunt beslissen wat u het beste lijkt. Ook zonder dat kinderen erbij zijn kunnen ze afscheid nemen door vooraf een tekening, of een foto te maken.

Hoe gaat het dan verder?

Er zijn verschillende mogelijkheden.

  • Het is in Leusden toegestaan uw kat op eigen terrein te begraven. Doe dit goed diep. D.w.z. graaf een gat van minimaal een meter diep.
  • Het kan ook officieel op een dierenbegraafplaats zoals Klaverweide in Hoevelaken.
  • U kunt uw kat ook laten cremeren, individueel of met enkele andere dieren. Als uw kat individueel gecremeerd wordt, kunt u de as in een strooibus terug krijgen of er een urn bij uitzoeken. De as kunt u bewaren, in de urn of strooibus bijzetten, of zelf uitstrooien bijvoorbeeld op het meest geliefde plekje van uw huisdier. Gezamenlijk gecremeerde dieren worden over zee uitgestrooid. Hier leest u meer over deze optie: www.shcn.nl.
  • In bepaalde gevallen kunt u ook het lichaam van uw kat ter beschikking stellen aan de wetenschap. U dient hiervoor toestemming te verlenen en het Dier-Donor-Codicil te ondertekenen.
  • Tot slot kunt u uw kat bij ons achter laten voor destructie; dan wordt hij of zij met andere dieren vernietigd. De huidige regelgeving geeft aan dat dieren niet meer in diervoeding terecht mogen komen.

Tot slot. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u deze altijd aan ons voorleggen. We zullen u altijd helpen het afscheid goed en gedenkwaardig te laten verlopen, zodat u er op een goede manier op terug kunt zien.

Gebitsproblemen bij de kat

Gebitsproblemen bij de kat

Veel katten hebben in meer of mindere mate gebitsproblemen. Dit komt onder andere omdat veel katten geen gebitsverzorging krijgen (bijv. poetsen). Als wij onze tanden niet dagelijks zouden poetsen, zou ons gebit er net zo uitzien als dat van veel katten.

Een slecht gebit kan zeer pijnlijk zijn voor uw kat, maar dit laten ze vaak niet merken. De meeste eigenaren merken vaak pas na een gebitsbehandeling het verschil! Vaak wordt er gedacht dat het dier ‘gewoon oud is’. Tot na de behandeling: dan zijn ze ineens speels en levendig! Ook het feit dat uw kat goed eet, zegt niets over het wel of geen pijn hebben. Ze eten vaak door totdat het zeer ernstig is. En gaan bijvoorbeeld over op hap-slik-weg eten i.p.v. kauwen.

Aanwijzingen die kunnen duiden op een gebitsprobleem bij uw kat zijn onder andere een slechte adem, anders kauwen (op één kant, brokjes laten vallen), slecht eten, kwijlen, niet bij de kop willen worden aangeraakt, minder spelen, wrijven aan de snuit, veel tandsteen en rood tandvlees.

Daarnaast is een slecht gebit vaak een bron van infectie. Dit kan zeker bij oudere dieren of dieren met een verzwakte afweer leiden tot ontstekingen van belangrijke organen, zoals het hart, de alvleesklier of de nieren.

Kittens

Zie kopje ‘tandenwisseling kat’ voor problemen die bij kittens kunnen voorkomen. De meest voorkomende gebitsproblemen bij volwassen katten zijn gingivitis, stomatitis-gingivitis complex, tandsteen & parodontitis en tandresorptie.

Gingivitis & stomatitis-gingivitis complex

Bij gingivitis is het randje tandvlees wat direct op de tand of kies aansluit rozerood tot vuurrood. In het geval van het stomatitis-gingivitis complex is naast dat kleine randje, ook de rest van het tandvlees ontstoken. Soms is het zo ontstoken dat het gaat bloeden bij aanraken. Deze aandoening wordt veel bij raskatten gezien, maar kan bij elke kat voorkomen. Het kan worden veroorzaakt door kattenvirussen (o.a. FCV, FIV, FeLV). Deze aandoening is soms lastig te behandelen.

Parodontitis & wortelpuntabcessen

Een andere veel voorkomende aandoening is parodontitis. Dit kan variëren van een beetje tandplak of wat rood tandvlees tot zeer veel tandsteen met pus en heftig ontstoken tandvlees. Uiteindelijk komen de tanden en kiezen los te zitten of kan er een wortelpuntabces ontstaan. Soms ontstaat er dan onder het oog een zwelling. Dit alles is uiteraard zeer pijnlijk.

Tandresorptie

Verder komt bij katten een aandoening voor waarbij (met name) de kiezen oplossen. Deze aandoening wordt tandresorptie genoemd (vroeger ook wel FORL). Onder het tandvlees kunnen de wortels oplossen, terwijl de kroon (het deel boven het tandvlees) vervangen wordt door roze ontstoken weefsel. Dit is zeer pijnlijk voor uw kat. Vanwege deze aandoening zijn röntgenfoto’s bij een gebitsbehandeling noodzakelijk, zodat de toestand van de wortels kan worden beoordeeld.

Afgebroken elementen & pulpitis

Bij katten zien we regelmatig een afgebroken hoektand, bijvoorbeeld na een val. Het wortelkanaal kan dan blootliggen, waardoor er een wortelkanaalontsteking ontstaat (pulpitis). Een afgebroken tand of kies is een spoedgeval. Buiten het feit dat een open wortelkanaal zeer pijnlijk is en het een bron van bacteriën is die in de bloedbaan terecht komen, kan het element dan soms nog worden behouden. De behandeling bestaat uit een wortelkanaalbehandeling of het verwijderen van de afgebroken tand of kies. Als er alleen een stukje van het glazuur af is, kunnen wij het, afhankelijk van de plek, sealen.

Preventie

Veel van deze aandoeningen en het hiermee gepaard gaande leed kunnen worden voorkomen of verminderd door gebitsverzorging. Poetsen is net als bij ons het allerbeste. Voor meer informatie kunt u verder kijken lezen in het artikel ‘Poetsen van het gebit van uw kat’.

Heeft u nog vragen, dan helpen wij u graag verder.

Het gebit van uw kat

Het gebit van uw kat

Het gebit van huisdieren heeft de laatste decennia steeds meer aandacht gekregen.

In ruim twee maanden tijd wisselt het gebit van uw kat van melk- naar volwassengebit. Dit gaat meestal vanzelf maar soms treden er problemen op. Hoe het wisselen gaat en welke problemen u kunt tegen komen leest u in het stuk over ‘Tandenwisseling bij de kat’.

Inmiddels weten we dat veel pijn en lijden voorkomen of opgelost kan worden door een goede gebitsverzorging en tijdig ingrijpen bij problemen. Een goede verzorging betekent: goed poetsen. Dat is niet altijd makkelijk maar wanneer u er vroeg mee begint verdragen veel katten het goed. Wij kunnen u helpen met allerlei praktische tips. Klik hier voor meer informatie over het poetsen.

Ondanks al onze inspanning maar zeker als het poetsen niet lukt, kunnen er gebitsproblemen ontstaan. Problemen die gepaard gaan met stank en pijn. U kunt er over lezen in het stuk over ‘Gebitsproblemen bij katten’.

Daarnaast kennen katten ook hun eigen specifieke tandheelkundige uitdagingen. Denk maar de resorptieletsels die vooral, maar niet uitsluitend, bij raskatten worden gezien. Bij de jaarlijkse controle letten we daar goed op.

Voorkomen is beter dan genezen maar als er dan pijnlijke problemen zijn moeten ze zo snel mogelijk worden opgelost. Er is alleen één probleem: katten laten deze pijn zelden merken. We hebben echt grondig onderzoek en dentale röntgenfoto’s nodig om ze in beeld te krijgen. Een jaarlijkse en voor veel dieren zelfs halfjaarlijkse controle is dan ook onontbeerlijk. Zo kunnen we dieren op tijd helpen. Wij beschikken over goede apparatuur en de tandheelkundige kennis om dit te kunnen doen.

Het poetsen van het gebit van uw kat

Het poetsen van het gebit van uw kat

Het poetsen van het gebit van uw huisdier is belangrijk om gebitsbederf te voorkomen of in elk geval te vertragen. De veroorzaker van gebitsbederf is tandplak.

Tandplak is een opeenhoping van bacteriën die zich verschuilen in een beschermlaagje, de zogenaamde bio-film. Deze wordt door de bacteriën zelf aangemaakt om zich te beschermen tegen invloeden van buitenaf, zoals bijvoorbeeld antibiotica. Tandplak is dan ook op maar één manier te bestrijden en dat is poetsen!

