Buiten openingstijden 030 – 202 70 70
Dierenkliniek Leusden 033 – 494 44 88
  • Bel ons033 – 494 44 88
  • Buiten openingstijden030 – 202 70 70

Info

Info

  • Algemeen onderzoek jaarlijkse controle
  • Angst voor harde geluiden
  • Atopie bij de hond
  • Licht verteerbaar dieet bij braken en diarree
  • Nooit laten braken m.b.v. zout!
  • Castratie van de reu
  • Castratie van de teef
  • Chocolade vergiftiging
  • Demodex
  • Dracht bij de hond
  • Euthanasie
  • Gebitsproblemen bij honden
  • Kauwstrips voor honden
  • Overgewicht bij uw hond
  • Een nieuwe pup
  • Schilfermijt – cheyletiella
  • Schurft – scabiës
  • Voor fokkers
  • Syndroom van cushing
  • Gebit van uw hond
  • Tanden poetsen hond
  • Tandenwisseling bij de hond
  • Huid en allergie
  • Teken
  • Trombicula
  • Vaccicheck – Zin en Onzin
  • Vaccineren op maat
  • Veelgestelde vragen over vaccineren
  • Nuttige links en adressen
  • Veelgestelde vragen over voeding
  • Vergiftiging
  • Vers vlees voeren
  • Veilig onder narcose
  • Verzeker uw huisdier
  • De oudere hond
  • Voeding voor uw pup
  • De juiste voeding
  • Voortplanting en dracht
  • Overige aandoeningen
  • Vlooien
  • Voedingsallergie en eliminatiedieet
  • Wormen
  • Wormen: onderzoek ontworming

Algemeen onderzoek jaarlijkse controle

Het algemeen onderzoek tijdens de jaarlijkse controle

Herinnering

Elk jaar ontvangen honden en katten een herinneringsoproep voor hun jaarlijkse enting. Een vaccin mag alleen door een dierenarts worden toegediend nadat uw dier is onderzocht en gezond bevonden is. Daarom is het jaarlijks onderzoek van uw hond of kat dat daaraan vooraf gaat net zo belangrijk. Wanneer alles oké is, verloopt dit onderzoek razendsnel. Daardoor denken veel mensen dat hun huisdier “alleen voor een prikje” is geweest. Maar toch is uw huisdier dan grondig gecontroleerd. Graag vertellen we u daarom wat de inhoud is van een algemeen onderzoek tijdens de jaarlijkse controle.

Vast protocol

Uw dier wordt volgens een vast protocol nagekeken en de bevindingen worden vastgelegd in het patiëntendossier. Belangrijk om niks te vergeten en ook later weer te kunnen terugvinden.

Wegen

Voorafgaand aan het onderzoek wordt uw dier gewogen. Het gewicht geeft een heel belangrijke eerste indruk van de gezondheid van uw hond of kat. Overgewicht kan gepaard gaan met problemen en willen we liefst signaleren en helpen bijstellen. Maar ook onverwacht afvallen is reden voor extra aandacht tijdens het onderzoek.

Vragen aan de eigenaar

De dierenarts stelt een aantal algemene vragen. Bijvoorbeeld over het eten en drinken, het plassen en het poepen. Bij niet gecastreerde teefjes wordt gevraagd naar de loopsheid.

Het lichamelijk onderzoek

Dan start het lichamelijk onderzoek. Dit duurt meestal één tot drie minuten als er geen bijzonderheden worden gevonden.

We letten erop of er sprake is van een afwijkend adempatroon. Soms is dit heel subtiel zodat een eigenaar het nog niet eens heeft opgemerkt. Dan zal een hond of kat bijvoorbeeld meer dan normaal zijn buik gebruiken ter ondersteuning van het ademen.

We noemen het net als bij de mens “de pols opnemen” maar doen dat bij dieren niet aan de pols, maar aan een slagader in de liezen. Beter is dan ook om te spreken over pulsatie – de golfbeweging die je aan een slagader kunt voelen en die voortkomt uit de hartslag. De kracht en de regelmaat van deze pols geven dus veel informatie over de werking van het hart.

De temperatuur nemen we alleen op als er aanleiding voor is (meestal dus niet tijdens het jaarlijks onderzoek, maar wel wanneer uw dier niet lekker is).

Er wordt op het oogslijmvlies gelet en de lip wordt opgetild om de roze binnenkant te bekijken, dit geeft informatie over de slijmvliezen. Deze kunnen te licht van kleur zijn (bloedarmoede) of zelfs geel zijn (leverproblemen) maar ook kleine bloedinkjes bevatten – een stollingsstoornis. Verder moeten ze gewoon lekker vochtig zijn (bij uitdroging worden ze droger). Kortom een blik op binnenkant van de lip geeft veel informatie. Vervolgens wordt het gebit beoordeeld: eventuele afwezigheid van elementen, ontstekingen, mate van tandsteenvorming. Een slecht onderhouden en pijnlijk gebit kan aanzienlijke welzijnsproblemen opleveren voor uw dier.

De dierenarts voelt naar bepaalde oppervlakkig gelegen lymfeknopen, bijvoorbeeld in de hals van de hond. Wanneer er ergens in de buurt een ontsteking zit kan de lymfeknoop die dit gebied controleert als gevolg hiervan vergroot zijn. Door alle lymfeknopen af te checken komen we dus ontstekingen op het spoor. Voorbeeld: lymfeknoop in de knieholte is vergroot – er blijkt een ontstoken teennagel te zijn. Zijn alle lymfeknopen vergroot dan is dit reden voor vervolgonderzoek!

De huid, vacht en nagels worden gecontroleerd. Bijvoorbeeld op schilfers, haaruitval, aanwijzingen voor vlooien, kale plekken etc. Wij kijken tevens de oren goed na als onderdeel van de huid.

Het hart wordt beluisterd met de phonendoscoop en soms worden ook de longen ermee onderzocht.

Alleen wanneer er ergens in dit protocol afwijkende zaken worden gevonden, wordt er een vervolgonderzoek gestart of in elk geval geadviseerd (zoals bijv. bloedonderzoek). En wanneer er afwijkingen zijn, kan het soms verstandig zijn de enting even uit te stellen.

Wanneer het allemaal goed is, is uw huisdier dus zeer waarschijnlijk helemaal gezond. En dat is goed om te weten!

Vaccinatie

De vaccinatie die uw hond of kat uiteindelijk krijgt is ook op maat gesneden. Er zijn basis vaccins, maar ook vaccins die u alleen in bepaalde situaties nodig hebt (bijvoorbeeld de rabiës vaccinatie voor het buitenland). Tegen sommige ziekten werkt het vaccin drie jaar, tegen anderen een jaar. Daarom krijgt uw dier het ene jaar een grote en het andere een kleine ‘cocktail’. Welke vaccinatie uw dier nodig heeft wordt met u besproken.

Preventieve gezondheidszorg

Vervolgens neemt de dierenarts met u de preventieve maatregelen door die voor een blijvende gezondheid van belang zijn zoals: ontwormen, vlo- en teek bestrijding en indien nodig gewichtsreductie.

Uiteraard is er altijd tijd voor het stellen van vragen. Soms helpt het om een vragenlijstje bij de hand te hebben!

Angst voor harde geluiden

Angst voor harde geluiden

Op deze pagina informeren wij u over de achtergronden van angst voor harde geluiden en de aanpak die kan leiden tot minder (beleven) van deze angst en het voorkomen van uitbreiding ervan.

 Nogal wat honden zijn bang voor harde geluiden. Het meest bekende voorbeeld is de angst voor vuurwerk, maar er zijn honden die bang zijn voor onweer, de stofzuiger, overvliegende luchtballonnen en noem maar op. Regelmatig leidt de angst voor een enkel geluid tot angst voor andere geluiden. De problemen breiden zich uit.

Oorzaak

De oorzaak ligt deels in een stukje erfelijke aanleg van de hond en voor een belangrijk deel door al dan niet voldoende goede moederzorg in de eerste drie tot twaalf weken van het leven. Het ontbreken van goede moederzorg versterkt de kans op het krijgen van angsten.

Daarnaast kan ook een goed gesocialiseerde hond, zonder specifieke genetische achtergrond, een keer heel erg schrikken van een rotje. De angst van de laatste categorie is doorgaans eenvoudiger te behandelen dan die van de eerste categorieën.

Wanneer erfelijkheid of een niet optimale socialisatie periode een rol speelt kan angst zich snel generaliseren. Het is zaak om in dat geval op tijd te starten met de aanpak ervan. Voorkomen is beter dan genezen.

Ontwikkeling

Pups zitten in een leeftijd van zes maanden tot één jaar in de zogenaamde angstfase. In deze extra gevoelige periode moeten allerlei prikkels geleidelijk en niet geforceerd worden toegediend. Aangezien veel pups in het voorjaar worden geboren zitten nog al wat pups juist rond de jaarwisseling in deze gevoelige periode waarin prikkels allesbehalve geleidelijk worden toegediend. U begrijpt: het is juist nu van belang dat u dit onderkent en uw pup goed begeleidt om te voorkomen dat angsten zich opbouwen.

  • U kunt de confrontatie natuurlijk voorkomen door ergens te logeren (vuurwerkvrije bungalowparken).
  • Het opbouwen van een goede band is de basis voor het voorkomen van angst. Puppycursussen en andere trainingen zijn daarom altijd van harte aanbevolen.

Troosten of niet?

Er is veel verwarring over de vraag of je een dier dat angstig is wel moet troosten. Beloon je daarmee niet juist het afwijkende gedrag, bevestig je daarmee niet dat er is iets is om bang voor te zijn?

Onderzoek heeft uitgewezen dat troosten zeker op de korte termijn goed helpt. Maar het is erg afhankelijke van de context en het individuele dier of dit troosten, wanneer zich dit steeds herhaalt, niet ook een bekrachtiging wordt. Toch is dit zeer de vraag omdat de input die bv. vuurwerk levert aan datgene wat de hond leert veel krachtiger is dan het lerend effect van het troosten. Troosten mag, zeker voor een korte periode.

Het is daarom de meest veilige aanpak om bij angst bij je dier te blijven en zelf een ontspannen houding aan te nemen. Denk aan: tv kijken, een boek lezen, normale routines volgen en het dier normaal aanspreken. Daarnaast blijft het treffen van voorzorgsmaatregelen belangrijk.

Stress signalen en aanpas strategieën

Soms zijn stress signalen subtiel. Je moet ze leren zien. Tongelen, kort snuffelen aan de grond, schudden, stressgapen en hijgen. Elk dier kiest ook zijn of haar eigen strategie om met de stress om te gaan. De een kruipt onder het bed of in de bench, de ander kruipt tegen de baas aan. Dwing je hond niet, laat zijn of haar coping strategie leidend zijn. Sleutel woord is: Relax!

Vuurwerktraining

U kunt uw hond ook een doe-het-zelf-mini-vuurwerk training geven. Gebruik daarvoor verschillende geluiden. gebruik buivoorbeeld speelgoedautootjes met sirenes, klappertjes pistool, trektouwtjes etc.

Houdt een dusdanige afstand dat de hond het geluid net verdraagt zodat hij niet in paniek raakt. Doe ondertussen favoriete spelletjes met uw hond en combineer het leuke met datgene waar hij van slag van raakt. Zo kunt u een koppeling leggen tussen de geluiden en het leuke spel. Ga niet te snel en begin met een grote afstand tussen de geluiden en uw hond.

Er zijn uiteraard ook goede professionele cursussen voor honden die bang zijn voor geluiden. Daarbij is het verstandig uzelf te laten begeleiden door trainers die ook gediplomeerd / geaccrediteerd gedragsdeskundig zijn en met niet te grote groepen werken (max. acht honden) zodat ook individuele aandacht mogelijk is.

Het grote voordeel van de trainingen is dat u de oorzaak zelf aanpakt en niet (alleen) de symptomen.

Medicijnen

Wanneer het niet lukt met trainen alleen kan het nodig zijn om gebruik te maken van (kalmerende) medicijnen. Vraag in de dierenkliniek naar een passend advies voor medicatie.

Nog een aantal overige tips op een rij:

  • Laat uw hond overdag extra lang uit (op een rustige locatiewaar het geen last van vuurwerk heeft) zodat de hond extra moe is.
  • Geef uw huisdier veel afleiding. Begin hier al mee in de middag, ruim voor het vuurwerk begint. Gebruik kauwstaaf, voerspelletjes, Kong en dergelijke.
  • Sluit de gordijnen op tijd zodat uw dier het vuurwerk niet kan zien.
  • Zet uw radio of tv aan (met programma’s met rustige geluiden).
  • Laat uw dier zelf een rustig plekje zoeken. Dek de bench bijvoorbeeld af met een deken.
  • Blijf zelf rustig en houdt uw normale routine aan.

Atopie bij de hond

Atopie bij de hond

Wanneer uw hond veel last heeft van jeuk, regelmatig ontstoken oren, plekken in de lies of oksel of voortdurend aan de voetjes likt, kan het zijn dat het allergisch is voor stoffen in de omgeving.

Wij noemen dit bij dieren atopie, vergelijk het maar met hooikoorts bij mensen. Dieren kunnen er veel of soms maar weinig last van hebben. Er zijn goede behandelmogelijkheden, maar het succes valt of staat met een gedegen vooronderzoek waarbij geen stappen mogen worden overgeslagen.

Wat is atopie

Atopie is een allergie waarbij de stoffen waarvoor uw dier allergisch is (allergenen) het lichaam binnen komen via de luchtwegen of via de huid. De klachten kunnen het hele jaar hetzelfde zijn (en zijn dan niet seizoensgebonden), of alleen in een bepaalde tijd van het jaar optreden (wel seizoensgebonden). Het kan gebeuren dat dieren die een seizoensgebonden allergie hebben uiteindelijk ook het hele jaar door klachten krijgen.

Het is belangrijk om te weten dat atopie bijna nooit helemaal geneest. Meestal is een levenslange behandeling noodzakelijk. Maar met goed onderzoek, een op maat gesneden therapie en een goede begeleiding kunnen de klachten van verreweg de meeste patiënten zeer goed onder controle gehouden worden.

Klachten

De belangrijkste klacht bij de hond is jeuk. Vooral de kop, voetjes, oksels en liezen zijn aangedaan. Dit komt doordat de cellen waarmee het lichaam op die allergenen reageert niet gelijk over de huid verdeeld zijn. Vandaar de typische locatie van de klachten. Ook andere klachten kunnen optreden: astmatische klachten, niezen, verkleuring van de vacht, oogontstekingen, oorontstekingen en anaalklierontstekingen. Soms is een van deze mogelijkheden het enige dat u aan uw hond of kat merkt. Bijvoorbeeld: in 10-15% van de gevallen heeft een atopische hond uitsluitend chronische oorontstekingen.