De tandplak veroorzaak een tandvleesontsteking (gingivitis) net onder het randje van het tandvlees. Met goed poetsen en ontsmetten is dit proces te genezen of minstens af te remmen.

Het tandvlees zit met een strak ‘bandje’ ook wel het epitheliaal ligament’ vast onder aan de kroon van de tand of de kies. Het vrije randje van het tandvlees is slechts 0.5 – 1 mm diep en wordt een ‘sulcus’ genoemd. Tandplak is in staat om het stevige epitheliale ligament kapot te maken, eenmaal kapot is het definitief kapot. Vanaf dat moment praten we niet meer over een tandvleesontsteking maar over een parodontitis. Dat wil zeggen dat de ontsteking dieper langs de wortel de kaak in dringt. De ontsteking zorgt uiteindelijk voor botresorptie (kaakbot verdwijnt) en dat is een pijnlijk proces.

Dieren laten deze pijn niet of nauwelijks merken, dat is hun aard. Veel eigenaren zijn dan ook verrast wanneer we – bijvoorbeeld door op de kies te tikken – laten zien dat de kies weldegelijk pijnlijk is.

Tandenpoetsen

Doel van het poetsen is dus: tandplak bestrijden en het proces van gingivitis naar parodontitis voorkomen. Is er eenmaal sprake van een parodontitis dan proberen we verder schade zoveel mogelijk te voorkomen door te poetsen.

Het aanleren van het poetsen gaat het beste in verschillende fases; neem hier rustig de tijd voor, zodat het leuk blijft. Het is belangrijk dat uw dier het leuk vindt, dus beloon uw dier na het poetsen.

  • Fase 0 – wen uw dier eraan dat u met uw vingers de bovenkaak via de huid (dus aan de buitenkant) mag masseren. Lukt dit goed ga dan eens met uw vingers aan de binnenkant van de lip op de kaak masseren.
  • Fase 1 – Bij honden kunt u een gaasje om uw vinger doen; bij katten kunt u een wattenstaafje gebruiken. Wrijf met vervolgens over de tanden en kiezen. U zult zien dat het gaasje geel verkleurt – dit is de plak!
  • Begin met de buitenkant van de boven hoektanden, die zijn het makkelijkste te bereiken. Als dit goed gaat, kunt u verder gaan met de buitenkant van de bovenste kiezen en/of de snijtanden. Als laatste kunt u de buitenkant van de onderste kiezen en eventueel zelfs de binnenkant van de kiezen poetsen.
  • Fase 2 – Wanneer dit goed lukt gebruik dan tandpasta (voor hond of kat) op het gaasje. Tandpasta voor mensen is niet geschikt, omdat dit fluoride bevat. Dit is giftig voor honden en katten.
  • Fase 3 – Wanneer uw dier dit allemaal goed toe laat, vervang het gaasje dan voor een zachte tandenborstel die past bij de grootte van de mond van uw dier. Gebruik ook nu dus de tandpasta (voor hond of kat) (CET-tandpasta of Orozyme)

Poets de tanden van uw dier op deze manier minstens één keer per dag; vaak werkt dit het makkelijkst als u het op een vast moment doet.

Daarnaast kunt ook Dentisept® gebruiken. Dit is een gel dat ook chloorhexidine bevat en langer blijft plakken wanneer u dit langs de tanden en kiezen aanbrengt. Gebruik dit twee keer per week. Zo worden de bacteriën constant bestreden.

Poetsen na een behandeling van het gebit

Tijdens het wisselen of na een gebitsbehandeling waarbij tanden of kiezen zijn getrokken, moet u voorzichtig zijn met het poetsen. De mond is dan erg gevoelig en het poetsen kan dan pijnlijk zijn. Als er tanden of kiezen zijn getrokken, kunt u na circa drie tot vier dagen weer met het poetsen op de niet-pijnlijke plekken. Na zeven tot tien dagen kunt u voorzichtig aan weer overal poetsen.

Gebitscontrole

Het is verstandig om het gebit van uw dier minstens eens per jaar te laten controleren. Wij doen dit standaard bij het jaarlijks onderzoek (bij de vaccinatie). Zijn er echter problemen of het poetsen lukt niet: kom dan elk half jaar.

Poetsinstructie

Mocht het poetsen niet lukken, dan kunt u bij onze paraveterinairen terecht voor een poetsinstructie. Indien het poetsen dan alsnog niet lukt, vertellen wij u graag meer over alternatie vormen van gebitsverzorging.

Het wisselen van het gebit van uw kat

Het wisselen van het gebit van uw kat

Je kunt je het haast niet voorstellen, maar in drie maanden tijd is het hele gebit van uw kat gewisseld. Meestal verloopt dit vanzelf, maar soms gaat het niet helemaal zoals het hoort.

Leeftijdsschatting

Soms is er enige individuele variatie qua volgorde waarin de melkelementen, maar over het algemeen wisselen ze volgens onderstaand schema. Op basis hiervan kan de leeftijd worden geschat. Na het wisselen wordt dit lastiger.

Tijdstip van doorbraak en wisselen

  Doorbraak melkgebit Aantal melkelementen Wisselperiode of doorbraak Aantal permanent
Voortanden 3-4 weken 12 3-5 maanden 12
Hoektanden 3-5 weken 4 5-6 maanden 4
Kleine kiezen 4-12 weken 8-10 4-6 maanden 8-10
Grote kiezen N.v.t. Geen 4-6 maanden 4

Wisselen

In de kaak, onder het melkgebit, groeien de volwassen elementen. Door de groei van het volwassen element lost de wortel van het melkelement steeds verder op. Uiteindelijk hangt het melkelement alleen nog maar aan het tandvlees en valt eruit. Een normaal wisselend element heeft dus uiteindelijk geen wortel meer.

Bijten en diarree

Tijdens het wisselen kunnen kittens meer bijten dan normaal. Let tijdens deze periode erop dat u uw kitten niet aanleert dat het normaal is om u te bijten. Blijf duidelijk uw grenzen aangeven. Het kan zijn dat ze wat kwijlen of een beetje uit de mond stinken. Daarom is het verstandig om juist in deze periode voorzichtig uw kat te leren om hun gebit te laten poetsen. Ze leren dat dit een normale handeling is en de stank uit de mond is veel minder. Ook kunt u zo het wisselen in de gaten te houden. Tijdens het wisselen is het echter verstandig nog niet echt te poetsen, maar vooral te oefenen met aan de mond mogen zitten, de lippen optillen en katten-tandpasta (lekker!) op de elementen te smeren, zonder te poetsen. Dit omdat de mond pijnlijk kan zijn tijdens het wisselen en de melkelementen zwakker zijn dan volwassen elementen en daardoor makkelijker af kunnen breken.

Persisterende elementen

Soms verloopt het wisselen niet goed. De melkelementen gaan er dan niet uit. Dit noemen we persisterende melkelementen. Te veel gebitselementen in een te kleine ruimte veroorzaakt standsafwijkingen van de elementen. Ook kunnen er haren en voedselresten tussen de elementen blijven zitten. Dit veroorzaakt vervolgens een tandvleesontsteking. Deze ontsteking en de eventuele standsafwijkingen kunnen beschadigingen veroorzaken en pijnlijk zijn.

Vooral de melkhoektanden blijven nogal eens persisteren. Ook hiervoor geldt dat ze de stand van de permanente hoektanden beïnvloeden. Als u op zes maanden leeftijd nog melkhoektanden naast de volwassen hoektanden in de mond ziet doet u er verstandig aan om ernaar te laten kijken en dit te laten corrigeren.

Overige gebitsproblemen bij kittens

Bij jonge dieren kunnen sommige elementen ontbreken. Dit kan zijn omdat ze nooit zijn gemaakt. In andere gevallen zijn ze wel gemaakt, maar blijven ze verstopt zitten onder het tandvlees. Door middel van een behandeling kunnen ze soms toch nog doorkomen.

Ook kunnen de elementen een afwijkende stand hebben. Wat regelmatig gezien wordt is dat één of beide van de onderste hoektanden te ver naar binnen staan en in het gehemelte prikken (linguoversie). Dit is erg pijnlijk en geeft een continue ontsteking van het gehemelte. Het is belangrijk om hier op jonge leeftijd (rond drie tot vier maanden leeftijd) al aandacht aan te besteden, omdat het anders een levenslang probleem kan worden.

Naast een afwijkende stand van de elementen, kan ook de stand van de kaken afwijkend zijn, bijvoorbeeld bij een onder- of een overbeet. Uw kat heeft dan meer kans op het ontwikkelen van gebitsproblemen (met name tandsteen en parodontitis) en gebitsverzorging is dan extra belangrijk.

Tot slot

Melkelementen kunnen gemakkelijk afbreken. Bijvoorbeeld door te wild te spelen. Vaak wordt gedacht dat dit niet zo erg is omdat de melktand er toch uit zal gaan. Dit is echter niet juist. Een melkelement heeft een groot en breed wortelkanaal. Wanneer dit kanaal door een breuk open ligt kan een infectie snel naar binnen toe waardoor de volwassen tand kan worden aangetast. Een gebroken melktandje is dus altijd een spoedgeval en moet zo snel en netjes mogelijk verwijderd worden!

Huid en allergie

Huid en allergie

Van alle problemen die we in de praktijk tegen komen wordt wel een groot deel gevormd door de problemen van de huid. Meestal is de hoofdklacht: jeuk!

De problemen van de huid in beeld brengen is een vak apart en vergt veel geduld en veel uitleg. Parasieten kunnen zorgen voor veel jeuk en mogen niet gemist worden. De oplossing is dan echter vaak eenvoudig met snel en goed resultaat.

Dermatologie is een speerpunt in onze praktijk.

In tegenstelling tot parasitaire aandoeningen is de oplossing bij allergie vaak niet eenvoudig en vergt het veel geduld en inzet van de kant van u als eigenaar. Wat daar erg bij helpt is goede uitleg waarom de klachten en verschijnselen zijn zoals ze zijn en waarom u bepaalde handelingen moet doen om de situatie voor uw dier te verbeteren. Consequent zijn is daarbij een sleutelbegrip. Ook komen er steeds betere medicijnen beschikbaar. Zo zijn de resultaten vaak heel bevredigend wat een stuk welzijn voor uw dier oplevert. U leest erover in het artikel ‘Uw kat is allergisch’.

Daarnaast komen er bij de kat specifiek aandoeningen voor. Een veel voorkomende daarvan is het ‘Eosinofiel granuloom’ wat dit is kunt u lezen in het gelijknamige artikel daarover.

Een nieuw kitten

Een nieuwe kitten

Graag geven wij hieronder de belangrijkste informatie voor de eerste levensmaanden van uw kitten om u te helpen het de beste zorg te geven!

Vaccineren

Via de moedermelk heeft uw kitten afweerstoffen meegekregen. Deze stoffen beschermen uw kitten enkele weken tot maanden. Ondertussen moet uw kitten de eigen afweer opbouwen. Daarom is het belangrijk op tijd de juiste vaccinaties te geven. De vaccinaties beginnen op een leeftijd van negen weken en deze worden na drie weken herhaald. Er wordt gevaccineerd tegen katten- en niesziekte (calici- en herpesvirus). De entingen moeten zowel voor binnen- als voor buitenkatten jaarlijks herhaald worden.

Op eenjarige leeftijd wordt deze vaccinatie herhaald met een combinatie vaccin tegen katten- en niesziekte. De kattenziekte vaccinatie geeft vervolgens drie jaar voldoende bescherming. De vaccinatie tegen het calici- en het herpesvirus (twee belangrijke veroorzakers van het niesziekte complex) beschermt echter maar een jaar. Daarom moet een kat elk jaar komen voor een controle en vaccinatie.

Voor katten die samenleven met honden, met meerdere katten of naar het pension gaan adviseren wij ook het neusdruppelvaccin tegen Bordetella. Deze veroorzaakt bij de hond de besmettelijke honden hoest (voorheen kennelhoest genoemd) en is bij de kat een vast onderdeel van het niesziekte complex waartegen nu meestal niet standaard wordt gevaccineerd.

Ontwormen

Wormbestrijding in het eerste half jaar gaat vooral om spoelwormen, op latere leeftijd komt daar de lintworm bestrijding bij.

Onmiddellijk na de geboorte worden de kittens met wormen besmet via de moedermelk. Deze besmetting gaat door totdat de kittens gespeend worden. Daarom is een goede ontworming in het eerste levensjaar zo belangrijk. Ook mensen kunnen anders gemakkelijk een worminfectie oplopen. Voor het eerste levensjaar adviseren we het volgende schema: op de leeftijd van vier, zes, acht en twaalf weken, en vervolgens iedere maand tot de leeftijd van een half jaar.

Voor buitenkatten geldt dat zij vervolgens ieder kwartaal ontwormd moeten worden met een middel van goede kwaliteit, tegen meerdere soorten wormen. Voor katten die niet buiten komen is standaard ontwormen niet nodig. Wel zou u af en toe de ontlasting kunnen laten controleren. Wormeitjes kunnen via schoenen en de deurmat toch binnen komen. Vlooien brengen lintworm over. Een goede ontworming gaat dus hand in hand met een goede vlo-preventie.

Andere parasieten

Een andere parasiet die we vaak bij kittens zien is oormijt. De oormijt leeft op de huid van de uitwendige gehoorgang, maar kan ook op de kop, in de nek en op het lichaam van uw dier voorkomen. De mijt leeft van huidschilfers en ontstekingsvocht. Meer informatie over de oormijt leest u in het artikel ‘Oormijt bij de kat’.

Voeding

Kittenvoer is gemaakt voor een snelle groei en is licht verteerbaar. Om uw kitten optimaal te laten groeien is het raadzaam om de eerste vijf en zes maanden alleen dit voer te geven. Allerlei extra’s als pap of vlees geven een verstoring van deze uitgebalanceerde voeding. Rauw vlees moet u zeker niet aan uw kat geven; onder andere in verband met toxoplasmose en besmetting met wormen of bacteriën als Salmonella en Campylobacter (vooral op rauwe kip).

Castratie

Sterilisatie (het afbinden van eileiders of zaadleiders) wordt alleen bij mensen uitgevoerd. Zowel bij een kater als een poes wordt er gesproken van ‘castratie’. Bij de kater worden de testikels weggehaald, bij de poes de eierstokken. Als de baarmoeder van de poes niet afwijkend is wordt deze niet verwijderd. De adviesleeftijd voor castratie van de kater is vijf en acht maanden.

Geslachtshormonen bij de poes bevorderen de ontwikkeling van borstkanker. Borstkanker bij de poes is bijna altijd kwaadaardig. Daarom adviseren we om poezen te laten castreren op een leeftijd van zes tot negen maanden; dus vaak voor de eerste krolsheid.

Na deze ingreep is het erg verstandig uw poes of kater te voeren met een voeding waarvan het energiegehalte is aangepast. De meeste katten worden na de castratie anders snel te dik. Dit heeft een negatief effect op de gezondheid. Wij kunnen voor elke voeding een berekening maken van de hoeveelheid die u kunt gaan voeren.

Chip

Veel katten gaan (per ongeluk) naar buiten. Zij lopen dan het risico te verdwalen of een ongeluk te krijgen. Als ze bij de dierenambulance of het asiel worden aangeboden is het erg belangrijk dat ze weten dat het uw kat is. De meest betrouwbare en veilige methode om dat te bereiken is het aanbrengen van een chip. Dit is een apparaatje zo groot als een rijstkorrel dat onderhuids wordt aangebracht. Meer info.

Ziektekostenverzekering

Er zijn inmiddels meerdere ziektekostenverzekeringen voor huisdieren op de markt met bijna 20 verschillende soorten polissen. Kijk op www.verzekerjehuisdier.nl om deze met elkaar te kunnen vergelijken en een proefberekening te laten maken voor uw eigen wensen. Ons algemeen advies is: verzeker je huisdier!

Heeft u meer vragen over uw kitten kunt u natuurlijk bij ons terecht. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe huisgenootje en hopen snel kennis te maken!

Nuttige links en adressen

Uw kat veilig onder narcose

Uw kat veilig onder narcose

Het onder narcose gaan is voor u en uw kat vaak best een spannende aangelegenheid. Daarom is het fijn om te weten dat uw kat bij ons in goede handen is; wij zijn zeer zorgvuldig met alles rondom de narcose.

Voorbereidingen

Indien de narcose nodig is om een pijnlijke ingreep uit te voeren, dan adviseren wij u de avond ervoor alvast met de pijnstilling te starten. Hierna is het belangrijk dat uw kat geen eten meer krijgt, maar hij of zij mag wel drinken. Hele jonge katten hoeven niet (zo lang) nuchter te blijven qua eten.

Op de dag van de narcose wordt uw kat voorafgaand aan de narcose  uitgebreid nagekeken door één van onze dierenartsen. Indien nodig wordt er nog extra onderzoek gedaan, bijvoorbeeld een bloedonderzoek. Op basis hiervan wordt het meest geschikte narcose plan opgesteld, speciaal voor uw kat. Dit betekent dat zieke dieren een andere narcose krijgen dan gezonde jonge dieren.