Seizoensgebonden allergie

In het voorjaar zien we meestal een allergische reactie op boom- of plantenpollen. Er bestaan bloeikalenders waarop u kunt zien wanneer welke boom- of bloemsoort bloeit.

Een dier dat in de nazomer een seizoensgebonden allergie heeft kan ook goed een vlooienallergie hebben. Dit is een allergie tegen vlooienspeeksel. Daarom is het belangrijk dat uw vlooienbestrijding 100% dekkend is. Het onjuiste gebruik van middelen maar ook het niet consequent en op tijd toedienen ervan is er de oorzaak van dat de bestrijding vaak niet succesvol is. Gebruik daarom middelen die makkelijk zijn en u helpen bij het trouw uitvoeren ervan. Overleg met uw dierenarts wat voor uw hond de beste keuze is.

Niet-seizoensgebonden allergie

Stoffen die het hele jaar door voor problemen kunnen zorgen zijn bijvoorbeeld:
huisstofmijt, wol, kapok, veren, huiskamerplanten en huidschilfers (van andere dieren, maar ook van de mens). Ook de voeding kan dan verantwoordelijk zijn voor de allergie. Zie verder onze informatie over de voedselallergie. 

Huidtest

Wanneer een voedingsallergie eerst door middel van een voedingstest is uitgesloten, kan er (ook bij ons) een huidtest gedaan worden. In de huid worden stofjes gespoten om te zien waar uw dier nu precies op reageert. Met deze informatie kan dan een soort vaccin gemaakt worden waarmee we de allergische reactie kunnen uitdoven. Dit heet hyposensibilisatie of ook wel de Antigeen Specifieke Therapie (AST). Voor de huidtest hoeft uw dier niet onder narcose en de test kan al na 20 minuten worden afgelezen.

Bloedtest

Een huidtest doen wij altijd i.c.m. een bloedtest. Dit verhoogt namelijk de ‘pakkans’ en dus het uiteindelijk resultaat. De uitslag van de bloedtest is meestal binnen een week bekend.

Andere therapieën

Wanneer hyposensibiliseren niet mogelijk of succesvol is, kan gekozen worden voor medicijnen die in staat zijn de heftige ontstekingsreacties te onderdrukken. Er zijn dan verschillende mogelijkheden.

Prednison-achtige medicijnen. Ze hebben een bijna gegarandeerd effect, maar de bijwerkingen zijn (zeker op langere termijn) fors. Wanneer toch voor deze medicijnen gekozen wordt dan streven we naar een zo laag mogelijke dosering.

Een veel veiliger middel is een heel selectieve remmer van het immuunsysteem. Het heeft een vergelijkbaar effect als de prednison-achtige medicijnen, maar zonder de ernstige bijwerkingen ervan. Nadelen zijn: het duurt 14 dagen voor het werkt (de eerste periode moet dus met aanvullende medicatie overbrugd worden). De kosten liggen een stuk hoger dan van prednison. Er zijn wel milde bijwerkingen bekend die weer verdwijnen als de behandeling wordt beëindigd.

Het meest recente middel werkt nog specifieker. Het kent geen bijwerkingen en werkt binnen vier uur. Ook dit middel is kostbaar maar geeft een snelle verlichting van de (jeuk) klachten en kan ook voor korte termijn worden in gezet.

Ondersteunende maatregelen

Een zieke huid zal door de slechte functie van de huidweerstand, sneller last hebben van bijkomende infecties. Dit kunnen bacteriële infecties zijn of ze worden veroorzaakt door een gist. De bacteriën en gisten veroorzaken op hun beurt ook weer veel irritatie en jeuk. Veel allergie-patiënten moeten daarom regelmatig voor deze bijkomende infecties behandeld worden.

Shampoos maken ook een belangrijk deel uit van de extra zorg die we de patiënt kunnen bieden. Dit kunnen desinfecterende shampoos zijn (om de bacteriën te bestrijden), maar er zijn ook shampoos die de huid in een betere conditie brengen en de allergenen in de vacht verminderen.

De huidweerstand kan ook verhoogd worden door de huidlaag te verrijken met bepaalde vetzuren. Hiervoor zijn speciale spot-on preparaten ontwikkeld. Deze vetzuren kunnen ook aan de voeding worden toegevoegd. Er zijn speciale diëten op de markt die een aantoonbaar effect hebben op de huidklachten.

Meestal is een combinatie van diverse stenen nodig om de muur tegen de allergie te bouwen. Dit zal per individu verschillen. Wij werken graag met u samen om het leven van uw huisdier te veraangenamen.

Voor meer informatie over allergieën en therapieën kunt u uiteraard bij ons terecht.

Licht verteerbaar dieet bij braken en diarree

Licht verteerbaar dieet bij braken en diarree

Braken en diarree is vervelend voor zowel uw dier als voor u. Veel eigenaren willen er dan ook zo snel mogelijk vanaf. Wij willen u hierbij helpen met onderstaande adviezen.

Wanneer de diarree nog niet langer bestaat dan 14 dagen, spreken we van acute diarree. Meestal wordt dit veroorzaakt door een virus of uw dier heeft iets verkeerds gegeten. Wanneer uw hond last heeft van braken en diarree dan is het verstandig om het dieet aan te passen. Meer hoeft u meestal niet te doen. De meeste dieren verbeteren binnen 24-48 uur. Is dit niet het geval neem dan contact op met de dierenarts.

Wanneer uw dier (vooral) braakt

  • Geef de eerste dag helemaal geen eten en (vrijwel) geen drinken. Het vasten heeft als doel de maag en de darmen weer tot rust te laten komen. U kunt eventueel de tong wat nat maken of een klein bodempje water aanbieden.
  • Het braken moet binnen 24-48 uur wel stoppen zodat u weer met vast voedsel kunt beginnen. Blijft het dier braken dan is een bezoek aan de dierenarts noodzakelijk. Deze zal dan een algemeen onderzoek doen, de uitdroging controleren en een uitgebreid buikonderzoek doen.
  • Wanneer er medicijnen zijn voorgeschreven die het braken moeten verhelpen en uw dier is ook nu niet binnen 24-48 uur gestopt met braken, dan is een controle bezoek noodzakelijk. De dierenarts zal (na een check-up) een aanvullend onderzoek adviseren.

Wanneer er (vooral) sprake is van diarree

Wanneer uw dier niet braakt, maar alleen aan de diarree is en verder geen duidelijke ziekteverschijnselen toont, dan is vasten niet meer op z’n plaats. Het (zieke) maagdarmkanaal heeft juist licht verteerbare en hoogwaardige voedingsstoffen nodig heeft voor het herstel. Vasten zal het herstel nu juist vertragen.

Wat kunt u geven? Begin (indien nodig) met vloeibare voeding en bouw op naar steeds vastere voeding.

  • Begin met orale rehydratie oplossingen. Dit zijn oplosbare zouten die als eerste noodzakelijk zijn voor een herstel en het slechtst door lichaam gemist kunnen worden. Ze voorkomen uitdroging.
  • Het Convalescence Support of de Nutribound flesjes zijn voedingen die voor vrijwel 100% door het maagdarm kanaal wordt opgenomen. Het draagt op deze wijze enorm bij aan het herstel.
  • Geef licht verteerbaar hoogwaardige zachte voeding. Wij adviseren de voedingen van Hills (i/d dieet in verschillende vormen) en Purina Pro Plan. Dit is verkrijgbaar in blik, als worst of als brok die u met water kunt verdunnen tot pap. Het is kant en klaar en geheel aangepast aan wat uw dier nu nodig heeft.
  • U kunt dergelijke voedingen (voor een deel) ook zelf maken. Lijst van voedingsmiddelen die licht verteerbaar zijn:
  • Brinta met water (gebruik GEEN melk) en voeg per halve liter water een theelepeltje zout toe.
  • Gekookte kip, witvisfilet (Tilapia, Pangasius)
  • Gekookte (witte) rijst of (witte) pasta (de laatste bevat ook eiwitten!)
  • Cottage Cheese of andere milde kaassoorten

Het nadeel van het zelf maken van dieetvoeding is dat er essentiële voedingstoffen ontbreken. En dat terwijl darmen die ziek zijn juist optimale voeding nodig hebben. Geef in het begin kleine beetjes en warm het even op in de magnetron of au-bain-marie. U kunt de voeding eventueel vermengen met gekookte rijst en of pasta.

Voedingsschema

  • Dag 1: Eventueel vasten; zie instructies hierboven
  • Dag 2: Geeft veel kleine porties eten verdeeld over de dag b.v. elke 2-3 uur; het moet elke dag een beetje beter gaan
  • Dag 3: Maak de porties geleidelijk wat groter en geef ze minder vaak.
  • Dag 4: Als het goed gaat kunt u nu beginnen met mengen. Het eigen voer mengt u in een kleine verhouding met het dieet. Doe steeds meer van het eigen voer door het dieet en schakel zo langzaam over. Na een week moet uw dier het eigen eten weer kunnen verdragen.

Wanneer moet u weer met ons contact opnemen?

Uw dier mag zich niet slomer of zieker gaan gedragen. Eigenlijk moet het elke dag een beetje beter gaan. Het braken moet zeker binnen 24-48 uur gestopt zijn. De diarree kan wat langer aanhouden soms wel een kleine weken weken. Dit is geen probleem mits het herstel - langzaam maar zeker - doorzet.

Nooit laten braken m.b.v. zout!

Nooit laten braken m.b.v. zout!

Keukenzout wordt regelmatig gebruikt om dieren thuis door de eigenaar te laten braken nadat de hond een ongewenst voorwerp of ongewenste stof heeft opgegeten. Het geven van zout wordt ook op internet vaak genoemd als een ‘eerste hulp actie‘. En ook sommige dierenartsen raden eigenaren aan hun hond te laten braken met behulp van een lepel zout. Recent zijn twee gevallen beschreven waarbij deze actie fataal afliep. Beide honden (een Schipperke en een Skye Terrier) overleden aan de gevolgen van een zoutvergiftiging. Daarom wordt het gebruik van zout als braakmiddel vanwege het risico van een zoutvergiftiging, sterk afgeraden!

Symptomen

De verschijnselen van een opname van te veel zout zijn in eerste instantie maag- en darmklachten. Zout heeft een irriterende werking op het slijmvlies van het maag-darmkanaal. Dit leidt tot braken en diarree en het verlies van eetlust. Er ontstaan zweren op het slijmvlies van maag en darmen. Door de hoge concentratie van het zout in het bloed wordt er vocht onttrokken aan allerlei cellen. Dit leidt tot oedemen. Wanneer ook de zoutconcentratie in de hersenen stijgt dan leidt dit ook hier tot een beschadiging van cellen, bloedingen en infarcten met neurologische klachten (als epilepsie) tot gevolg.  De patiënt wordt rusteloos, prikkelbaar, suf en krijgt spiertrekkingen, toevallen en een te hoge temperatuur. Andere symptomen zijn: veel meer drinken en plassen, snelle ademhaling en hartslag en hartritmestoornissen. Uiteindelijk kan de patiënt in coma raken en sterven.

Hoeveel zout is gevaarlijk?

Toxische effecten kunnen al optreden vanaf 1,9 gram per kg lichaamsgewicht. Bij een Schipperke betekent dit ongeveer 16 gram zout en dat is ongeveer de hoeveelheid van één eetlepel. De Skye Terrier kreeg twee eetlepels zout (30-50 gram – 1,7-2,7 g/kg). Als deze hoeveelheden niet leiden tot braken is de gevaarlijke grens snel bereikt. Bij hersenverschijnselen (zoals epilepsie) is de prognose erg slecht.

Therapie

De therapie is lastig omdat veel methoden die normaal bij vergiftigingen toegepast worden niet werken. Zout bindt ook nauwelijks aan actieve kool (norit). Mocht de patiënt nog niet spontaan braken dan kan het braken alsnog worden opgewekt met de daartoe geëigende middelen. Wanneer het zout al in het bloed verhoogd aanwezig is, is het narcose risico toegenomen. Dit bemoeilijkt de sedatie om – bijvoorbeeld – de maag te spoelen. Verdoven en spoelen wordt afgeraden wanneer er al zenuwverschijnselen aanwezig zijn.
In alle gevallen dat het zoutgehalte in het bloed (sterk) verhoogd is, zijn speciale infusen nodig om dit te corrigeren. Dit vergt het voortdurend meten van het zoutgehalte en kan alleen in bepaalde klinieken plaatsvinden. Een ernstige ‘zoutvergiftigingspatiënt’ is daarom vaak een ‘intensive care patiënt’.

Hoe dan wel laten braken?

Wanneer een hond of kat moet braken zijn daar geschikte injecties voor. Het braken kan op deze manier gecontroleerd plaats vinden. Tegelijkertijd wordt gecontroleerd of de verdachte stof, of het verdachte voorwerp daadwerkelijk is uitgebraakt. Daarbij komt ook nog dat het ook niet altijd de goede keus is om een dier te laten braken.

Een goede begeleiding door uw dierenarts is dus altijd verstandig.

Castratie van de reu

Castratie van de reu

Wij zijn van mening dat castratie van een reu zeker niet standaard moet gebeuren, het is wat ons betreft dus ‘niet castreren, tenzij…’. De argumenten leest u hieronder.

Overwegingen

Bij ingrepen bij dieren is het uitgangspunt dat de integriteit van dieren wordt gerespecteerd. Dit betekent dat ingrepen alleen met een medische indicatie mogen worden uitgevoerd. Onder medische indicatie wordt ook verstaan: om gedragstechnische redenen.

Bepaald seksueel gedrag (markeer gedrag, zwerven rond loopse teven, rijgedrag) wordt goed beïnvloed door castratie. Dit in tegenstelling tot algemeen dominant of zelfs agressief gedrag. Een castratie heeft op dit gedrag geen of niet voldoende effect.

Eventueel kan het effect van een castratie uitgeprobeerd worden met de chemische castratie. De eerste twee tit zes weken kan het gedrag even verergeren om daarna te verdwijnen als het gedrag hormoon afhankelijk is. Mocht het effect niet goed zijn: de remming zal na zes tot tien maanden weer verdwijnen wanneer het middel is uitgewerkt.

Negatieve gevolgen van castratie

  • 2,4-4,3 maal verhoogde kans op prostaat tumoren.
  • Verhoogde kans op sommige kankersoorten.
  • Mogelijk verhoogde kans op orthopedische problemen zoals heupdysplasie.
  • Algehele narcose risico.

Wanneer wel castreren?

  • Perianaalklieradenomen (goedaardige gezwellen naast de anus).
  • Goedaardige prostaat hyperplasie (er is echter een alternatief voor met het medicijn: Ypozane).
  • Sommige hormoon afhankelijke gedragsproblemen.

Gebruik voor bovenste twee bij voorkeur geen chemische castratie kan namelijk verergering geven!