Indien uw kat nog geen of onvoldoende pijnmedicatie heeft gehad, wordt dat ook op dit moment gegeven, zodat het werkt tijdens de ingreep. Afhankelijk van de ingreep wordt er een combinatie van pijnstilling gebruikt.

De narcose

Nadat uw kat onderzocht is en het is verantwoord om de narcose toe te dienen, beginnen we vaak eerst met een roesje (premedicatie). In veel gevallen gaat dit via een plastic buisje in het bloedvat van één van de poten, een katheter. Als de premedicatie is ingewerkt, volgt een inleidende slaapstof. Bij katten plaatsen we nu een tube (buisje) in de luchtpijp. Op deze manier kan er voor een optimale zuurstofvoorziening en een vrije luchtweg worden gezorgd. Indien er met een gasnarcose wordt gewerkt, kan dit ook op deze manier worden toegediend. Juist door het combineren van diverse moderne narcosemiddelen, wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau van de narcose.

In de meeste gevallen wordt er ook een infuus aangelegd. Dit is onder andere om de vochtbalans, de bloedsomloop en de bloeddruk op peil te houden. Ook wordt de afvoer van narcose middelen versneld en worden de organen zo ontlast.

Om de narcose goed te laten verlopen, beschikken wij over twee moderne narcose toestellen. De narcose toestellen beschikken beide over beademingsmogelijkheden. Ze worden jaarlijks onderhouden en dagelijks getest en gecontroleerd. Ook is er uitgebreide bewakingsapparatuur aanwezig, zoals hartbewaking, temperatuursonde en een zuurstofmeter. Ook wordt de lichaamstemperatuur in de gaten gehouden. Tot slot is een goede paraveterinair ondanks alle apparatuur onmisbaar. Daarom is er tijdens de gehele narcose altijd een paraveterinair aanwezig om alles goed in de gaten te houden.

Na de narcose

Na afloop van de narcose wordt uw kat goed in de gaten gehouden en kan het rustig wakker worden in de verwarmde opnameruimte. De lichaamstemperatuur wordt na de ingreep gemeten en gemonitord. Mocht uw kat te veel afkoelen, kunnen we een zogenaamde antagonerende injectie toedienen. Deze injectie heft het effect van een van de stoffen in de eerder genoemde pre-medicatie op waardoor uw kat weer snel wakker wordt en weer zelf zijn of haar temperatuur weer beter kan reguleren.

Het toedienen van deze antagonerende injectie is geen standaard handeling, er kleven namelijk ook nadelen aan. Omdat de dieren snel wakker worden kunnen ze erg onrustig en soms zelfs gedesoriënteerd zijn. We hebben dus liever dat dieren uit zichzelf geleidelijk aan wakker worden. Het wel of niet toedienen is een daarom altijd een weloverwogen besluit.

Als uw kat goed wakker is wordt er een tijd afgesproken om uw dier weer op te halen. Nadat u de nodige uitleg heeft gekregen, kunt u uw kat weer lekker mee naar huis nemen.

Oormijt bij de kat

Oormijt bij de kat

Zwart oorsmeer, enorm krabben aan de kop en veel kopschudden, dat ziet u bij een kat die last heeft van oormijt. Oormijten zijn erg besmettelijk. Wanneer er meerdere katten in huis zijn, ga er dan maar vanuit dat ze het allemaal hebben. Gelukkig zijn oormijten, met een juiste behandeling, effectief en snel te bestrijden.

Waar heeft mijn kat last van als ze oormijt heeft?

Oormijt veroorzaakt veel jeuk waardoor uw huisdier heftig aan de oren krabt (ze soms zelfs kapot krabt) en vaak met de kop schudt. De gehoorgang raakt ontstoken en produceert daardoor veel zwart en korrelig oorsmeer.

Hoe stelt de dierenarts de diagnose?

Met behulp van een otoscoop (vergrotende oorkijker) zijn de oormijten gemakkelijk te herkennen als witte, bewegende beestjes die weg kruipen voor het licht van de otoscoop. Bij twijfel kan een huidafkrabsel van de gehoorgang of oorsmeer onder de microscoop bekeken worden. Vaak zijn de mijten of hun eitjes hierin te vinden.

Is oormijt goed te behandelen?

Een infectie met oormijt is snel en effectief te behandelen wanneer u zich aan onderstaande adviezen houdt.

  • Alle katten in het huis moeten tegelijkertijd behandeld worden.
  • De oren moeten voor de behandeling goed gespoeld worden.
  • Het trommelvlies moet intact zijn voordat een behandeling met een oorzalf gestart wordt.
  • Uw dierenarts schrijft een oorzalf voor die de mijten doodt.
  • Maak tijdens de behandeling regelmatig gebruik van een oorcleaner.
  • Houdt de oorschelpen schoon met warm water en een tissue.
  • Maak de plekken waar de katten regelmatig liggen, regelmatig goed (huishoudelijk) schoon.
  • Laat het effect van de behandeling altijd door de dierenarts controleren.

Behandeling van oormijten

  • Oormijten kunnen onder andere behandeld worden door een zalf te gebruiken die de oormijt doodt. De behandeling wordt wekelijks herhaald en moet lang genoeg worden volgehouden.
  • Er zijn ook spot-on (druppel-in-de-nek) behandelingen verkrijgbaar die de mijten kunnen doden. Deze behandeling moet vaak een aantal keer herhaald worden en het effect is wat minder snel dan de zalfmethode. Voordeel is wel dat eventuele in de vacht levende oormijten ook gedood worden.
  • Een combinatie van deze twee behandelingen is natuurlijk ook mogelijk.

Meer over de oormijt

Oormijt komt voor bij honden, katten, konijnen (Psoroptes cuniculi) en fretten. We zien ze het meest bij kittens. De oormijt leeft op de huid van de uitwendige gehoorgang, maar kan ook op de kop, in de nek en op het lichaam van uw dier voorkomen. De mijt leeft van huidschilfers en ontstekingsvocht.

De levenscyclus van een oormijt (van eitjes tot volwassen mijt) kan in gunstige omstandigheden in drie weken rond zijn. Het is een erg besmettelijke parasiet die door direct contact wordt overgebracht, meestal al in het nest. Katten kunnen honden besmetten en andersom! Fretten zijn vaak drager en hebben zelf meestal weinig last van de oormijt.

Twijfelt u of uw dier last heeft van oormijt, maak dan een afspraak bij uw dierenarts.

De oudere kat

De oudere kat

Dankzij de sterk verbeterde zorg en voeding voor onze katten worden ze gelukkig steeds ouder. Dat betekent echter ook dat veel ouderdomskwalen de kop op steken en extra aandacht vergen. Oudere dieren kampen met het verouderingsproces van gewrichten, hart en nieren. En ook mentaal gaan ze, wanneer ze echt hoge leeftijden bereiken, duidelijk achteruit.

De diergeneeskunde is daarin mee veranderd. De jaarlijkse controle (waarop ook de vaccinatie plaatsvindt) is hèt moment om allerlei sluimerende en soms voor eigenaren onzichtbare gezondheidsproblemen aan het licht te krijgen. Meer en meer wordt screenend bloedonderzoek ingezet om al voor er klachten zijn, te kunnen bij sturen. Wanneer een oudere kat onder narcose moet besteden we extra aandacht aan de voorbereiding ervan door bijvoorbeeld de hartfunctie te checken en indien nodig de narcose aan te passen aan het verhoogde risico. Ook hier is een bloedcontrole van de orgaanfuncties een dringend advies.

Bij katten speelt ook regelmatig een hoge bloeddruk mee. Meestal veroorzaakt door een onderliggend probleem (nierziekte) maar in een kleine 20% is de oorzaak onbekend. Een hoge bloeddruk veroorzaakt schade aan diverse organen en moet dus liefst zo snel mogelijk worden opgespoord en behandeld.

Op de onderstaande pagina’s kunt u meer informatie vinden over veel voorkomende problemen bij de oudere kat en wat u er aan kunt doen om deze te behandelen of misschien zelfs kunt voorkomen!

Na een – hopelijk- lang kattenleven moet u gaan nadenken over het onvermijdelijke afscheid. Soms ligt dit heel duidelijk en is de beslissing wel verdrietig en pijnlijk, maar niet moeilijk. Vaak echter ligt het niet zo duidelijk en vergt het goed onderzoek en overleg wat de beste weg is. U kunt er meer over lezen in ons artikel over ‘Euthanasie’. Ook kunt u bij ons het boekje ‘Zijn we niet te vroeg’ krijgen om u goed voor te bereiden op een eventueel afscheid.