Binnenbal (cryptorchidie)

Uit een artikel van prof. Freek van Sluijs en Chirurg Marijke Peters (2002) blijkt er geen voordeel te behalen (qua levensverwachting) met preventieve chirurgie van de binnenbal. Het hebben van een binnenbal alleen is dus geen indicatie voor een operatie.

Het besluit tot castratie van de reu moet dus in goed overleg en op individuele basis genomen worden en is zeker geen gouden standaard. Wij helpen u graag bij het maken van een beslissing.

Voor meer informatie over chemische castratie.

Castratie van de teef

Loopsheid

Onze honden worden, op een leeftijd van 6 - 18 maanden, voor het eerst loops en de loopsheid kan zich vervolgens één tot drie keer per jaar herhalen. Een loopsheid duurt gemiddeld drie weken. Wanneer de teef vruchtbaar gedekt kan worden verschild per individu maar meestal is dit rond de tiende dag van de loopsheid.

Schijndracht

Vier tot acht weken na het einde van de loopsheid kan een teef schijnzanger worden. Dit is een natuurlijk proces, en geen ziekte. Dit verschijnsel kan echter wel uitgebreide vormen aannemen. De melkklieren worden groter, gaan melk maken en het gedrag verandert soms sterk: veel piepen, aandacht vragen, minder eten, binnenshuis vaak wat slomer, soms gecombineerd met wat agressiever gedrag. Mogelijk treedt nesteldrang op. Soms is het goed de teef te helpen door deze periode in te korten met behulp van medicijnen.

Castratie van de teef

Sterilisatie (het afbinden van eileiders of zaadleiders) wordt alleen bij mensen uitgevoerd. Meestal wordt ervoor gekozen om de eierstokken geheel te verwijderen. Dit wordt ook bij het vrouwelijke dier ‘castratie’ genoemd. In de meeste gevallen is het niet noodzakelijk om ook de baarmoeder te verwijderen, maar het mag wel wanneer dit technisch makkelijker is. Baarmoederontsteking wordt veroorzaakt door de hormonen die door de eierstok worden geproduceerd. Het weghalen van de eierstokken is in principe voldoende om dat probleem te voorkomen.

Waarom castreren?

De belangrijkste reden waarom wij adviseren om een teef te laten castreren, is het voorkomen van borstkanker. Elke loopsheid doet de kans op borstkanker toenemen. Uit onderzoek blijkt dat van de vier teven die niet gecastreerd zijn, er één borstkanker krijgt. De kans op borstkanker is na de castratie voor de eerste loopsheid 50 maal kleiner (0,5 %). Daarnaast krijgen gecastreerde teven geen baarmoederontsteking meer, tenzij er hormonen toegediend worden. Ook is de kans op suikerziekte bij een gecastreerde teef veel kleiner.

Wat zijn de nadelen

Teven die gecastreerd zijn hebben een licht verhoogde kans op het ontwikkelen van urine-incontinentie. Deze hormoonafhankelijke incontinentie is in de meeste gevallen goed te bestrijden met medicijnen. In het algemeen geldt dat grotere honden een grotere kans hebben.

Voor sommige (langharige) rassen geldt dat de vachtstructuur verandert. Andere gevolgen van de castratie zijn sneller overgewicht, en (heel soms) verandering van het karakter.

Type operatie

De operatie kan doormiddel van een standaard buikoperatie uitgevoerd worden of door een (vaak duurdere) laparoscopische methode. De voordelen van de laatste methode staan ter discussie en hebben zeker ook te maken met de gebruikte narcose technieken en goede pijnbestrijding die een moderne kliniek echter ook gebruikt bij de andere techniek. Bij de laparoscopische methode wordt de buik opgeblazen om goed in de buik te kunnen werken. Dit geeft druk op het middenrif en dus op het hart en de longen. Dat is niet erg mits de kliniek maar beschikt over een goede beademing. Het is goed daarnaar te informeren.

Andere anticonceptie?

Het geven van anticonceptiepillen of -prikken raden we sterk af. Uit onderzoek blijkt dat de kans op het ontwikkelen van borstkanker en baarmoederontsteking hierdoor juist toeneemt.

Soms wordt er, ondanks de nadelen, toch voor deze medicijnen gekozen; bijvoorbeeld wanneer u later nog een nestje van uw hond wil, maar nu geen last van de loopsheid wilt hebben. Deze medicijnen kunnen echter ook een negatieve invloed hebben op de vruchtbaarheid van de teef.

Chocolade vergiftiging

Chocolade vergiftiging

Honden kunnen bepaalde stoffen uit chocolade niet zo goed verwerken, waardoor het giftig voor ze kan zijn. Hoe puurder de chocolade, hoe groter het risico. Verschijnselen kunnen variëren van onrust tot een coma. Raadpleeg dus altijd direct een dierenarts wanneer u vermoedt dat uw dier chocolade heeft gegeten.

Waarom is chocolade giftig voor honden?

Chocolade wordt gemaakt van cacao. Cacao bevat de stoffen theobromide en cafeïne. Deze stoffen kunnen niet goed verwerkt worden door het lichaam van de hond. Of de hond er ook daadwerkelijk ziek van wordt, hangt af van het gewicht van de hond en hoeveel cacao hij heeft binnengekregen. Naarmate de chocolade puurder is, bevat deze meer cacao en is daardoor gevaarlijker voor uw dier. Witte chocolade bevat geen cacao en is dus niet gevaarlijk voor honden.

Is chocolade ook giftig voor katten?

Ook katten kunnen niet zo goed tegen de stoffen in chocolade. Omdat katten vrij kieskeurig zijn qua eten, komt chocoladevergiftiging bij katten minder vaak voor.

Wat zijn de verschijnselen van chocoladevergiftiging?

De hond wordt onrustig, drinkt en plast veel en kan gaan braken. Het is mogelijk dat de hond gaat rillen en zelfs epileptische aanvallen krijgt. Bij zware vergiftiging ontstaan er hartritmestoornissen en kan de hond in coma raken. Wanneer een drachtige hond teveel chocolade eet kunnen de ongeboren pups de gifstoffen via de placenta opnemen en aan een te hoge dosis sterven. De eerste verschijnselen treden meestal na vier tot twaalf uur op.

Hoe te handelen bij chocoladevergiftiging?

Wanneer uw hond (mogelijk) chocolade heeft gegeten, is het belangrijk om zo snel mogelijk contact op te nemen met uw dierenarts voor overleg. Houd de verpakking bij de hand en probeer een schatting te maken van de hoeveelheid die uw hond heeft binnengekregen. Wanneer de hoeveelheid te veel kan zijn geweest zal de dierenarts uw hond met een injectie laten braken om zoveel mogelijk chocolade nog uit de maag te krijgen voor het in het lichaam wordt opgenomen.

Wanneer de chocolade al is opgenomen en vergiftigingsverschijnselen zich aandienen wordt uw hond opgenomen en aan het infuus gelegd. Soms is intensievere therapie nodig.

Natuurlijk is voorkomen altijd beter dan genezen. Laat chocolade daarom nooit onbeheerd op tafel staan of in openstaande tassen liggen!

Demodex

Demodex

Puppy’s die op de kop of elders op het lijf ineens kale plekken ontwikkelen die meestal niet jeuken zijn verdacht van een Demodex infectie. Deze infectie gaat meestal vanzelf over, soms is een beetje hulp van medicijnen of een shampoo nodig. In zeldzame gevallen is er sprake van een gegeneraliseerde uitbraak van demodex. Dit is meestal een gevolg van een weerstandprobleem bij het dier en vergt verder onderzoek en uitgebreide therapie.

Wat is puppyschurft? (Demodex canis)

De Demodex mijt komt ook bij gezonde honden en katten in (heel) kleine aantallen op de huid voor. Ze zitten  in de haarfollikels of in buitenste laag van de huid. Ze leven van (afgestorven) huidcellen en talg. Door de aantasting van de haarfollikels vallen de haren uit. Pups en kittens worden in het nest gedurende de eerste levensdagen met deze parasiet besmet. Elke diersoort heeft zijn eigen Demodex, de parasiet is dus niet besmettelijk voor mensen en in de omgeving gaat de mijt snel dood.

Klachten

Er zijn drie vormen van demodicose:

Lokaal

Deze vorm wordt vooral gezien bij jonge honden (drie tot acht maanden oud). Vooral op het lijf, de poten en de kop verschijnen kale plekken, meestal zonder jeuk. Soms is er roodheid en zijn er schilfers te zien. Deze vorm verdwijnt meestal (95%) spontaan in drie tot acht weken en keert zelden of nooit terug. Een behandeling kan de genezing wel versnellen.

Alleen op de voetjes

De huid van de teentjes (vooral rond de nagels) is ontstoken. Er wordt flink aan gelikt waardoor (bij een witte vacht) de voetjes rood verkleuren. Dit kan erg lijken op de rode voetjes die bij allergische huidaandoeningen voorkomen.

Gegeneraliseerde demodicose (zeldzaam)

Als gevolg van een onderliggende ziekte, bijvoorbeeld van het afweersysteem of een stofwisselingsziekte die de afweer vermindert, kan er een (zeer) uitgebreide huidontsteking ontstaan. De ontstoken huid kan roodheid, zwartverkleuring, korsten en zelfs etterende plekken vertonen. De huid is meestal erg pijnlijk en er is vaker sprake van jeuk. Deze honden zijn meestal tussen de twee en vijf jaar oud en kunnen behoorlijk ziek zijn. Een veel uitgebreider onderzoek is noodzakelijk.

Diagnose

De Demodex mijten zijn door de dierenarts te vinden door haren uit te trekken of de huid flink af te krabben met een speciale scherpe lepel en het monster onder de microscoop te bekijken.

Behandeling

  • De lokale vorm geneest meestal vanzelf en een behandeling is meestal niet nodig
  • De gegeneraliseerde vorm moet wel behandeld worden. Daarbij is het opsporen van de onderliggende ziekte en de behandeling ervan, belangrijk voor het resultaat.
  • Verder moet de soms de bijkomende bacteriële huidontsteking behandeld worden (antibiotica, desinfecterende shampoos etc.)

Controle

De controle van de behandeling vindt plaats door middel van huidafkrabsels. Wanneer op twee verschillende momenten (met een maand tussentijd) de huidafkrabsels negatief zijn is de patiënt genezen. Bij de gegeneraliseerde vorm blijft echter continue alertheid geboden.

Dracht bij de hond

Dracht bij de hond

Op deze pagina wij u antwoord op vragen die vaak leven rond de dracht en de bevalling van de teef. Lees dit goed door en heeft u nog vragen over – aarzel dan niet deze aan ons te stellen via de email of een telefoontje.

Op ongeveer 25 dagen na de (vermoedelijke) dekking kan er een afspraak gemaakt worden zodat de dierenarts kan voelen of uw teef inderdaad drachtig is.

De hond is gemiddeld 63 dagen Het kan enkele dagen langer of korter zijn, dit hangt onder meer af van het aantal pups dat de teef draagt. Een groot nest zal eerder komen.

Vanaf 42 dagen zijn de botjes van de pups zo van kalk voorzien, dat je ze op een röntgenfoto goed kunt zien. Aan de hand van het aantal schedeltjes kan het aantal bepaald worden. Dit doen we niet standaard omdat röntgenstraling ook risico’s met zich mee brengen. Ook kan er een echo gemaakt worden. Tellen is met een echo een stuk lastiger 100% zeker te doen, daar en tegen is een echo weer veel veiliger.

De teef kan meer eetlust krijgen, geef daar echter niet aan toe. Wanneer de teef een goede kwaliteit brok krijgt en in een normale conditie is, heeft ze tijdens de dracht niet meer voeding nodig. Meer voeding (vaak puppybrokjes) is pas nodig tijdens de top van de zoogperiode, twee-drie weken na de geboorte.

Zorg ervoor dat de teef in een normale conditie is en goed gevaccineerd is. Het beste is wanneer de teef enkele weken voor de dekking haar laatste inenting heeft gehad. Maar wanneer de enting jaarlijks goed is bijgehouden is dat ook prima. Wanneer de teef drachtig is dient zijt wee weken vóór en twee weken ná de bevalling ontwormd te worden, aangezien de pups al in de baarmoeder, maar ook via de moedermelk met spoelwormen besmet kunnen worden.

Zorg voor een goede, veilige werpkist en laat de teef daar al ruim voor de bevalling aan wennen.

Zorg voor de zekerheid voor een bus puppymelkpoeder (met flesje) die gebruik kan worden als (een van) de pups niet voldoende kunnen of willen drinken.

De bevalling zelf

Op de dag van bevallen komen er meestal een soort slijmdraden uit de vulva van de teef. Het kan zijn, dat de teef deze al zelf weggelikt heeft, maar als je dit ziet, dan is het vaak een teken dat ze binnen 24 uur gaat bevallen. Gedragssymptomen zijn verschillend: de ene teef wordt onrustig, en wordt aanhankelijk. De ander wilt met rust gelaten worden en trekt zich terug.

De eerste pup moet de gehele geboorteweg nog voorbereiden voor de rest. Het uitdrijven van de eerste pup neemt dus meer tijd in beslag dan de rest van de pups.

Weeën kunt u aan de buitenkant niet zien. Alleen aan het onrustige gedrag van de teef kunt u zien dat ze weeën heeft. Dit kan bij de eerste pup wel 24 uur duren.

Persen met de buik (in poephouding al dan niet liggend) is een teken dat de persweeën zijn begonnen en de echte bevalling gaat beginnen. Deze fase kan bij de eerste pup 1-2 uur duren.

Het vruchtwater kan wat groen/geel van kleur zijn. Dit is geen meconium maar een kleurstof die langs de rand van de moederkoek (placenta) voorkomt. Het is normaal mits de bevalling gewoon vlot door gaat.

Meestal duurt het 15-30 minuten voor de volgende pup zich aandient. Maar het mag 1-2 uur duren. De teef kan dan ook gewoon haar normale dingen gaan doen, bijvoorbeeld eten en drinken en vooral: het drooglikken van het zojuist geboren pups. Kijk hier dus niet raar van op.

Na enige tijd raakt de teef weer ‘in zichzelf gekeerd’ en volgt de volgende geboorte.

Het uitdrijven mag nu niet langer dan 15-25 minuten duren.

Wanneer u een stuitligging ziet (u ziet hakjes en een startje naar buiten komen) pak dan tussen twee vingers de hakjes beet en (zonder al te veel te trekken) voorkom dat de pup tijdens de rust fase van de perswee weer naar binnenschiet. ‘Trek’ zo de pup er rustig maar kordaat uit.

De pup komt eruit in een vlies. Deze likt de moeder van de pup af waarbij ze de navelstreng doorbijt. Doet ze dit niet dan kunt u het vlies kapot maken en eventueel op 3 cm afstand van de buik van de pup met garen de navelstreng afbinden en de placenta (moederkoek) eraf knippen. Vaak wil de teef de nageboorte opeten. Dat is op zich heel natuurlijk gedrag (eiwitbron) maar leidt nogal eens tot diarree. Weghalen is daarom beter.

De eerste dagen na de bevalling heeft de teef ook nog last van wat uitvloeiing. Dit duurt ongeveer een week tot tien dagen. Deze gaat langzaamaan van wat rood naar heldere vloeistof. Mocht dit niet zo zijn: het blijft rood, het stinkt of het ziet er naar u idee afwijkend uit, neem dan contact met ons op!

Na de bevalling

Het is belangrijk dat de pups binnen 12-24 uur bij de moeder drinken. De reden hiervoor is dat de darmen van pups slechts in dat korte tijdsbestek antistoffen kunnen opnemen zodat deze in het bloed komen. Daarna blijven de antistoffen alleen in de darmen aanwezig en geven een lokale weerstand. Deze is voor sommige ziekten niet voldoende – daarom zijn antistoffen in het bloed zo belangrijk.

Mochten zij niet zelf naar de moeder gaan, dan de pups voorzichtig aanleggen aan de tepel van de moeder. Houdt dit goed vol en controleer het resultaat van het drinken door de pups te wegen.

Het is belangrijk om het gewicht van de pups dagelijks te monitoren. Bepaal het uitgangsgewicht op de dag dat ze zijn geboren. Pups mogen (i.t.t. mensen baby’s) nooit afvallen!

Ongeveer tien dagen na de geboorte moet het gewicht ongeveer verdubbeld zijn. Valt een pup af dan is dit een teken dat er iets niet goed gaat en dat het niet genoeg melk binnen krijgt. Dit kan aan de moeder liggen (melkproductie?) maar ook aan de pup. Als de pups niet goed drinken, voer ze dan bij met daar voor geschikte moedermelk vervangende melk. Voer dan vooral de grootste pups bij, zodat de zwaksten zo veel mogelijk moedermelk kunnen drinken.

Vanaf drie tot vier weken kunnen de pups gaan wennen aan vaste voeding en brokjes. Zet een bakje met geweekte brokjes in het hok, zo komen ze er spelenderwijs mee in aanraking.

Pups mogen vanaf zeven tot acht weken bij de moeder weg. Laat de pups in een zo huiselijk mogelijke omgeving opgroeien en laat ze gedurende deze periode goed socialiseren met bv. kinderen, andere honden etc.

Ontwormen moet vanaf twee weken leeftijd. 90% van de pups krijgt nl. al een wormenbesmetting mee via de baarmoeder en de moedermelk. Het ontwormen gebeurd op twee, vier, zes en acht weken. Daarna elke maand tot een leeftijd van zes maanden.

De pups moeten op zes weken hun eerste vaccinatie krijgen (meestal bij u thuis in het nest) en op 9-10 en 12-14 weken volgende dan de andere entingen. Daarna pas weer op éénjarige leeftijd.

Wanneer contact opnemen met de dierenarts?

  • Indien de dracht langer duurt dan 68 dagen.
  • Als de genoemde termijnen tijdens de bevalling overschreden worden.
  • Indien de teef onrustig blijft terwijl u denkt dat er geen pups meer te verwachten zijn.
  • Als de pups niet (voldoende) groeien.
  • Afwijkende uitvloeiing of uitvloeiing die niet minder wordt, langer dan 1 week aanhoudt, of uitvloeiing die stinkt.
  • Ziekteverschijnselen bij teef of pups; denk daarbij vooral aan vieze oogjes, snottebellen en verminderde eetlust.
  • Warme/hete melkklieren dit pijnlijk zijn. Vaak wil de teef dan niet dat de pups bij haar drinken.

Euthanasie

Euthanasie

Het moment is onafwendbaar dat u – na een lang leven van plezier en het delen van moeilijke en mooie momenten met uw hond of kat – moet beslissen over het einde ervan. Het lichaam is op en het koppie nog prima, maar andersom kan ook. U moet beslissen of het leven nog dierwaardig en of euthanasie nu geboden is. Bijna iedereen vindt dit een loodzware beslissing. Graag helpen wij u met enkele overwegingen en het op een rij zetten van alle mogelijkheden.

Aan de hand van uw verhaal en onder andere een klinisch onderzoek door de dierenarts wordt gekeken wat er aan de hand is en of er nog behandelopties mogelijk zijn. Daarnaast wordt er gekeken wat de kwaliteit van leven voor uw hond nu en op de lange termijn is. Langskomen betekent dus niet dat uw hond direct wordt ingeslapen! Er wordt altijd een eerlijke afweging gemaakt en soms zijn er opties waar u nog niet aan had gedacht.

Als blijkt dat er geen behandelopties mogelijk zijn en de kwaliteit van leven niet goed meer is, helpt de dierenarts u het juiste moment van euthanasie te bepalen. De dierenarts let erop dat uw hond niet ondragelijk gaat lijden, wanneer het door emoties voor u moeilijk kan zijn om objectief te blijven. Er wordt bijvoorbeeld besproken waar u op moet letten en wat de verwachting zal zijn. Ook wordt er gekeken wat er nog gedaan kan worden om het voor uw dier zo comfortabel mogelijk te maken. denk hierbij bijvoorbeeld aan goed afgestemde pijnstilling.

Als het moment van euthanasie daar is, wordt er voor u en uw hond alle tijd genomen. U heeft de tijd om rustig afscheid te nemen, foto’s te nemen, en eventueel uw kinderen te begeleiden. In de praktijk hebben we hiervoor een aparte kamer ingericht zodat u zich niet opgejaagd hoeft te voelen door andere afspraken. Of u de praktijk kiest als plaats van afscheid of de dierenarts juist liever thuis wilt laten komen is helemaal aan u. Zolang het afscheid zich laat plannen staan alle opties open. In spoedgevallen hebben we deze keus helaas vaak niet.

De dierenarts zal van tevoren steeds vertellen wat er gaat gebeuren. Uw dier zal altijd eerst een narcose krijgen waardoor het uiteindelijk niks meer zal voelen en merken. We proberen dit vaak via het bloedvat te geven, dat is het minst gevoelig en het werkt snel. Dit kan niet altijd. Dan wordt de prik in de spieren toegediend. Wanneer uw dier echt in narcose is, zal het niet meer reageren op prikkels. Het is goed om te weten dat de oogleden ook verslappen en dus open staan. De reactie op de prikkels geeft echter heel goed aan dat uw dier echt niks meer mee krijgt. Vervolgens wordt een tweede injectie toegediend waardoor uw dier komt te overlijden. Dit kan op verschillende manieren en ook dat zal u uitgelegd worden. Als uw dier eenmaal is overleden (de dierenarts geeft dit duidelijk aan) kunt u nog wel kleine bewegingen zien. Dit zijn stuipen of stuipjes. Een rimpeling door de spieren, soms nog een soort zucht of ademhaling (laatste samentrekking van de ademhalingsspier). Het is goed om hierop voorbereid te zijn, ze komen soms plotseling en kunnen je laten schrikken. Het heeft echter niets meer met leven te maken, het hoort bij een net overleden dier.

Omdat dit laatste spannender leest dan het is kunnen kinderen er gerust bij zijn. Meestal verloopt alles rustig en er wordt van tevoren uitgelegd wat er gaat gebeuren. Ook is het afscheid nemen van hun geliefd dier vaak een goede mogelijkheid om hen kennis te laten maken met een rouwproces. Het helpt vaak met de verwerking van dit afscheid. Dat neemt niet weg dat u uw kind(eren) het beste kent en zelf kunt beslissen wat u het beste lijkt. Ook zonder dat kinderen erbij zijn kunnen ze afscheid nemen door vooraf een tekening, een pootafdruk of een foto te maken.

Hoe gaat het dan verder? Er zijn verschillende mogelijkheden.

  • Het is in Leusden toegestaan uw dier (mits het niet al te groot is) op eigen terrein te begraven. Doe dit goed diep. D.w.z. graaf een gat van minimaal een meter diep.
  • Het kan ook officieel op een dierenbegraafplaats zoals Klaverweide in Hoevelaken.
  • U kunt uw hond ook laten cremeren, individueel of met enkele andere honden. Als uw hond individueel gecremeerd wordt, kunt u de as in een strooibus terugkrijgen of er een urn bij uitzoeken. De as kunt u bewaren, in de urn of strooibus bijzetten, of zelf uitstrooien bijvoorbeeld op het meest geliefde plekje van uw huisdier. Gezamenlijk gecremeerde dieren worden over zee uitgestrooid. Hier leest u meer over deze optie.
  • In bepaalde gevallen kunt u ook het lichaam van uw hond ter beschikking stellen aan de wetenschap. U dient hiervoor toestemming te verlenen en het Dier-Donor-Codicil te ondertekenen.
  • Tot slot kunt u uw hond bij ons achter laten voor destructie; dan wordt hij of zij met andere dieren vernietigd. De huidige regelgeving geeft aan dat dieren niet meer in diervoeding terecht mogen komen.

Tot slot. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u deze altijd aan ons voorleggen. We zullen u altijd helpen het afscheid goed en gedenkwaardig te laten verlopen, zodat u er op een goede manier op terug kunt zien.

Gebitsproblemen bij honden

Gebitsproblemen bij honden

Veel honden hebben in meer of mindere mate gebitsproblemen. Dit komt onder andere omdat veel honden geen gebitsverzorging krijgen (bijv. poetsen). Als wij onze tanden niet dagelijks zouden poetsen, zou ons gebit er net zo uitzien als dat van veel honden.

Een slecht gebit kan zeer pijnlijk zijn voor uw hond, maar dit laten ze vaak niet merken. De meeste eigenaren merken vaak pas na een gebitsbehandeling het verschil! Vaak wordt er gedacht dat het dier ‘gewoon oud is’; tot na de behandeling: dan zijn ze ineens speels en levendig. Ook het feit dat uw dier goed eet, zegt niets over het wel of geen pijn hebben. Ze eten vaak door totdat het zeer ernstig is.

Aanwijzingen die kunnen duiden op een gebitsprobleem bij uw hond zijn onder andere een slechte adem, anders kauwen (op één kant, brokjes laten vallen), slecht eten, kwijlen, niet bij de kop willen worden aangeraakt, minder spelen, wrijven aan de snuit, veel tandsteen en rood tandvlees.

Daarnaast is een slecht gebit vaak een bron van infectie. Dit kan zeker bij oudere dieren of dieren met een verzwakte afweer leiden tot ontstekingen van belangrijke organen, zoals het hart, de alvleesklier of de nieren.

“Gebitsproblemen bij de volwassen hond kunnen onder andere bestaan uit parodontitis & wortelpuntabcessen, afgebroken tanden of kiezen, wortelkanaalontsteking.”

Parodontitis & wortelpuntabcessen

De meest voorkomende aandoening is parodontitis. Dit kan variëren van een beetje tandplak of wat rood tandvlees tot zeer veel tandsteen met pus en heftig ontstoken tandvlees. Uiteindelijk komen de tanden en kiezen los te zitten of kan er een wortelpuntabces ontstaan. Soms ontstaat er dan onder het oog een zwelling. Dit alles is uiteraard zeer pijnlijk. Deze aandoening komt vaker voor bij kleinere hondenrassen dan bij grotere hondenrassen.

Parodontitis en het hiermee gepaard gaande leed kan voorkomen worden door gebitsverzorging. Poetsen is net als bij ons het allerbeste. Voor meer informatie kunt u hier verder lezen.

Afgebroken elementen & pulpitis

Bij honden die op harde dingen kauwen (bijv. botten, stenen, stokken) kan er soms een tand of kies (af)breken. Het wortelkanaal kan dan bloot liggen, waardoor er een wortelkanaalontsteking ontstaat. Een afgebroken tand of kies is een spoedgeval. Buiten het feit dat een open wortelkanaal zeer pijnlijk is en het een bron van bacteriën is die in de bloedbaan terecht komen, kan het element dan soms nog worden behouden. De behandeling bestaat uit een wortelkanaalbehandeling of het verwijderen van de afgebroken tand of kies.

Het kan voorkomen dat er een stukje van het glazuur is afgebroken. Bijvoorbeeld na het bijten op iets hards. De tand of kies wordt hierdoor erg gevoelig, omdat de zenuwkanaaltjes open komen te liggen. Ook kan het op den duur ontstekingen veroorzaken.

Afhankelijk van bijvoorbeeld de plek waar het glazuur is afgebroken, kunnen we de plek sealen. We brengen dan een hard beschermlaagje over de glazuurbeschadiging heen, waardoor er geen pijn en ontstekingsrisico meer is.

Bij honden die met een balletje of een stok spelen, zie je vaak slijtage van de elementen. Dit gaat echter langzaam, waardoor de tand of kies tijd heeft om een soort korstje over het wortelkanaal te maken. Daardoor komt het wortelkanaal (meestal) niet bloot te liggen, zoals het geval is bij een breuk.

Wilt u weten hoe het gesteld is met het gebit van uw hond, dan kunt u een afspraak voor een gebitscontrole maken. Heeft u nog vragen? Dan helpen wij u graag verder.

Kauwstrips voor honden

Er zijn globaal drie soorten kauwstrips voor honden.

  • Hele zachte (zoals Dentastix) raden we af.
  • De gemiddeld harde kauwstrips (zoals bullepezen, opgerold of plat) raden we aan met kanttekening.
  • De hardere kauwstrips (zoals de kunststof kauwstrips, keiharde botten en bijvoorbeeld hertengeweien) raden we sterk af.

De hele zachte kauwstrips zijn zeer smakelijk en zijn in een mum van tijd opgegeten. Het effect van deze kauwstrips zit dan ook niet in het mechanisme van het kauwen. Er zitten volgens de fabrikant stofjes in die tandplakvorming remt. Er wordt wel 80% vermindering geclaimd. Deze beweringen zijn echter nooit hardgemaakt in gedegen wetenschappelijk onderzoek. Daar komt bij dat deze kauwstrips veel zout bevatten en daarmee een extra zout belasting betekenen in het totale dieet van uw hond. Hierom en vanwege het gebrek aan bewijs van de effectiviteit ervan, raden wij deze kauwstrips af.

De extra harde kauw materialen lijken echt bij te dragen aan de mechanische reiniging van het hondengebit – en dat doen ze ook! Er is echter een groot nadeel aan verbonden: er is een groot risico op het breken van elementen op deze harde materialen. Ook de wolf in het wild heeft misschien minder last van tandplak en -bederf, maar breekt vaak de kiezen of tanden op de harde botten van hun prooien. Een gebroken element is erg pijnlijk en kan snel ontstoken raken met alle gevolgen van dien. Ook deze kauwstrips moeten we dan ook sterk af raden.