Het is fijn dat we langer van onze huisdieren kunnen genieten. Het schept tegelijkertijd ook een hele verantwoordelijkheid. Het vergt soms veel inzet en energie om je dier ook als het oud is geworden een goed welzijn te blijven bieden. Wij helpen daar graag bij.

Aandachtspunten bij de oudere kat

Aandachtspunten bij de oudere kat

Bij oudere katten zien we bepaalde klachten relatief vaak voorkomen. Om de bijbehorende ziekten in een zo vroeg mogelijk stadium te onderkennen, hebben we de meest voorkomende voor u op een rij gezet.

Veel drinken

Niet alleen door nierproblemen kan een kat meer gaan drinken; ook door leverproblemen, schildklierproblemen of suikerziekte kan dat gebeuren. Normaal drinkt een kat van 4 kilo zo’n 200 ml per dag. Zou deze kat meer dan 400 ml per dag drinken, dan is het verstandig om nader onderzoek te doen. Er zou een van de hierboven genoemde problemen een rol kunnen spelen.

Afvallen ondanks goede eetlust

Een actieve oude kat die veel zeurt om eten, goed eet (soms zo schrokt dat hij ervan moet overgeven) en toch (duidelijk) afvalt, is verdacht van een schildklierprobleem. Dit kan worden onderzocht met bloedonderzoek. Een kat van middelbare leeftijd die afvalt ondanks een goede eetlust kan ook suikerziekte hebben. Vaak hebben deze katten suiker in de urine. Als u aan deze ziekte dekt, doet u er verstandig aan wat urine te brengen om te laten controleren. De diagnose kan daarna bevestigd worden met bloedonderzoek. Een kat die ouder wordt heeft ook een grotere kans op de ontwikkeling van gezwellen. Deze gezwellen verbruiken veel energie, waardoor de kat ook veel kan afvallen. Bulten kunnen aan de buitenzijde zichtbaar zijn, maar ook bijvoorbeeld in de buikholte zitten. Dit is de reden dat we bij elke enting de buik goed navoelen.

Afvallen en slecht eten

Ook nierpatiënten kunnen sterk afvallen. Naast het vele drinken en plassen valt op dat ze minder goed eten en vaker overgeven. Door de misselijkheid kunnen ze meer speekselen en daardoor hun vacht vies maken. Vaak is er sprake van een ontsteking in de bek; en ruiken deze katten sterk uit hun bek. Een gebitsprobleem kan ook op zichzelf zorgen voor pijn, daardoor minder eetlust en vermageren. Een goede gebitscontrole hoort daarom bij een grondig algemeen onderzoek.

Screenend bloedonderzoek

Als oude katten (ouder dan 10 jaar) geopereerd moeten worden is het verstandig om vooraf bloedonderzoek te doen. Het narcoserisico is dan beter in te schatten. Daarnaast hoeft u niet altijd aan uw kat te merken dat de inwendige organen minder goed functioneren. Zelfs indien 50% van de nierfunctie verloren is gegaan hoeft een kat nog helemaal geen klachten te hebben. Een narcose kan een dergelijk sluimerend probleem verergeren wanneer daar geen extra voorzorgsmaatregelen tegen worden genomen.

Plassen buiten de bak

Plassen buiten de bak

Een van de meest voorkomende klachten waarmee eigenaren van katten bij de dierenarts komen betreft het incontinent gedrag, plassen buiten de bak. Vaak is hier een duidelijke oorzaak en een goede oplossing voor te vinden. Soms is het lastiger.

In bijna alle gevallen speelt stress een rol. De blaas is bij katten een gevoelig orgaan dat meteen op stress reageert met kramp of een ontsteking. Daarnaast heeft voeding ook invloed op het ontstaan of verergeren van een blaasontsteking. Kristal- of gruisvorming kan een blaasontsteking veroorzaken of onderhouden. Aangepaste diëten zijn dan noodzakelijk. Een bacterie speelt in elk geval maar heel zelden een rol. Als dit al zo is, is daar meestal weer een onderliggende reden voor. U kunt hier meer over lezen in het artikel over de ‘Blaasontsteking bij de kat’. in dit artikel leest u tevens meer informatie over een heel specifiek probleem;  de verstopte kater, ook wel plaskater genoemd.

Katten zijn van nature dieren die graag solitair –  d.w.z. alleen – leven. Wanneer ze in huishoudens leven met meerdere katten dicht om hen heen kan dit al snel stress veroorzaken dat zich onder meer uit in afwijkend plas gedrag. Zelfs wanneer het om nestgenoten (broertje, zusje) gaat en ze ook regelmatig bij elkaar in de mand slapen, kan er toch een basis van onveiligheid en stress zijn. Er zijn een aantal hulpmiddelen die kunnen helpen. Heel soms is het probleem niet op te lossen zolang de beide dieren bij elkaar leven.

  • U dient zoveel kattenbakken te hebben staan als het aantal katten plus één.
  • De kattenbakken moeten op een rustige plek staan, niet allen op dezelfde plek.
  • De kattenbakken moeten zeer regelmatig worden schoongemaakt.
  • Liefst geen kap op de bak (dit houdt geurtjes vast) of heel regelmatig verschonen.
  • Test verschillende kattenbak korrels uit.
  • Gebruik kalmerende sprays als Feliway® of lekker geurende sprays als valeriaan om de bak aantrekkelijk te maken.
  • Zet de bak niet in de buurt van de etensplek.

Schildklierproblemen bij de kat

Schildklierproblemen bij de kat

Een kat die ouder is dan tien jaar en ineens hyperactief wordt, enorme eetlust krijgt en toch vermagerd, is sterk verdacht van een schildklier probleem. De diagnose is snel gesteld en er is een keuze uit wel vier therapie-strategieën. Met goed tot zeer goed resultaat. Dus: aarzel niet en kom langs!

Schildklier

Katten hebben twee schildklieren, gelegen langs de luchtpijp in de hals. Normaal zijn ze niet te voelen, maar bij oudere katten kan een vergroting van één of beide schildklieren optreden. Vaak is de schildklier dan wel door de dierenarts (duidelijk) te voelen. In 98% van de gevallen is dit een goedaardige vergroting. Deze ziekte noemen we hyperthyreoidie en is een van de meest voorkomende hormoon-aandoeningen bij de oudere kat.

De schildklieren produceren het schildklierhormoon thyroxine welke invloed heeft op de stofwisseling van de kat. Als de schildklier vergroot is en dus meer hormoon maakt, gaat de stofwisseling omhoog. Dat heeft effect op de functie van onder andere het hart, de nieren en de lever. Deze moeten harder werken en dat is nadelig voor deze organen.

Klachten

Dit kan zich uiten in de volgende lichamelijke verschijnselen:

  • Vermageren ondanks veel eten
  • Druk en rusteloos gedrag
  • Veel miauwen
  • Soms meer drinken
  • Soms braken en/of diarree
  • Liggen op koele plekken

Een te-snel-werkende-schildklier kan dus veel schade aanrichten aan de diverse organen. O.a. door een te hoge bloeddruk.

Diagnose

De diagnose is te stellen door bloed af te nemen en het schildklierhormoon in het bloed te meten. Vaak worden ook de lever en nierwaarden bepaald, dit is van belang voor de verdere behandeling. Door de hoge bloeddruk kan de nierfunctie beter lijken dan ze is en goede monitoring is dus belangrijk. Dit onderzoek kan op de praktijk gebeuren, u heeft dus snel uitslag.

Behandeling

Er wordt eerst gestart met schildklier remmende medicijnen om het lichaam weer in balans te brengen zodat de organen kunnen herstellen. Na een aantal weken wordt via bloedonderzoek gekeken of de schildklierwaarde weer normaal is (en er geen bijwerkingen op treden). Deze controle wordt met een zekere regelmaat herhaald om de patiënt goed te monitoren en bij te sturen als dat nodig is.

Na het stabiliseren zijn er meerdere behandelmogelijkheden:

  • Medicijnen. De bovengenoemde medicijnen kunnen bij goed resultaat levenslang gegeven worden. Nadelen zijn dat deze medicatie op lange termijn schade kan geven aan de lever en soms jeuk, braken of diarree als bijwerking hebben. Ook is niet elke kat makkelijk pillen in te geven.
  • Operatie. De vergrote schildklier wordt verwijderd. Toch zie je in ongeveer 70% van de gevallen dat de overgebleven schildklier na enkele maanden tot jaren dezelfde problemen gaat geven. Twee schildklieren verwijderen wordt afgeraden. Voorwaarde voor een operatie is dat de kat in goede conditie is, en dat de lever, nieren en hart in orde zijn om de narcose aan te kunnen. Opereren is dus in sommige situaties handig, maar niet in alle.
  • Radioactief jood behandeling. Deze vloeistof wordt ingespoten bij de kat en geeft een definitieve oplossing van het probleem. Er hoeft dus geen operatie te worden gedaan en er zijn geen medicijnen meer nodig! Deze behandeling wordt gedaan in Gent (België). Omdat dit middel wordt uitgescheiden via de urine en ontlasting, moet de kat hiervoor gemiddeld vijf dagen worden opgenomen. Als er kleine kinderen of zwangere vrouwen in huis zijn is het advies de kat 14 dagen langer in opname te houden.  Het is een genezende therapie die op korte termijn even geld kost, maar op langere termijn geld (en vooral het ingeven van medicatie) scheelt.
  • Dieetvoeding. Er is een dieet op de markt gekomen dat zo weinig jodium bevat dat het ook een sterk remmend effect heeft op de schildklier. Voorwaarden zijn: u heeft slechts één kat en deze komt niet buiten. Gelukkig hebben ze meestal (te) goede eetlust en is wennen aan het nieuwe voer meestal geen probleem. We merken dat niet alle patiënten hier baat bij hebben. Sommige hebben toch ook extra therapie nodig.

De keuze voor de juiste therapie is dus maatwerk en kunt u best in overleg met uw dierenarts maken.

Prognose

De prognose van hyperthyreoïdie is over het algemeen goed. Als de aandoening onder controle of opgelost is en de functies van de overige organen in orde zijn, heeft de kat nog een goede levensverwachting.

Teken

Over teken

Teken brengen bij mens en dier ziekten over. De meest bekende is de ziekte van Lyme, die vooral bij mensen ernstige gevolgen kan hebben. Het is dus altijd belangrijk een beet door een teek te voorkomen, of de teek zo snel mogelijk te verwijderen. Teken voorkomen is niet zo eenvoudig. Veel huismiddeltjes werken niet. Wij leggen u graag uit hoe het wel kan.

Biologie van de teek

Teken zijn eigenlijk kleine spinnetjes want ze hebben acht poten. In hun levenscyclus vervellen ze drie maal. De teek heeft meerdere gastheren om zich te voeden nodig, gedurende één tot vier jaar. De larf is heel klein en zuigt bij voorkeur bloed bij kleine zoogdieren zoals de muis of de eekhoorn; dit geldt ook voor de nymf.

Het vrouwtje van de volwassen teek zuigt bloed op grotere zoogdieren zoals honden, katten en de mens. Na ongeveer een week legt ze haar eitjes en sterft dan.

Teken komen voor in bos en kreupelhout. Als een warmbloedig dier voor bij komt, laten ze zich vallen en hechten zich vast aan de huid om bloed te zuigen. Ze zijn het meest actief in vochtige jaargetijden, dus in de lente en de herfst. Ook kunnen ze goed tegen de kou. In droge zomers met veel zonlicht zijn ze weinig actief, maar ze kunnen tot ver in de winter en al in het vroege voorjaar gezien worden.

Klachten

Een tekenbeet geeft bij mensen vaak een rode zwelling en verdikking in de huid, die lang kan blijven bestaan. Ook een overgevoeligheidsreactie is mogelijk. Bij de hond zien we dergelijke rode kringen zelden en is er meer sprake van zwelling als bij een muggenbult.

Teken in Nederland

In Nederland komt vooral de Schapenteek Ixodus ricinus voor. Deze brengt de ziekte van Lyme over, waar vooral de mens gevoelig voor is. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie, Borrelia. Honden en katten zijn minder gevoelig voor deze ziekte. Veel van onze huisdieren hebben wel antilichamen en dus ooit contact gehad met deze bacterie, maar ze worden er (waarschijnlijk) niet ziek van. Ongeveer 20% van de teken is besmet met Borrelia. De bacterie wordt pas na 24 tot 48 uur voeden overgedragen, daarom is het zo belangrijk teken z.s.m. te verwijderen! De verschijnselen zijn: soms koorts, sloomheid en kreupelheid.

Met antibiotica is deze bacterie goed te bestrijden. Als het lang duurt voordat de ziekte onderkend wordt, kunnen de verschijnselen blijvend zijn (en lijken op MS).

Teken in het buitenland

In het buitenland komen andere teken voor, onder andere de Bruine teek Rhipicephalus sanguineus en de Dermacentor teek Dermacentor reticulatus. Deze tekensoorten kunnen na een vakantie door uw huisdier worden meegenomen en in uw huis of auto overleven. Er zijn al sterke aanwijzingen dat de bruine teek zich definitief in Nederland heeft gevestigd. Hoewel de bruine teek een echte hondenteek is, kan hij zich ook aanhechten op katten, konijnen en de mens.

De bruine teek en de Dermacentor teek brengen de ziekte Babesiose over. Daarnaast brengt de bruine teek ook de ziekten Ehrlichiose en de parasiet Hepatozoön canis. Dit zijn vooral ziekten gericht tegen bloedcellen of andere cellen van de weerstand.

De parasiet Babesia bevindt zich in de speekselklieren van de teek en wordt pas na twee tot drie dagen voeden overgedragen op de hond. Babesia beschadigt de rode bloedcellen waardoor er een min of meer snelle bloedarmoede ontstaat. De verschijnselen van de ziekte zijn koorts, bleekheid en geelzucht. De urine wordt rood gekleurd. Vooral pups kunnen snel sterven.

Ehrlichia is een bacterie die zich in de witte bloedlichaampjes vermenigvuldigt. Koorts, bloedarmoede en vergrote lymfknopen kunnen deze ziekte doen vermoeden.

Hepatozoön canis besmet uw huisdier nadat een besmette teek wordt opgegeten, dus niet door het bloedzuigen zelf. Koorts en spierpijn zijn de meest opvallende verschijnselen, maar ook de lever en nieren kunnen ontstoken raken. Sterfte komt na weken tot maanden voor.

Om deze besmettingen zo goed als mogelijk te voorkomen is een goede bescherming tegen teken uiterst belangrijk wanneer u met uw huisdier naar het buitenland gaat.

Tekenpreventie

Er zijn goede spot-on’s (druppel in de nek), tekenbanden en er is sinds enkele jaren ook een zeer effectieve tablet (Bravecto®) die zelfs drie maanden werkt tegen vlooien en teken. Vooral voor zwemmende honden is dit een ideaal middel.

Teken moeten eerst vastbijten en gaan dan pas dood, meestal wel binnen 24 uur na aanhechten. Soms laten ze niet los, maar ze zijn dan wel dood.

Voor buitenlandse teken is een aparte registratie nodig wat niet elk product heeft. Niet elk product werkt dan goed. Laat u door uw dierenarts voorlichten welk middel het best bij uw situatie past.

Teek controle

Een dagelijkse controle op teken is belangrijk. Ze hechten zich vooral vast aan de huid op warme en dichtbehaarde lichaamsdelen van uw huisdier, zoals onder de oren en in de oksel. Men kan de teek het best zo snel mogelijk verwijderen.

Het verwijderen van de teek

Het is van belang dat de teek bij het verwijderen niet wordt beschadigd: dat houdt in, niet aan de teek trekken of draaien, en de teek mag niet worden geplet, samengeknepen of doorboord, want daardoor kan het gebeuren dat de teek zijn maaginhoud leegt in het lichaam van het slachtoffer, waardoor het besmettingsgevaar groter wordt.

Het is niet aan te raden de teek met alcohol of olie te behandelen, omdat dan de kans bestaat dat de teek z’n maaginhoud uitspuugt in het bloed van de gastheer, en daarmee juist een mogelijke besmetting overbrengt. De teek dient zo dicht mogelijk bij de huid vastgeklemd te worden en verwijderd. Daarna moet de huid ontsmet worden met alcohol of betadine.

Teken zijn soms erg klein (soms maar 1 mm). Het is dan lastig om zonder in de teek te knijpen deze te verwijderen. Een teek kan goed worden verwijderd met behulp van een speciale tekenpincet. Dit is een pincet met vrij brede, platte bek, die zich automatisch sluit. De pincet moet van voren om de kop van de teek gezet worden tot vrijwel in de huid van het slachtoffer. De pincet knijpt zichzelf vast, de teek kan dan voorzichtig uit de huid getrokken worden (niet hard trekken). Omdat de tekensnuit de vorm heeft van een kurkentrekker kan draaiend verwijderen helpen.