De beste kauwstrips zijn die strips waarbij je met de duimnagel een klein krasje kunt maken. Een hond is er een klein halfuur mee bezig en belast het gebit goed. Wanneer deze strips maar recht-toe-recht-aan zijn gemaakt kan er niet veel mee mis gaan. Dit is anders als er rare hoekjes of knopen aan zitten die als laatste stukje overblijven, In hun gulzigheid kunnen deze in z’n geheel worden ingeslikt en deze kunnen dan al in de slokdarm of verderop in de darmen vast lopen. Neem dus platte strips of bullenpees rolletjes zonder knopen.

Gezond tandvlees bloedt niet. Wanneer u bloedsporen op de kauwstrips vindt, betekent dat het zelfde wanneer u bloedend tandvlees bij het poetsen heeft: er is sprake van tandvleesirritatie, ontsteking of zelfs parodontitis en het is tijd om de dierenarts naar het gebit te laten kijken!

Overgewicht bij uw hond

Help, mijn hond is echt te zwaar!

Niet alleen mensen vinden afvallen een pittige klus, ook voor onze huisdieren is dit lastig. Het heeft alles te maken met:

  1. Kennis – wat geef ik nu eigenlijk precies op een dag.
  2. Beweging – hoeveel beweegt mijn dier nu echt, schrijf het eens op.
  3. Patronen – wat zijn mijn gewoontes, hoe en wanneer krijgt mijn dier iets extra’s en wat geef ik dan eigenlijk.
  4. Een stok achter de deur. Veranderingen hebben tijd nodig. Het helpt enorm als je aan de hand genomen wordt door bijvoorbeeld vaste weegmomenten en goede adviezen om bij te sturen.
  5. Volhouden. Elkaar stimuleren en helpen. Voor je het weet heb je een nieuwe gewoonte gevonden die wel werkt!

Het programma Feedwise kan een snelle berekening maken als alle informatie is verzameld. Soms is deze stap al zo ontdekkend dat een oplossing voor de hand ligt en eenvoudig is. Vaker moet de hoeveelheid voeding naar beneden worden bijgesteld of het bewegingspatroon verbeterd worden. Een echt dieet om te helpen met afvallen kan ook erg helpen. Deze voedingen bevatten meer vezels (het vullend effect verminderd honger gevoel) of stoffen die inwerken op het ervaren van verzadiging. Welke route voor uw dier het beste past komt voort uit de berekening en de opvolgende weegmomenten. Daarbij geldt: doe wat werkt en stop met wat niet werkt!

De beloning is groot. Niet alleen ziet u zelf dat uw dier fitter wordt en gelukkiger is. Soms verdwijnen bepaalde gezondheidsproblemen zoals kreupelheden en slecht uithoudingsvermogen als sneeuw voor de zon.

Al met al neemt de levensverwachting en de levenskwaliteit toe!

LET OP: er worden ook serieuze gezondheidsproblemen als oorzaak voor overgewicht gezien. Het is daarom zo belangrijk dat juist wij als dierenartsen dit project met u op starten. Het verdere traject wordt vervolgens begeleid door onze voedingsconsulente (dierenarts-assistente).

Een nieuwe pup

Een nieuwe pup

Wij begeleiden u en uw pup graag gedurende de eerste belangrijke levensmaanden. Hiervoor hebben wij een puppyconsultatie programma in het leven geroepen. Een soort consultatiebureau voor pups dus.

Kwam een pup vroeger alleen op de vaccinatie momenten, nu mag u ook komen op de leeftijd van vier, vijf en zes maanden. Deze momenten wordt u begeleid door één van onze paraveterinairen. Vooral de gebitswisseling en de groei vormen belangrijke aandachtspunten. Deze paraveterinaire consulten zijn kosteloos. Omdat tijdens deze laatste consulten alleen maar leuke dingen gedaan worden en we belonen met veel knuffels en brokjes, doen we er alles aan een leuke relatie te ontwikkelen met uw pup!

De vaccinaties

Via de moedermelk heeft uw pup – als het goed bij de moeder gedronken heeft en de teef goed is gevaccineerd – afweerstoffen meegekregen. Deze stoffen beschermen uw pup enkele weken tot enkele maanden heel goed.
Als de pup goed gedronken heeft en veel antistoffen heeft binnen gekregen, kunnen deze antistoffen soms wel drie maanden overleven. Daarna moet de pup eigen antistoffen opgebouwd hebben.  Wanneer een pup gevaccineerd wordt kunnen de antistoffen van de moeder deze vaccinatie blokkeren. Omdat we niet precies weten wanneer deze antistoffen verdwenen zijn moet er meerdere keren gevaccineerd worden.
Daarnaast hebben sommige onderdelen van de enting een booster nodig. Dit is een herhalingsvaccinatie die – door het aanspreken van het geheugensysteem van het immuunsysteem – dan pas een volledige respons geeft en voldoende bescherming biedt.
Waarom wij er niet voor zijn om pups te titreren leest u op de pagina vaccineren op maat.

Het basis vaccinatie schema voor het eerste levensjaar is:

Leeftijd Vaccineren tegen:
Zes weken Parvo en Hondenziekte
acht tot negen weken Parvo en Leptospirose (L4) en besmettelijke hondenhoest
Twaalf weken Parvo, Leptospirose (L4), leverziekte, Hondenziekte
Hondsdolheid (rabiës) (als u met de hond naar het buitenland wilt)
Zes tot twaalf maanden Alles herhalen
Besmettelijke hondenhoest en rabiës alleen indien nodig

Het is verstandig jaarlijks te vaccineren. Een jaarlijkse vaccinatie is echter niet voor alle ziekten nodig. Bij het vaccin dat wij gebruiken, ontstaat voor bepaalde ziekten waartegen wordt gevaccineerd een bescherming van minimaal drie jaar. Dit geldt voor Parvo, Hondenziekte, Leverziekte. Tegen de Leptospirose familie moet echt elk jaar worden gevaccineerd. Deze familie veroorzaakt ook (ernstige) ziekten bij de mens en het vaccineren van honden heeft dus ook alles te maken met de volksgezondheid.

Vaccineren tegen hondsdolheid

Er is een wettelijke verplichting uw hond tegen hondsdolheid (rabiës) te vaccineren wanneer u met uw hond naar het buitenland wilt. Deze vaccinatie moet minimaal 21 dagen en maximaal drie jaar oud zijn. Dit laatste geldt voor het specifieke vaccin die wij in onze kliniek gebruiken. De rabiësvaccinatie moet apart in het Europees paspoort van uw hond of kat vermeld worden. Er zijn landen die aanvullende (soms erg strenge) eisen stellen. Op de website van het Landelijke Informatie Centrum Gezelschapsdieren (LICG), staan de eisen per land vermeld.

Ontwormen

Wormbestrijding begint al op hele jonge leeftijd. In het eerste half jaar van het leven gaat dit vooral om spoelwormen, daarna spelen ook andere wormen, met name de lintworm, een belangrijke rol.

Pups worden al in de baarmoeder met wormlarven besmet. Onmiddellijk na de geboorte worden alle pups met wormen besmet via de moedermelk, dit gaat door tot de pups gespeend worden. Daarom is een goede ontworming in het eerste levensmaanden erg belangrijk, ook in verband met het feit dat mensen, vooral kinderen, vatbaar zijn voor een wormbesmetting.

Wormen kunnen de afweer van uw pup onderdrukken. Daarom is het belangrijk dat al ruim voor de eerste vaccinatie met ontwormen wordt begonnen. Anders kan het immuunapparaat onvoldoende op de vaccinatie reageren. Wij adviseren het volgende schema:

Ontwormen, op een leeftijd van twee, vier, zes en acht weken, daarna elke maand tot en met zes maanden leeftijd. LET OP: ook de teef moet op deze momenten ontwormd worden.

Vanaf een leeftijd van 6 maanden kunt u uw hond elk kwartaal standaard ontwormen, maar u kunt er nog beter voor kiezen om elk kwartaal de ontlasting te laten onderzoeken. Daarover leest u op de pagina “Over wormen, vlooien en teken”. Informatie over regionale wormbesmettingen en ontwormingsadvies worden gegeven door het onafhankelijke ESCCAP.

De voeding

Een goede puppyvoeding is tegenwoordig maatwerk. Het is sterk afhankelijk van het ras en de snelheid van de groei. Onze paraveterinairen zijn goed geschoold om u hierover precies te kunnen adviseren. Daarbij kunt u een complete ‘voeding-bijsluiter’ en een proefverpakking van ons meekrijgen met daarop informatie over de juiste hoeveelheden.

Geef geen extra’s in de vorm van pap, pens of vlees (zeker geen rauw vlees!). Ze veroorzaken vaak een verstoring van de uitgebalanceerde voeding en (onder meer) een risico voor wormbesmetting.

Chip

Het is het sinds 1 april 2013 wettelijk verplicht dat pups voor zeven weken leeftijd gechipt worden en voor acht weken leeftijd worden ingeschreven door de fokker bij een databank. Via een registratiebewijs is dit te controleren. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van Chip je dier. Heeft u vragen of twijfels over de juiste chipregistratie van uw pup, neem dan contact met ons op.

Ziektekostenverzekering

Er zijn inmiddels meerdere ziektekostenverzekeringen voor huisdieren op de markt met bijna 20 verschillende soorten polissen. Op verzekerjehuisdier.nl kun je deze polissen met elkaar vergelijken en een proefberekening laten maken voor uw eigen wensen. Ons algemeen advies is: verzeker je huisdier! Zie verder onze informatie over verzekeren.

Schilfermijt – cheyletiella

Schilfermijt – cheyletiella

Jonge honden met veel schilfers in hun vacht en een beetje jeuk zijn verdacht van de vachtmijt, ook wel ‘wandelend roos’ genoemd. Het is een onschuldige infectie die met de juiste middelen snel voorbij is.

Vachtmijt

De vachtmijt komt voor bij de hond, de kat, het konijn en de cavia, maar deze hebben steeds hun eigen soort mijt. Geïnfecteerde dieren kunnen als een soort contactallergie ook jeuk en rode vlekjes veroorzaken bij mensen, vooral op de armen en het bovenlijf.

De mijt maakt tunnels in de bovenste laag van de huid en in huidschilfers en heeft een cyclus van vier weken. De eitjes van de mijt kleven aan de haren en deze haren vormen dan ook het grootste risico voor besmetting.

Meestal wordt deze besmetting al in het nest opgelopen waardoor de mijt vooral (maar niet uitsluitend!) bij jonge dieren wordt gezien. Met een vergrootglas kan men de mijt als bewegende huidschilfertjes waarnemen vandaar de bijnaam ‘wandelend roos’.

Klachten en diagnose

De klachten kunnen erg variëren. Soms is er nauwelijks sprake van jeuk, andere dieren hebben er erg veel last van. Vaak wordt vooral bovenop de rug veel haar verloren en met name bij honden valt de typische overmatige schilfering op. Bij (langharige) katten zijn de klachten meestal subtieler. Soms is er alleen sprake van het typische ‘katteneczeem’ (miliaire dermatitis) of alleen maar kaalheid. De diagnose wordt gesteld door de mijt of diens eieren tussen de afgenomen haren aan te tonen, bijvoorbeeld door na het kammen het materiaal met een vergrootglas te bekijken. Ook kan gezocht worden met de plakband methode of kunnen veel huidschilfers verzameld worden met de stofzuiger. Het monster wordt vervolgens onder de microscoop onderzocht.

Behandeling

De vachtmijt is goed te behandelen met de meeste spot-on formuleringen (druppel in de nek) tegen vlooien.
De kans op herstel is groot, meestal binnen tien dagen tot vier weken. Wel moeten alle dieren waarmee contact is geweest behandeld worden en is het verstandig om de omgeving goed (huishoudelijk) te reinigen om herinfectie te voorkomen. Eventuele plekjes bij mensen verdwijnen vanzelf wanneer de mijten bij het dier eenmaal weg zijn.

Schurft – scabiës

Schurft – scabiës

Wanneer uw hond of kat zich extreem krabt en wanneer daarbij ook kleine rode plekjes of bultjes gezien worden, moet u denken aan een vorm van huidschurft die ‘scabiës’ genoemd wordt. Secundaire huidinfecties en het vele krabben kunnen uw dier zelfs algemeen ziek maken. Gelukkig zijn deze schurftmijt en de bijkomende infecties, goed te behandelen.

Waar heeft mijn hond of kat last van als het huidschurft (scabiës) heeft?

Scabiës veroorzaakt opvallend veel jeuk, rode plekken en bultjes die na kapot krabben overgaan in korsten, schilfers en kaalheid. Bijkomende bacteriële infecties verergeren het beeld. De mijten hebben een voorkeur voor de dun behaarde huid en dus worden de beschadigingen vooral gezien aan de oorschelpen (met name randen), ellebogen, hakken en buik. Ook de voetjes zijn vaak betrokken. De rug van de hond of kat blijft meestal gespaard. De hond of kat kan algemeen ziek zijn en vermageren door de jeuk (en dus veel krabben) de bijkomende infecties en de verminderde eetlust.

Hoe stelt de dierenarts de diagnose?

Door diepe huid-afkrabsels te maken kán de mijt gevonden worden, maar dat lukt niet altijd. Daarom sluit een negatief onderzoek de mijt niet uit en kan soms toch voor behandelen gekozen worden op basis van de klinische verschijnselen. Het positieve effect van de behandeling is dan alsnog bewijzend voor de infectie.

Is huidschurft goed te behandelen?

Huidschurft (scabiës) is goed te behandelen. Er zijn spot-on’s op de markt die om de vier weken worden gedruppeld om de parasiet te doden. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn de bijkomende bacteriële infectie te bestrijden met een antibioticumkuur en of shampoos.

Kan ik scabiës voorkómen?

Vermijdt contact met dieren die lijden aan scabiës, en hanteer een strikte algemene hygiëne.

Kan ik ook huidschurft (scabiës) krijgen?

Mensen die in contact komen met honden die huidschurft hebben kunnen ook klachten krijgen. Ze kunnen kleine rode en jeukende bultjes op armen of bovenlijf krijgen. Wanneer de mijt bij het dier is behandeld, verdwijnt hij ook snel bij de mens. Soms is een aanvullende behandeling nodig. Neem bij twijfel contact op met de huisarts.

Meer over scabiës

Scabiës bij de hond wordt veroorzaakt door een mijt die officieel ‘Sarcoptes scabiei’ heet. De huidschurft van de kat heet ‘Notoedres cati’ en lijkt erg op de scabiës mijt van de hond. De mijt zelf leeft op de gastheer, buiten die gastheer kan hij onder gunstige omstandigheden één tot drie weken overleven (bij kamertemperatuur slechts twee tot zes dagen). De mijt leeft in de diepere lagen van de huid. Hier graaft ze gangen en legt ze eitjes. De hele cyclus speelt zich af in de huid. De mijten worden door direct contact overgedragen.