Vaccineren op maat

Vaccineren op maat

Men zegt wel dat vaccineren de belangrijkste medische ontdekking is van de afgelopen 150 jaar. Vooral wanneer je denkt aan het aantal levens dat vaccineren heeft gespaard, is dit een verdedigbare stelling. Vele ziekten werden ingedamd (of zelfs uitgeroeid) zowel bij mensen als bij dieren. Het verwaarlozen van vaccinatie kan niet zonder grote schade op te leveren voor de volksgezondheid. In het westen zijn we zo onbekend geworden met een aantal besmettelijke ziekten dat we het haast gewoon gaan vinden. Dit leidt soms tot een te gemakzuchtige of zelfs kritische houding naar vaccineren. Het internet staat er vol mee. Ook wij krijgen veel vragen over het nut van vaccineren. De basis wordt op ludieke maar ook kundige manier uitgelegd in het filmpje Zondag met Lubach ‘Vaccineren, FAQ VAC’.

Bedenk wel dat we in de diergeneeskunde alleen maar kunnen dromen over “herd immunity”. Dit is de bescherming van de enkeling die niet gevaccineerd is, doordat een heel hoog percentage van de rest van de populatie dit wel doet. Deze enkeling staat onder de paraplu-en van de rest (filmpje Lubach). Zodra dit percentage (bij mensen) onder de 95% zakt, steken infectieziekten onvermijdelijk weer de kop op. Zie de waarschuwing van het RIVM m.b.t. mazelen bij kinderen.

Kunt u nagaan: slechts 30% van de katten en een kleine 50% van de honden wordt gevaccineerd. Dat betekent eenvoudig dat ziekte uitbraken bij dieren altijd op de loer liggen en er nooit sprake is van deze “herd immunity” – populatie bescherming.

In ons artikel over ‘veelgestelde vragen over vaccineren’ gaan we in op de belangrijkste vragen die wij krijgen.

Waarom voorkomen beter is dan genezen leest u op de pagina ‘voorkomen is beter dan genezen’. Dit een aanvulling op het artikel over het algemeen onderzoek.

Katten laten sowieso slecht zien hoe ze zich voelen en daarom helpen we u graag met enkele tips hoe u uw kat moet ‘lezen’ op de pagina 'wanneer het tijd wordt voor een bezoek aan de dierenarts'.

Vervoer van uw kat

Vervoer van uw kat

54% van de katten eigenaren zien op tegen een bezoek aan de dierenarts en 38% ervaart zelfs stress als ze er alleen al aan moeten denken! Het vervoeren van uw kat naar de dierenarts kan een hele onderneming en uitdaging zijn. Wij willen u graag helpen deze happening minder stressvol te laten verlopen met een aantal tips die hun waarde inmiddels ruimschoots hebben bewezen. En lukt het echt niet: dan kan voor veel zaken een huisbezoek door de dierenarts een uitkomst zijn!

Vervoer uw kat altijd in een goede transportmand

Vervoer uw kat nooit los op de arm of in de auto, maar maak gebruik van een geschikte transportmand. Dit is niet alleen fijner voor de kat, maar bovendien ook veel veiliger. Bij het juiste gebruik van een transportmand kunnen de mand (en uw kat!) bij een eventuele aanrijding niet door de auto kunnen vliegen. Een mand is geschikt wanneer;

  • De bovenste helft er eenvoudig van afgehaald kan worden en er ook weer eenvoudig op kan.
  • Er een goed handvat aan zit en het hekje stevig vast zit.
  • De mand ook aan de bovenkant open kan.

Wij raden om bovenstaande redenen de traditionele rieten manden af. Wilt u hulp bij uw keuze voor een geschikte transportmand? Wij kunnen u helpen bij uw keuze. Mail ons bijvoorbeeld een plaatje van internet wanneer u een aanschaf overweegt.

Laat uw kat wennen aan de vervoersmand

Zet de vervoersmand minimaal enkele dagen voor uw bezoek aan de dierenarts  in de huiskamer en gebruik het als speelhuis voor uw kat. Biedt er regelmatig wat lekkers in aan en leg er altijd een zacht kleedje in zodat het ook gebruikt kan worden als slaapplek. U kunt natuurlijk ook investeren in een mooie en duurzamere oplossing: een reismand en slaapplek in één. Een voorbeeld hiervan is de sleepypod.

Gebruik voor elke kat een eigen mand

Katten erg territorium gevoelig en hierdoor heel erg gericht op (andermans) geurtjes. Een mand van een ander is daarom een no go.

Vervoer uw kat zo comfortabel mogelijk

  • Plaats onderin de mand een handdoek of deken waar de kat dagelijks op ligt. De eigen geuren verlagen de stress. Wanneer uw kat de neiging heeft tijdens het transport te plassen of te poepen, doe dan onder het deken vocht absorberend materiaal. Speciaal luiermateriaal hiervoor is bij ons te koop.
  • Dek de mand af met een (fleece)deken, een kat zit graag beschut. Let hierbij wel op dat de kat nog voldoende lucht krijgt.
  • Maak gebruik van de Feliway spray, het bevat een kalmerend geurhormoon voor katten en wordt ook in veel dierenartspraktijken gebruikt.
  • Vervoer de mand altijd stabiel en horizontaal.

Plek in de auto

Zet de mand achter de bijrijdersstoel (en bij twee katten ook achter de bestuurder) op de grond. Testen met botsproeven hebben aangetoond dat dit een veiligere plek is dan op de bijrijdersstoel of op de achterbank, zelfs wanneer ze worden vastgezet met gordels.

Voor de echte zenuwpezen

Er zijn medicijnen die u 1.5-2 uur van te voren kunt geven wanneer uw kat erg stressgevoelig is. Overleg hierover altijd éérst met uw dierenarts.

Bezoek een kat-vriendelijke praktijk

Wanneer katten begrepen worden en als kat worden behandeld geeft dit een enorme reductie van hun eigen stress en dus ook reductie van de stress van hun baasjes. U zult versteld staan hoeveel dierenartsen de kat nog als een ‘kleine hond’ zien.

Bij de dierenarts

  • Meldt u aan bij de receptie en houdt de mand van uw kat hoog. Veel praktijken hebben hiervoor speciale planken of verhogingen aangebracht.
  • Houdt uw kat weg van honden (ook als u zelf een hond heeft).
  • Ga – indien aanwezig – in de apart voor de kat gereserveerde wachtkamer zitten of in dat deel van de wachtkamer dat voor katten is aangewezen.
  • De meeste praktijken werken op afspraak, de wacht tijd wordt hiermee verkort.

Eenmaal in de spreekkamer:

  • Zet de mand op de tafel of op de grond  en zet het deurtje open.
  • Geef uw kat de tijd om aan de nieuwe omgeving te wennen en uit zichzelf naar buiten te komen. Wil uw kat dit echt niet neem dan de bovenkant van de vervoersmand eraf. Erg angstige katten kunnen in een zelfverdediging schieten. Een handdoek of fleece deken over de kat kalmeert en geeft gelegenheid voor onderzoek.
  • Schudt katten niet uit hun mand. Ook het nekvel grijpen is een uiterst hulp middel (liefst not done – want roept agressie op) en mag alleen gebruikt worden voor veiligheid van de patiënt en of het personeel.
  • Maak gebruik van een babyweegschaal op de tafel. Een kat voelt zich er prettiger dan op de grond.
  • Maak gebruik van een zachte ondergrond als deken of mandje op de onderzoekstafel.
  • Vraag uw dierenarts gebruik te maken van dunne (oranje) naalden, als er geprikt moet worden.
  • Neem overal de tijd voor. Dat kost misschien wat meer, maar maakt van het bezoek een feestje!

Wanneer uw dier moet worden opgenomen dan is een aparte opname voor katten, dus zonder geluid en geur van honden een pre.

De kattenhokken moeten over de juiste afmetingen beschikken (shortstay mag kleiner dan longstay) en van het juiste materiaal zijn gemaakt. Maak gebruik van de bovenkant van de vervoersmand als schuilhuisje (eronder) of ligplek (erop). Dek deze af met een fleecedeken of handdoek.

Katten mogen niet in het hok behandeld worden waar ze rusten en slapen. Haal ze er uit en behandel ze ergens anders. Zo blijft het hok een veilige plek. Dit vermindert stress en versnelt het herstel.

De juiste voeding voor uw kat

De juiste voeding voor uw kat

Dankzij de goede voedingen die tegenwoordig op de markt zijn worden onze katten veel ouder en blijven zij langer gezond. Bovendien kunnen allerlei diëten bijdragen aan het vertragen of zelfs genezen van aandoeningen. We zijn er zo aan gewend geraakt dat we soms vergeten hoe bijzonder dat eigenlijk is!