Voor fokkers

Voor fokkers

Dierenkliniek Leusden biedt fokkers speciale arrangementen toegespitst op ieders eigen omstandigheden en situatie. Bijvoorbeeld als het gaat om:

  • De voorbereiding van de dekking (progesterontesten i.s.m. de Universiteit voor Gezelschapsdieren te Utrecht).
  • Controle dracht.
  • Achterwacht en begeleiding rond de bevalling.
  • Nestbezoek en entingen.

Voor overleg en informatie kunt u met ons mailen of een afspraak maken met dierenarts Bakker.

Syndroom van cushing

Syndroom van cushing

Honden die steeds meer gaan drinken, een goede tot zeer goede eetlust hebben, een wat bolbuikje krijgen en waarvan de vacht er dunner uit gaat zien, kunnen lijden aan het Syndroom van Cushing. Dit is een hormoonziekte die regelmatig voorkomt bij grote en vooral kleine rassen. Vaak zijn deze dieren verder niet ziek, wel neemt hun uithoudingsvermogen af. De diagnose is redelijk eenvoudig te stellen. Er is een goede therapie voor die in veel gevallen kan zorgen voor een lang een gelukkig honden leven.

Wat is het syndroom van Cushing precies?

Het syndroom van Cushing is een tumorziekte van de bijnier of de hypofyse waarbij een te grote hoeveelheid cortisol wordt geproduceerd. De verschijnselen zijn vergelijkbaar met het gebruik van hoge doses prednison.

Cortisol, ook wel het stresshormoon genoemd, wordt gemaakt in de bijnieren. De productie ervan staat onder controle van een hormoon dat in de hypofyse (een hersenaanhangsel) gemaakt wordt. Cortisol is in normale hoeveelheden van belang voor de energie huishouding van het lichaam. Wanneer de bijnier te veel cortisol aanmaakt, of de hypofyse te hard aanstuurt, raakt de balans verstoord. In beide gevallen is de oorzaak een tumor. In 85% van de gevallen betreft dit een goedaardige tumor in de hypofyse en in 15% betreft dit een (kwaadaardige of goedaardige) tumor in de bijnier.

Wat zijn de klachten precies?

Om de verschijnselen van deze aandoening te begrijpen kijken we eerst naar wat cortisol in de normale situatie doet en vervolgens wat de verschijnselen zijn bij een teveel aan cortisol.

Cortisol zorgt voor een stijging van het suikergehalte in het bloed (meer energie). Doordat de suikerspiegel stijgt, zal het lichaam reageren met het aanmaken van insuline (verlaagt de suikerspiegel) om het suiker in een goede balans te houden. Bij een teveel aan cortisol blijft de suikerspiegel stijgen. Het hongergevoel neemt toe, en de patiënt heeft erge dorst. 10% van de honden met deze ziekte heeft dan ook suikerziekte gekregen omdat de insuline productie om de balans te herstellen, gewoonweg tekort schiet.

Cortisol bevordert de aanmaak en opslag van vet, met name in de buik. Veel patiënten hebben dan ook een dikkere buik.

Cortisol remt de aanmaak van eiwit de bouwstenen van (ondermeer) huid en vacht. De huid is vaak opvallend dun met een dunne vacht. Soms is de patiënt deels kaal (vooral de flanken).

Hoe wordt de diagnose gesteld?

  • Bloedonderzoek
    Naast een toegenomen eetlust, is het meest opvallende symptoom de enorme dorst en de grote plassen die deze patiënten doen. Daar zijn echter meer redenen voor en daarom wordt eerst een uitgebreid bloedonderzoek gedaan. Hierdoor krijgt de dierenarts vaak al een belangrijke aanwijzing voor het syndroom van Cushing.
  • Urineonderzoek
    Vervolgens wordt de hoeveelheid cortisol in de urine gemeten. Die is bij Cushing patiënten namelijk verhoogd. Omdat dit hormoon een stress gevoelig hormoon is, dient de urine altijd thuis in een rustige periode te worden opgevangen. Er worden op drie ochtenden plasjes opgevangen, waarbij voorafgaand aan het opvangen van het laatste plasje tabletjes gegeven worden (zie de aparte instructie).
  • Aanvullend onderzoek
    Afhankelijk van de resultaten van het bloed- en urineonderzoek, volgt een buikecho (voor de bijnieren) of een hersenscan (voor de hypofyse). Beide onderzoeken worden gedaan om vast te stellen of een tumor eventueel nog chirurgisch verwijderd kan worden en of hoe de prognose (kans op genezing) is. In de hersenen is de tumor goedaardig maar kan erg groot worden en op den duur neurologische klachten veroorzaken (1:10). Op tijd verwijderen van deze tumor geneest de patiënt volledig. De tumor in de bijnier is nogal eens kwaadaardig. De echo geeft informatie of er al sprake is van uitzaaiing en groei van de tumor in de omgeving.

Wat is de therapie?

  • Operatie
    Zowel een tumor van de hypofyse als van de bijnier kan (soms) operatief verwijderd worden.
  • Medicijnen
    Vetoryl ® remt de productie van cortisol. Bij dit medicijn is de juiste dosering erg individueel en komt de dosering precies omdat bij te hoge doseringen teveel andere hormonen ook geremd worden. Daarom moet na het instellen van de juiste dosering, elke drie maanden een bloedcontrole plaats vinden om de juiste balans te waarborgen.

Kosten

De kosten van onderzoek en therapie kunnen voor u als eigenaar een rol spelen. Misschien ook afhankelijk van de kans op genezing (en dus de informatie uit het onderzoek). Heeft u daarover vragen: stel ze gerust. Dan kunnen wij u helpen de juiste afweging te maken.

Gebit van uw hond

Het gebit van uw hond

Het gebit van huisdieren heeft de laatste decennia steeds meer aandacht gekregen. In ruim twee maanden tijd wisselt het gebit van uw hond van melk- naar volwassengebit. Een hele onderneming. Wist u dat in deze periode de meeste spoedgevallen van de tandheelkunde vallen?! Om deze reden begeleiden we u in deze periode intensief op onze puppyconsultatie momenten op vier, vijf en zes maanden leeftijd van uw pup. Hoe het wisselen gaat leest u in het stuk over ‘Tandwisseling bij de hond’.

Inmiddels weten we dat veel pijn en lijden voorkomen of opgelost kan worden door een goede gebitsverzorging en tijdig ingrijpen bij problemen. Een goede verzorging betekent: goed poetsen. U leest er over in ‘Poetst u al het gebit van uw hond?’ maar ook goede informatie over de betere kauwstrips kan niet ontbreken.

Ondanks al onze inspanning maar zeker als het poetsen niet lukt, kunnen er allerlei gebitsproblemen ontstaan. Problemen die gepaard gaan met stank en pijn. U kunt er over lezen in het stuk over ‘Gebitsproblemen bij honden’.

Voorkomen is beter dan genezen maar als er dan pijnlijke problemen zijn moeten ze zo snel mogelijk worden opgelost. Er is alleen één probleem: dieren laten deze pijn zelden merken. We hebben echt grondig onderzoek en dentale röntgenfoto’s nodig om ze in beeld te krijgen. Een jaarlijkse en voor veel dieren zelfs halfjaarlijkse controle is dan ook onontbeerlijk. Zo kunnen we dieren op tijd helpen. Wij beschikken over goede apparatuur en de tandheelkundige kennis om dit te kunnen doen.

Tanden poetsen hond

Poetst u al het gebit van uw hond?

Het poetsen van het gebit van uw huisdier is belangrijk om gebitsbederf te voorkomen of in elk geval te vertragen. De veroorzaker van gebitsbederf is tandplak.

Tandplak is een opeenhoping van bacteriën die zich verschuilen in een beschermlaagje, de zogenaamde bio-film. Deze wordt door de bacteriën zelf aangemaakt om zich te beschermen tegen invloeden van buitenaf, zoals bijvoorbeeld antibiotica. Tandplak is dan ook op maar één manier te bestrijden en dat is poetsen!

De tandplak veroorzaak een tandvleesontsteking (gingivitis) net onder het randje van het tandvlees. Met goed poetsen en ontsmetten is dit proces te genezen of minstens af te remmen.

Het tandvlees zit met een strak ‘bandje’ ook wel het epitheliaal ligament’ vast onder aan de kroon van de tand of de kies. Het vrije randje van het tandvlees is slechts 0.5 – 1 mm diep en wordt een ‘sulcus’ genoemd. Tandplak is in staat om het stevige epitheliale ligament kapot te maken, eenmaal kapot is het definitief kapot. Vanaf dat moment praten we niet meer over een tandvleesontsteking maar over een parodontitis. Dat wil zeggen dat de ontsteking dieper langs de wortel de kaak in dringt. De ontsteking zorgt uiteindelijk voor botresorptie (kaakbot verdwijnt) en dat is een pijnlijk proces.

Dieren laten deze pijn niet of nauwelijks merken, dat is hun aard. Veel eigenaren zijn dan ook verrast wanneer we – bijvoorbeeld door op de kies te tikken – laten zien dat de kies weldegelijk pijnlijk is.

Tandenpoetsen

Doel van het poetsen is dus: tandplak bestrijden en het proces van gingivitis naar parodontitis voorkomen. Is er eenmaal sprake van een parodontitis dan proberen we verder schade zoveel mogelijk te voorkomen door te poetsen.

Het aanleren van het poetsen gaat het beste in verschillende fases; neem hier rustig de tijd voor, zodat het leuk blijft. Het is belangrijk dat uw dier het leuk vindt, dus beloon uw dier na het poetsen.

  • Fase 0 – wen uw dier eraan dat u met uw vingers de bovenkaak via de huid (dus aan de buitenkant) mag masseren. Lukt dit goed ga dan eens met uw vingers aan de binnenkant van de lip op de kaak masseren.
  • Fase 1 – Bij honden kunt u een gaasje om uw vinger doen; bij katten kunt u een wattenstaafje gebruiken. Wrijf met vervolgens over de tanden en kiezen. U zult zien dat het gaasje geel verkleurt – dit is de plak!
  • Begin met de buitenkant van de boven hoektanden, die zijn het makkelijkste te bereiken. Als dit goed gaat, kunt u verder gaan met de buitenkant van de bovenste kiezen en/of de snijtanden. Als laatste kunt u de buitenkant van de onderste kiezen en eventueel zelfs de binnenkant van de kiezen poetsen.
  • Fase 2 – Wanneer dit goed lukt gebruik dan tandpasta (voor hond of kat) op het gaasje. Tandpasta voor mensen is niet geschikt, omdat dit fluoride bevat. Dit is giftig voor honden en katten.
  • Fase 3 – Wanneer uw dier dit allemaal goed toe laat, vervang het gaasje dan voor een zachte tandenborstel die past bij de grootte van de mond van uw dier. Gebruik ook nu dus de tandpasta (voor hond of kat) (CET-tandpasta of Orozyme)

Poets de tanden van uw dier op deze manier minstens één keer per dag; vaak werkt dit het makkelijkst als u het op een vast moment doet.

Daarnaast kunt ook Dentisept® gebruiken. Dit is een gel dat ook chloorhexidine bevat en langer blijft plakken wanneer u dit langs de tanden en kiezen aanbrengt. Gebruik dit twee keer per week. Zo worden de bacteriën constant bestreden.

Poetsen na een behandeling van het gebit

Tijdens het wisselen of na een gebitsbehandeling waarbij tanden of kiezen zijn getrokken, moet u voorzichtig zijn met het poetsen. De mond is dan erg gevoelig en het poetsen kan dan pijnlijk zijn. Als er tanden of kiezen zijn getrokken, kunt u na circa drie tot vier dagen weer met het poetsen op de niet-pijnlijke plekken. Na zeven tot tien dagen kunt u voorzichtig aan weer overal poetsen.

Gebitscontrole

Het is verstandig om het gebit van uw dier minstens eens per jaar te laten controleren. Wij doen dit standaard bij het jaarlijks onderzoek (bij de vaccinatie). Zijn er echter problemen of het poetsen lukt niet: kom dan elk half jaar.

Poetsinstructie

Mocht het poetsen niet lukken, dan kunt u bij onze paraveterinairen terecht voor een poetsinstructie. Indien het poetsen dan alsnog niet lukt, vertellen wij u graag meer over alternatie vormen van gebitsverzorging

Tandenwisseling bij de hond

Je kunt je het haast niet voorstellen, maar in drie maanden tijd is het hele gebit van uw hond gewisseld. Meestal verloopt dit vanzelf, maar soms gaat het niet helemaal zoals het hoort.

Leeftijdsschatting

De volgorde waarin de melkelementen doorbreken en de leeftijd waarop deze vervangen worden door permanente elementen is soort specifiek. Er is individuele variatie en verschil afhankelijk van het ras en de grootte van het ras. Grote rassen wisselen meestal iets vroeger dan kleine rassen.

Tijdstip van doorbraak en wisselen

  Doorbraak melkgebit Aantal melkelementen Wisselperiode of doorbraak Aantal permanent
Voortanden 3-4 weken 12 3-5 maanden 12
Hoektanden 3-5 weken 4 5-6 maanden 4
Kleine kiezen 4-12 weken 12 4-6 maanden 16
Grote kiezen N.v.t. Geen 4-6 maanden 8-12

Wisselen

In de kaak, onder het melkgebit, groeien de volwassen elementen. Door de groei van het volwassen element lost de wortel van het melkelement steeds verder op. Uiteindelijk hangt het melkelement alleen nog maar aan het tandvlees en valt eruit. Een normaal wisselend element heeft dus uiteindelijk geen wortel meer.

Bijten en diarree

Tijdens het wisselen hebben honden veel de neiging om meer te bijten dan normaal. Let tijdens deze periode erop dat u uw hond niet aanleert dat het normaal is om u te bijten! Blijf duidelijk uw grenzen aangeven. We zien vaak dat de honden meer speekselen dan normaal, vaak stinken ze ook een beetje uit de mond. Daarom is het verstandig om juist in deze periode voorzichtig uw hond te leren om hun gebit te laten poetsen. Ze leren dat dit een normale handeling is, de stank uit de mond is veel minder en het is belangrijk het wisselen in de gaten te houden. Tijdens het wisselen is het echter verstandig nog niet echt te poetsen, maar vooral te oefenen met aan de mond mogen zitten, de lippen optillen en honden tandpasta (lekker!) op de elementen te smeren, zonder te poetsen. Dit omdat de mond pijnlijk kan zijn tijdens het wisselen en de melkelementen zwakker zijn dan volwassen elementen en daardoor makkelijker af kunnen breken.

Een enkele keer hebben de honden in deze periode ook wat dunnere en onregelmatige ontlasting. Bij honden met staande oren gaan deze soms tijdelijk hangen. Dit heeft te maken met de verhoogde calcium behoefte voor het groeien van de tanden en kiezen. BELANGRIJK: geef geen extra calcium in het eten, anders kunnen er juist groeiproblemen ontstaan; goede commerciële voeding bevat voldoende!

Persisterende elementen

Soms verloopt het wisselen niet goed. De melkelementen gaan er dan niet uit. Dit noemen we persisterende melkelementen. Te veel gebitselementen in een te kleine ruimte veroorzaakt standsafwijkingen van de elementen. Ook kunnen er haren en voedselresten tussen de elementen blijven zitten. Dit veroorzaakt vervolgens een tandvleesontsteking. Deze ontsteking en de eventuele standsafwijkingen kunnen beschadigingen veroorzaken en pijnlijk zijn.

Vooral de melkhoektanden blijven nogal eens zitten. Ook hiervoor geldt dat ze de stand van de permanente hoektanden beïnvloeden. Als u dus op zes maanden leeftijd nog melkhoektanden naast de volwassen hoektanden in de mond ziet doet u er verstandig aan om ernaar te laten kijken en dit te laten corrigeren.

Overige gebitsproblemen bij pups

Bij jonge dieren kunnen sommige elementen ontbreken. Dit kan zijn omdat ze nooit zijn gemaakt. In andere gevallen zijn ze wel gemaakt, maar blijven ze verstopt zitten onder het tandvlees. Door middel van een behandeling kunnen ze soms toch nog doorkomen. Ontbrekende elementen kunnen ook cystes vormen in het kaakbot en voor veel ellende zorgen. Het is altijd raadzaam een foto te maken om te zien of een element echt niet is aangelegd of dat er sprake is van een verborgen probleem.

Ook kunnen de elementen een afwijkende stand hebben. Wat regelmatig gezien wordt is dat één of beide van de onderste hoektanden te ver naar binnen staan en in het gehemelte prikken (linguoversie). Dit is erg pijnlijk en geeft een continue ontsteking van het gehemelte. Het is belangrijk om hier op jonge leeftijd (rond drie tot vier maanden leeftijd) al aandacht aan te besteden, omdat het anders een levenslang probleem kan worden.

Naast een afwijkende stand van de elementen, kan ook de stand van de kaken afwijkend zijn, bijvoorbeeld bij een onder- of een overbeet. Dit komt regelmatig voor bij honden en ‘hoort’ bij sommige rassen. Uw dier heeft dan meer kans op het ontwikkelen van gebitsproblemen (met name tandsteen en parodontitis) en gebitsverzorging is dan extra belangrijk.

Tot slot: melkelementen kunnen gemakkelijk afbreken. Bijvoorbeeld door te wild te spelen met een flostouw. Vaak wordt gedacht dat dit niet zo erg is omdat de melktand er toch uit zal gaan. Dit is echter niet juist. Een melkelement heeft een groot en breed wortelkanaal. Wanneer dit kanaal door een breuk open ligt kan een infectie snel naar binnen toe waardoor de volwassen tand kan worden aangetast. Een gebroken melktandje is dus altijd een spoedgeval en moet zo snel en netjes mogelijk verwijderd worden!

Controle op 4-5-6 maanden

Al met de pup vaccinaties wordt het gebit gecontroleerd op eventuele afwijkingen. Omdat sommige aandoeningen zoals persisterende elementen pas naar verloop van tijd zichtbaar worden, bieden we in onze praktijk gratis groei- en gebitscontroles aan bij één van onze paraveterinairen op vier, vijf en zes maanden leeftijd. Dit doen we om bovenstaande problemen zo vroeg mogelijk te signaleren en liefst te voorkomen. Tevens wordt het tandenpoetsen uitgelegd.

Huid en allergie

Huid en allergie

Van alle problemen die we in de praktijk tegen komen wordt wel een groot deel gevormd door de problemen van de huid. Meestal is de hoofdklacht: jeuk!

Het onderzoeken van een huid is een vak apart en vergt veel geduld en veel uitleg. Parasieten kunnen zorgen voor veel jeuk en mogen niet gemist worden. De oplossing is dan echter vaak eenvoudig met snel en goed resultaat.

In tegenstelling tot parasitaire aandoeningen is de oplossing bij allergie vaak niet eenvoudig en vergt het veel geduld en inzet van de kant van u als eigenaar. Wat daar erg bij helpt is goede uitleg waarom de klachten en verschijnselen zijn zoals ze zijn en waarom u bepaalde handelingen moet doen om de situatie voor uw dier te verbeteren. Consequent zijn is daarbij een sleutelbegrip. Gelukkig leidt dit heel vaak tot bevredigende resultaten waar uw dier erg van opknapt. U leest erover in de artikelen over AtopieVlooien- en Voedingsallergie.

Bij huidproblemen rekenen we ook de oorproblemen. De gehoorgang is bekleed met een stukje van de huid en geeft vaak een afspiegeling van de (allergie) problemen. Het is zelfs zo dat in ruim 15% van de allergische honden oorklachten de enige klachten zijn! Alleen het oor behandelen levert dan niet zo’n goed resultaat op dan wanneer we tegelijkertijd het onderliggende probleem opsporen en oplossen.

Zo is dermatologie is een speerpunt in onze praktijk.

Teken

Over teken

Teken brengen bij mens en dier ziekten over. De meest bekende is de ziekte van Lyme, die vooral bij mensen ernstige gevolgen kan hebben. Het is dus altijd belangrijk een beet door een teek te voorkomen, of de teek zo snel mogelijk te verwijderen. Teken voorkomen is niet zo eenvoudig. Veel huismiddeltjes werken niet. Wij leggen u graag uit hoe het wel kan.

Biologie van de teek

Teken zijn eigenlijk kleine spinnetjes want ze hebben acht poten. In hun levenscyclus vervellen ze drie maal. De teek heeft meerdere gastheren om zich te voeden nodig, gedurende één tot vier jaar. De larf is heel klein en zuigt bij voorkeur bloed bij kleine zoogdieren zoals de muis of de eekhoorn; dit geldt ook voor de nymf.

Het vrouwtje van de volwassen teek zuigt bloed op grotere zoogdieren zoals honden, katten en de mens. Na ongeveer een week legt ze haar eitjes en sterft dan.

Teken komen voor in bos en kreupelhout. Als een warmbloedig dier voor bij komt, laten ze zich vallen en hechten zich vast aan de huid om bloed te zuigen. Ze zijn het meest actief in vochtige jaargetijden, dus in de lente en de herfst. Ook kunnen ze goed tegen de kou. In droge zomers met veel zonlicht zijn ze weinig actief, maar ze kunnen tot ver in de winter en al in het vroege voorjaar gezien worden.

Klachten

Een tekenbeet geeft bij mensen vaak een rode zwelling en verdikking in de huid, die lang kan blijven bestaan. Ook een overgevoeligheidsreactie is mogelijk. Bij de hond zien we dergelijke rode kringen zelden en is er meer sprake van zwelling als bij een muggenbult.

Teken in Nederland

In Nederland komt vooral de Schapenteek Ixodus ricinus voor. Deze brengt de ziekte van Lyme over, waar vooral de mens gevoelig voor is. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie, Borrelia. Honden en katten zijn minder gevoelig voor deze ziekte. Veel van onze huisdieren hebben wel antilichamen en dus ooit contact gehad met deze bacterie, maar ze worden er (waarschijnlijk) niet ziek van. Ongeveer 20% van de teken is besmet met Borrelia. De bacterie wordt pas na 24 tot 48 uur voeden overgedragen, daarom is het zo belangrijk teken z.s.m. te verwijderen! De verschijnselen zijn: soms koorts, sloomheid en kreupelheid.

Met antibiotica is deze bacterie goed te bestrijden. Als het lang duurt voordat de ziekte onderkend wordt, kunnen de verschijnselen blijvend zijn (en lijken op MS).

Teken in het buitenland

In het buitenland komen andere teken voor, onder andere de Bruine teek Rhipicephalus sanguineus en de Dermacentor teek Dermacentor reticulatus. Deze tekensoorten kunnen na een vakantie door uw huisdier worden meegenomen en in uw huis of auto overleven. Er zijn al sterke aanwijzingen dat de bruine teek zich definitief in Nederland heeft gevestigd. Hoewel de bruine teek een echte hondenteek is, kan hij zich ook aanhechten op katten, konijnen en de mens.

De bruine teek en de Dermacentor teek brengen de ziekte Babesiose over. Daarnaast brengt de bruine teek ook de ziekten Ehrlichiose en de parasiet Hepatozoön canis. Dit zijn vooral ziekten gericht tegen bloedcellen of andere cellen van de weerstand.

De parasiet Babesia bevindt zich in de speekselklieren van de teek en wordt pas na twee tot drie dagen voeden overgedragen op de hond. Babesia beschadigt de rode bloedcellen waardoor er een min of meer snelle bloedarmoede ontstaat. De verschijnselen van de ziekte zijn koorts, bleekheid en geelzucht. De urine wordt rood gekleurd. Vooral pups kunnen snel sterven.

Ehrlichia is een bacterie die zich in de witte bloedlichaampjes vermenigvuldigt. Koorts, bloedarmoede en vergrote lymfknopen kunnen deze ziekte doen vermoeden.

Hepatozoön canis besmet uw huisdier nadat een besmette teek wordt opgegeten, dus niet door het bloedzuigen zelf. Koorts en spierpijn zijn de meest opvallende verschijnselen, maar ook de lever en nieren kunnen ontstoken raken. Sterfte komt na weken tot maanden voor.

Om deze besmettingen zo goed als mogelijk te voorkomen is een goede bescherming tegen teken uiterst belangrijk wanneer u met uw huisdier naar het buitenland gaat.

Tekenpreventie

Er zijn goede spot-on’s (druppel in de nek), tekenbanden en er is sinds enkele jaren ook een zeer effectieve tablet (Bravecto®) die zelfs drie maanden werkt tegen vlooien en teken. Vooral voor zwemmende honden is dit een ideaal middel.

Teken moeten eerst vastbijten en gaan dan pas dood, meestal wel binnen 24 uur na aanhechten. Soms laten ze niet los, maar ze zijn dan wel dood.

Voor buitenlandse teken is een aparte registratie nodig wat niet elk product heeft. Niet elk product werkt dan goed. Laat u door uw dierenarts voorlichten welk middel het best bij uw situatie past.

Teek controle

Een dagelijkse controle op teken is belangrijk. Ze hechten zich vooral vast aan de huid op warme en dichtbehaarde lichaamsdelen van uw huisdier, zoals onder de oren en in de oksel. Men kan de teek het best zo snel mogelijk verwijderen.

Het verwijderen van de teek

Het is van belang dat de teek bij het verwijderen niet wordt beschadigd: dat houdt in, niet aan de teek trekken of draaien, en de teek mag niet worden geplet, samengeknepen of doorboord, want daardoor kan het gebeuren dat de teek zijn maaginhoud leegt in het lichaam van het slachtoffer, waardoor het besmettingsgevaar groter wordt.

Het is niet aan te raden de teek met alcohol of olie te behandelen, omdat dan de kans bestaat dat de teek z’n maaginhoud uitspuugt in het bloed van de gastheer, en daarmee juist een mogelijke besmetting overbrengt. De teek dient zo dicht mogelijk bij de huid vastgeklemd te worden en verwijderd. Daarna moet de huid ontsmet worden met alcohol of betadine.

Teken zijn soms erg klein (soms maar 1 mm). Het is dan lastig om zonder in de teek te knijpen deze te verwijderen. Een teek kan goed worden verwijderd met behulp van een speciale tekenpincet. Dit is een pincet met vrij brede, platte bek, die zich automatisch sluit. De pincet moet van voren om de kop van de teek gezet worden tot vrijwel in de huid van het slachtoffer. De pincet knijpt zichzelf vast, de teek kan dan voorzichtig uit de huid getrokken worden (niet hard trekken). Omdat de tekensnuit de vorm heeft van een kurkentrekker kan draaiend verwijderen helpen.

Trombicula

Trombicula

Wanneer uw hond mee is op vakantie naar zuidelijker landen van Europa en ineens heftige jeuk krijgt aan de poten, de kop of de buik, ga dan op zoek naar kleine oranje (groepjes) mijten. Grote kans dat u de herfst- of oogstmijt vindt.

Herfst- of oogstmijt

De volwassen Herfstmijt leeft op rottend plantenmateriaal. Alleen het larve stadium (met zes poten) gedraagt zich als een parasiet en voedt zich op dieren (en de mens). Dit stadium is gedurende de zomer en het begin van de herfst aanwezig, vandaar dat vooral in die tijd besmetting en overlast optreedt. De mijt heeft een helder oranje-rode kleur, is zo groot als een speldenknop en dus met het blote oog te zien. Vooral omdat ze zich vaak in groepjes op de huid nestelen. De mijt zuigt geen bloed maar voedt zich met weefselvocht en lymfe. Na 3 -15 dagen valt hij weer van zijn gastheer af. De mijt brengt geen ziektes over en verspreidt zich niet naar een ander dier. In ons land wordt deze mijt vooral in het zuiden gezien of de mijt wordt meegenomen van vakantie uit zuidelijker landen.

Klachten en diagnose

De plekken die het meest contact met de grond hebben zijn de plekken waar de mijt het meest gezien wordt: poten, kop, oren en buik. De mijt bijt in de huid en vooral door het contact met het speeksel van de mijt reageert de huid met een intens jeukende overgevoeligheidsreactie. Het dier gaat zichzelf vervolgens intensief likken en bijten, waardoor de huid nog verder geïrriteerd, ontstoken en kapot raakt. De mijten kunnen met het blote oog of met behulp van een loep gezien en vervolgens onder de microscoop herkend worden. Vaak wordt de mijt al niet meer gevonden omdat ze  van de gastheer afgevallen zijn. Dan zijn alleen de gevolgen nog zichtbaar.

Behandeling en preventie

De besmetting verdwijnt, door het afvallen van de mijt, uiteindelijk vanzelf. Middelen (m.n. sprays) tegen parasieten (zoals vlooien) die geregistreerd zijn voor het dier die last heeft van herfstmijten, zijn meestal afdoende om de mijt te doden. Ook al zijn de mijten weg, de huidontsteking en vooral de jeuk moeten vaak apart behandeld worden omdat die langer duren. Ter preventie kan er gebruik gemaakt worden van diverse middelen. Overleg hierover met uw dierenarts. Woont u in een gebied waar deze mijt volop voorkomt, overweeg dan bijvoorbeeld uw kat binnen te houden. Vermijd bij het uitlaten van de hond de plekken waar de mijt (vermoedelijk) aanwezig is.