Voor de verschillende levensfasen zijn verschillende voedingen geschikt die aangepast zijn aan de verschillende behoeftes per levensfase. Kittenvoeding, voeding voor gecastreerde dieren, light voedingen, haarbal controle, orale care, seniorvoedingen, allemaal dragen ze bij aan een beter kattenleven.

Daarnaast zijn er globaal twee trends te ontdekken: mensen die graag zo natuurlijk mogelijk voeren en zij die vooral een goede kwaliteit brokjes willen ongeacht de samenstelling.

Met natuurlijk wordt vaak bedoelt: ‘het moet zo veel mogelijk op de samenstelling van een prooidier lijken’ en dus zo veel eiwit (lees vlees) bevatten als een prooidier. Hierbij wordt zo min mogelijk koolhydraat (suiker) gewaardeerd. De HPM-lijn van de firma Virbac die wij verkopen past daar heel goed bij.

Toch kunnen katten – die van nature inderdaad vleeseters zijn – heel goed uit de voeten met koolhydraten – zolang ze maar verteerbaar worden gemaakt (ontsloten worden). Ook deze stoffen kunnen zij als brandstof gebruiken. Dit scheelt veel vlees en dus kosten bij het maken van deze voedingen. Het is in die zin ook wat duurzamer dan vleesrijke voeding. Dit is voor diervoeding niet anders dan voor onze eigen voeding. 

U heeft dus alle keus. Mocht u daar hulp bij nodig hebben: onze paraveterinairen zijn opgeleid Veterinair Nutrional Advisers en helpen u graag.

Vlooien

Over vlooien

Eén vlooienpaar legt honderden eitjes (10-25 per dag). De eitjes vallen van uw huisdier af. Uit deze eitjes komen larven die zich op de vloer met o.a. huisstof voeden. De larven ontpoppen en tenslotte komen jonge lichtbruine vlooien uit de pop. Dit ontpoppen kan door twee dingen veroorzaakt worden; trillingen en warmte. Wanneer u terugkomt van vakantie liggen de rijpe poppen te wachten. Wanneer u binnen komt lopen springen ze massaal open en merkt u de omvang van de besmetting in huis. De cyclus van vlooien kan in warme tijden (zomer, en winter bij de verwarming) in drie weken rond zijn! In de pop kan een vlo zelfs langer dan een jaar overleven.

Vlooienbestrijding

De volwassen vlo leeft op uw  kat, maar andere stadia van de vlo leven in uw huis. Uw huis is een prima broedplaats voor de eitjes, larven en poppen van de vlo. Ook in de winter is het er lekker warm. Dit betekent dat u niet alleen de vlooien op uw dier moet bestrijden, maar vooral ook in de omgeving. Voor elke vlo die u op het dier vindt, zitten er twintig nieuwe te wachten in huis. Een goede vlooienbestrijding moet zich dus zowel op de vlooien op het dier richten als op die in de omgeving.

Bestrijding in huis

Om uw huis te behandelen kunt u kiezen voor een goede omgevingsspray. Deze spray bevat een middel dat de ontwikkeling van eitjes en larven voorkomt.

Reinig uw huis grondig door zuigen en dweilen. Vergeet niet de stofzuigerzak na afloop weg te gooien in verband met de besmetting met vlooieneitjes en larven. Spray het oppervlak daarna grondig, vooral tapijten, kleden, kieren en ligplaatsen. Enkele uren luchten. Daarna is het belangrijk dit middel te laten hechten aan de omgeving. Dus enkele dagen tot een week niet stofzuigen! Eventueel deze handelingen na een maand nog eens herhalen tegen de poppen die weer zijn uitgekomen. Door zo te handelen werkt de spray een half jaar lang na.

Vlooienbestrijding op uw kat

Voor de bestrijding van vlooien op het dier zijn er vele middelen verkrijgbaar. Zeker als uw huisdier allergisch is, is het belangrijk dat de vlo snel gedood wordt na het contact met het bestrijdingsmiddel. Wij geven u hier graag het advies over dat precies past bij uw dier en uw specifieke wensen en omstandigheden.

Vlooien-allergie

Een vlooienallergie is een uit de hand gelopen afweerreactie tegen het speeksel van de vlo. Deze allergie veroorzaakt een heftige jeuk, vooral op het achterlijf. Om deze allergie te ontwikkelen is één vlooienbeet in de twee weken voldoende. U hoeft dus geen vlooien op uw kat te vinden. Soms zijn ze alleen langs geweest om bloed te zuigen en inmiddels weer van uw dier afgesprongen.

Een echte vlooienallergie is goed te behandelen door een consequente, sluitende vlooien bestrijding.

Behandeling van vlooienallergie

Bij de behandeling van een vlooienallergie zijn er drie onderdelen van belang. Ten eerste de bestrijding van de allergie. Ten tweede een eventuele bestrijding van de huidontsteking en ten derde zorgen voor een goede vlooienbestrijding. De allergie kan worden bestreden met middelen die de afweerreactie normaliseren.

Daarnaast is het belangrijk alle secundaire gevolgen aan te pakken met bijvoorbeeld speciale shampoos

Voortplanting en dracht bij de kat

Voortplanting en dracht bij de kat

De ene katteneigenaar wil graag een nestje, de ander moet er niet aan denken. Het nemen van een goed besluit over het al of niet onvruchtbaar maken van uw kater op poes is soms lastig. Graag zetten we een en ander voor u op een rijtje. U leest dit in de artikelen ‘Castratie van de kater’ en ‘Onvruchtbaar maken van de poes’.

Wilt u toch een keer een nestje, of is uw poes ongepland tóch gedekt, dan komen weer allerlei andere spannende vragen op u af. Hoe gaat het met zo’n dracht? En: hoe gaat de bevalling precies? Wat moet ik doen als het fout gaat? Hoe zie ik dat eigenlijk? En als de kittens pas geboren zijn? Vragen die we bespreken in het artikel ‘De drachtige poes’. De dracht van uw poes stellen we vast als ze ongeveer 25-30 dagen geleden gedekt is. Dan is de mogelijke dracht goed te voelen. Tijdens dit consult bespreken we de meeste vragen al even en maken we een plan voor de hulp rond de bevalling.

Wanneer het echt niet wil vlotten zal de dierenarts tot een keizersnede besluiten. Dit is dan op dat moment het beste en meest veilig voor zowel de poes als haar kittens. Wij zijn in onze praktijk ervaren met en goed uitgerust voor deze ingreep en de (warme) opvang van de pasgeboren kittens.

Wormen

Over wormen kat

Er zijn een aantal worm soorten die een rol spelen bij katten. Een deel ervan is niet voor mensen besmettelijk, maar wel ziekmakend voor de kat zelf. De bekende spoelworm van katten is wel besmettelijk voor mensen. Katten (huiskatten én zwerfkatten) dragen zelfs meer bij aan de omgevingsbesmetting dan honden.

Spoelworm eitjes zijn erg resistent tegen koud of erg warm weer en overleven goed in de aarde. Buiten spelende katten kunnen zich dus gemakkelijk infecteren evenals uw eigen kinderen. Het is van groot belang dat deze infectiedruk wordt aangepakt door alle buitenkatten (en honden) goed te ontwormen. Of: hun ontlasting te laten controleren op wormen.

Katten die prooien vangen of vlooien hebben besmetten zichzelf met lintworm. Deze worm blijft de kop in de darm vastzitten en laat steeds stukjes met eitjes los. Deze ei-pakketjes, proglottiden geheten, zien eruit als rijstkorreltjes en zijn soms aan de anus of in de kattenmand te zien. Katten die veel prooien vangen en eten moeten minimaal elke twee tot drie maanden ontwormd worden. Als uw kat vlooien heeft gehad is een extra ontworming, gericht tegen de lintworm, ook op z’n plaats.

Wanneer uw kat regelmatig in de kattenbak poept kan deze ontlasting ook gecontroleerd worden op wormen. Het is namelijk slechts een klein deel van de katten die wormen heeft en eitjes uitscheidt. Het gericht behandelen van deze groep heeft vermoedelijk meer effect dan blind ontwormen. Er zijn verschillende mogelijkheden om de ontlasting te onderzoeken. Een mooie methode kan in ons eigen lab. Dit spaart kosten en is redelijk tot goed betrouwbaar. U hoeft slechts een kattenbakmonster bij ons te brengen (minimaal 1-2 eetlepels ontlasting van één dag). U krijgt dezelfde dag de uitslag.

Terug naar Katten