Vaccicheck – Zin en Onzin

Sinds enkele jaren is er een test (Vaccicheck®) op de markt waarmee in de praktijk is te testen of een hond nog voldoende antistoffen in het bloed heeft. Hiermee zou dus bepaald kunnen worden of vaccineren wel nodig is. Sindsdien zijn er veel vragen over deze methode en daarom geven we graag wat meer achtergrondinformatie over de mogelijkheden én beperkingen van deze methode.

Deze test bepaalt geen titer (dat doen alleen de testen in het laboratorium – zie daarover later meer) maar werkt met een kleuromslag. Wanneer deze test met laboratorium testen vergeleken wordt is de betrouwbaarheid op zich best groot.

Onderzoek heeft aangetoond dat het uit maakt of een ervaren laborante de test uitvoert of een student. Wanneer de test af en toe in de praktijk wordt gedaan heeft dit een negatief effect op de betrouwbaarheid ervan. Voor ons een belangrijke rede om niet voor deze test te kiezen.

De test bepaalt alleen de bescherming tegen het Canine Parvo Virus, en Canine Adeno Virus en het Hondenziekte virus (distemper). De vaccinaties hiertegen moeten (nadat de basis vaccinatie tot en met de eerste verjaardag goed is gegeven) elke drie jaar herhaald worden. De VacciCheck is dus alleen bedoeld voor de ‘titer’ bepaling van deze drie ziekten waartegen toch al weinig frequent wordt gevaccineerd. De eerste keer dat er getitreerd hoeft te worden is dus het vierde levens jaar (immers basis enting eerste levensjaar + drie). Vanaf het zevende jaar moet vervolgens elk jaar getitreerd worden en kan niet meer volstaan worden met eens in de drie jaar.

Een praktische onhandigheid is dat de test op één strip alle drie de virusziekten test. Wanneer er voor twee virusziekten voldoende bescherming is maar voor de derde niet, moet toch voor alle drie gevaccineerd worden omdat we niet over mono-vaccins (vaccins per ziekte) beschikken. Daarmee komt een deel van het voordeel (niet vaccineren wanneer dit niet nodig is) te vervallen.

De vaccinatie tegen de vier verschillende soorten Leptospirose bacteriën is een dood vaccin en deze werkt niet langer dan één jaar. Deze vaccinatie behoort tot de kern vaccins omdat de dieren er erg ziek van kunnen worden en er zelfs dood aan kunnen gaan. Daarnaast is Leptospirose een zoönose, een ziekte die wij als mensen van onze dieren kunnen krijgen. Elk jaar worden er bij ongeveer 30-90 mensen deze nare ziekte vastgesteld en daaruit blijkt deze nog volop in onze omgeving aanwezig te zijn. Het niet vaccineren tegen Leptospirose vinden we dan ook niet verantwoord ook omdat onze honden het reservoir voor deze bacteriën kunnen zijn van waaruit de omgeving wordt besmet. Vaccineren voorkomt ook deze uitscheiding! Op deze ziekte wordt niet getest met de VacciCheck.

Daarnaast is de jaarlijkse controle van de gezondheid van de hond geen luxe. Elk jaar is dit het belangrijkste contact moment met uw dierenarts en worden vaak (20% blijkt uit onderzoek) verborgen aandoeningen vastgesteld die u niet zelf kunt waar nemen. Denk bijvoorbeeld ook aan de gebitscontroles die bij voorkeur, net als bij mensen, zelfs halfjaarlijks dienen plaats te vinden.

De VacciCheck wordt vaak gepositioneerd als mogelijkheid om geld te besparen op de jaarlijkse bezoeken, maar uit het bovenstaande blijkt dit dus niet te kloppen. De jaarlijkse vaccinatie en het jaarlijks onderzoek blijven nodig en alleen de grote cocktail die eens per drie jaar nodig is zou u kunnen overslaan, maar dan moet de bescherming ook voor alle drie de onderdelen goed uit de test komen! Om al die redenen zien wij de zin van de VacciCheck als heel beperkt.

De VacciCheck wordt ook wel ingezet om te bepalen of puppy’s al gevaccineerd kunnen worden. Nu gaat het er juist om, om te bepalen of ze geen titer meer hebben (namelijk de antistoffen van hun moeder die de stoffen van het vaccin neutraliseren). Op zich is dit een aardige gedachte. Het klopt echter niet. Ten eerste was onze pup-enting al in staat om door de maternale immuniteit heen te breken. De vernieuwde puppy enting is met behulp van recombinant technologie gemaakt en wordt om die reden niet door de afweer van de moeder herkent. De afweer van de antistoffen van de moeder wordt dus omzeild. Ten tweede wordt het immuunsysteem door deze zes weken-enting geprimed (voorbereid) op de vervolg entingen. Door deze priming zal het immuunsysteem van de pup bij de daarop volgende enting veel meer antistoffen maken dan zonder deze priming en is dus beter beschermd. Verder betekent titeren ook dat bij de kleine pups elke drie tot vier weken bloed moet worden afgenomen (i.p.v. een onderhuidse injectie) en uiteindelijk moet er dan toch nog gevaccineerd worden (namelijk zodra de titer laag is geworden). Het is de vraag of dit ethisch verantwoord is. De Nederlandse dierenarts-virologen vinden van niet en raden deze toepassing dan ook af. Een goed alternatief is om op 16 weken te titeren om te zien of de laatste enting voldoende is aangeslagen. Dit is eigenlijk alleen van belang in een omgeving waar het infectie risico hoger wordt geschat. Een heel klein aantal honden is een zogenaamde non-responder en maakt onvoldoende antilichamen aan na een enting. Hiermee kan dan rekening gehouden worden bij het al of niet plaatsen in een hoog risico omgeving. In alle gevallen dient tussen de zes en twaalf maanden leeftijd, de basis enting te worden afgemaakt met een grote cocktail.

De VacciCheck wordt op internet ook vaak gepromoot als alternatief voor vaccineren omdat vaccins veel bijwerkingen zouden hebben. Dit argument is echter aantoonbaar onjuist. Iedere viroloog zal u vertellen dat de ontdekking van de vaccins de meest effectieve medische ontdekking is geweest van de laatste eeuwen. Er komen wel degelijk bijwerkingen voor, maar die zijn erg zeldzaam. Een zeer groot recent onderzoek stelde het aantal vast op 0,38% en dat is inclusief alle milde bijwerkingen (Moore et al., 2005).

Wanneer (daarentegen) in een bepaalde periode of in een bepaald gebied vaccineren wordt verwaarloosd, steken ziekten onmiddellijk de kop weer op. De kans op slechte afloop ligt dan vele malen hoger. Wist u dat desondanks de helft van de diereigenaren hun dieren niet vaccineert? Dat betekent dat ziekten in de populatie kunnen overleven! Niet vaccineren is o.i. dus geen optie.

Welke toepassingen zijn er wel voor deze VacciCheck?

  • Wanneer een patiënt overgevoeligheidsreacties vertoont zou een test in gezet kunnen worden om te zien of vaccineren wel echt nodig is (vaccineren tegen Leptospirose blijft nodig).
  • Wanneer een pup in een omgeving komt waar het infectierisico hoog ligt (bij bijvoorbeeld parvo) dan kan na de 12-16 weken vaccinatie gecontroleerd worden of de vaccinatie daadwerkelijk is aangeslagen. Soms is namelijk een extra vaccinatie op 16 weken of nog later nodig. Dit is niet nodig voor milieus waar het risico niet verhoogd is.
  • Ook bij ziekte uitbraken in asielen kunnen m.b.v. de check de gevoelige dieren gescheiden worden van de goed beschermde dieren.

Hoe doet Dierenkliniek Leusden het?

Mocht u graag willen titeren dan kan dat ook bij ons. Wij maken echter geen gebruik van de VacciCheck (in huis test) maar nemen bloed af en sturen dit naar het laboratorium. Nu krijgen we een echte titer en de uitvoering is betrouwbaarder. Ook kan nu per virusziekte worden aangevraagd. Als er vooral een risico is voor een parvo-besmetting dan kan alleen hiervoor gecontroleerd te worden. Omdat de consensus is dat het geen goede zaak is om bij jonge pups te titeren (om te controleren of de moeder antistoffen afwezig zijn) doen wij dit alleen (indien nodig) bij pups ouder dan 16 weken (om te kijken of de laatste enting is aangeslagen).

Vaccineren op maat

Vaccineren is maatwerk

Men zegt wel dat vaccineren de belangrijkste medische ontdekking is van de afgelopen 150 jaar. Vooral wanneer je denkt aan het aantal levens dat vaccineren heeft gespaard, is dit een verdedigbare stelling. Vele ziekten werden ingedamd (of zelfs uitgeroeid) zowel bij mensen als bij dieren. Het verwaarlozen van vaccinatie kan niet zonder grote schade op te leveren voor de volksgezondheid. In het westen zijn we zo onbekend geworden met een aantal besmettelijke ziekten dat we het haast gewoon gaan vinden. Dit leidt soms tot een te gemakzuchtige of zelfs kritische houding naar vaccineren. Het internet staat er vol mee. Ook wij krijgen veel vragen over het nut van vaccineren. De basis wordt op ludieke maar ook kundige manier uitgelegd in het filmpje Zondag met Lubach ‘Vaccineren, FAQ VAC’.

Bedenk wel dat we in de diergeneeskunde alleen maar kunnen dromen over “herd immunity”. Dit is de bescherming van de enkeling die niet gevaccineerd is, doordat een heel hoog percentage van de rest van de populatie dit wel doet. Deze enkeling staat onder de paraplu-en van de rest (filmpje Lubach). Zodra dit percentage (bij mensen) onder de 95% zakt, steken infectieziekten onvermijdelijk weer de kop op. Zie de waarschuwing van het RIVM m.b.t. mazelen bij kinderen.

Kunt u nagaan: slechts 30% van de katten en een kleine 50% van de honden wordt gevaccineerd. Dat betekent eenvoudig dat ziekte uitbraken bij dieren altijd op de loer liggen en er nooit sprake is van deze “herd immunity” – populatie bescherming.

In ons artikel over ‘veel gestelde vragen over vaccineren’ gaan we in op de belangrijkste vragen die wij krijgen.

Ook leggen we op de pagina ‘Vaccicheck zin en onzin’ uit hoe het zit met titreren – het meten van antistoffen – om te zien of vaccineren wel nodig is.

Los van het vaccineren (maar altijd verplicht om te mogen vaccineren) is het jaarlijks onderzoek van groot belang. Wat dit onderzoek nu precies inhoudt en waarom het zo belangrijk is kunt u op de pagina ‘het algemene onderzoek’ lezen.

Veelgestelde vragen over vaccineren

Veelgestelde vragen over vaccineren

De ontdekking van het vaccineren is een van de belangrijkste ontdekkingen van de geneeskunde geweest. Miljarden ziektegevallen en overlijdens konden hiermee op eenvoudige wijze voorkomen worden. Er zijn ziekten die vrijwel zijn uitgeroeid dankzij vaccinatiecampagnes. Vaccineren kan je alleen maar tot grote schade van mens en dier afwijzen.

Is elke vaccinatie even belangrijk?

Er zijn zogenaamde core (van kern) en non-core vaccins. Vaccins die beschermen tegen dodelijke of zeer ernstige ziekten noemen we core vaccins. Deze vaccins vormen de kern van het pakket en mag je niet missen.  Vaccinaties die alleen nodig zijn vanwege omstandigheden (pension, infectiedruk, buitenland eisen) maar waarvan de ziekte alleen in bijzondere omstandigheden ernstig verloopt noemen we non-core.
Voorbeeld: Leptospirose vaccinatie van de hond is een core vaccins, de besmettelijke hondenhoest is een non-core vaccinatie. Uw dierenarts kan u precies uitleggen welke vacinatie in uw situatie noodzakelijk is en welke niet.

Moet vaccineren jaarlijks? Dat doen we bij mensen toch ook niet?

  • Hoe lang een vaccinatie beschermt hangt af van ziekte en van de manier waarop het vaccin is gemaakt. Er zijn vaccinaties die bijvoorbeeld drie jaar werken andere moeten echt elk jaar opnieuw herhaald worden om voldoende bescherming te bieden.
  • Daarnaast speelt ook de omgeving een rol. Is er bijna geen infectiedruk dan kunt u langer zonder vaccinatie dan wanneer u naar een gebied gaat waar de risico’s hoger liggen. In Nederland leven we (als het gaat om de situatie bij mensen) in een relatief laag risicogebied en is herhaald vaccineren voor mensen dus niet nodig. Maar zodra u naar verre landen reist waar de situatie anders ligt, moet u de vaccinaties uit uw jeugd herhalen. Daarbij komt dat de meeste mensen (meer dan 95%) zijn gevaccineerd en er dus een populatie bescherming aanwezig is. Die enkeling die dan niet gevaccineerd is wordt niet ziek dankzij de hoge vaccinatiegraad van de populatie.
  • Bij dieren geldt het effect van de populatie bescherming ook. Bij sommige ziekten al vanaf 75% ingeënte dieren voor andere ziekten moeten echt meer dan 90% van de dieren ingeënt zijn. En daar zit dus ook het probleem: in Nederland is slechts 50% van de honden en slechts 25% van alle katten gevaccineerd. Er is dus nooit sprake van een populatie bescherming.
  • Daar komt bij dat de meeste ziekten in ons land gewoon aanwezig blijven. Ook moet u denken aan de invoer van al die illegale puppy’s die uit Oost-Europa ons land binnen gesmokkeld worden zonder een goede controle op vaccinaties Een voorzichtige schatting is dat dit gaat om 19.000 pups per jaar! We moeten er dus vanuit gaan dat er elk jaar weer ziekten ons land binnen komen. Niet vaccineren betekent dus een serieus risico lopen.

De jaarlijkse controle is zo eigenlijke het belangrijkste moment van het jaar. En als alles goed is, ook heel gezellig!

Kan er ook een titer bepaald worden of vaccineren wel nodig is?

Ja dat kan, maar daar zijn wel een aantal kanttekeningen bij te plaatsen. Daarover leest u op deze pagina.

Zijn er nog andere argumenten om jaarlijks langs te komen?

Jazeker, onderzoek heeft aangetoond dat bijvoorbeeld 20% van alle patiënten die ogenschijnlijk gezond zijn, toch iets onder de leden hebben wat ontdekt wordt tijdens de jaarlijkse check up.

Een jaar lijkt kort, maar u moet bedenken dat één jaar voor een kat of hond er vijf of meer voor u zijn. Een jaar is dus eigenlijk best lang, zeker voor bepaalde aandoeningen als gebitsproblemen. Stelt u zich eens voor dat u elke vijf jaar naar de tandarts zou gaan…

Daarnaast kunt u dit moment, deze “quality time” met uw dierenarts, gebruiken voor al uw vragen en wordt u van de kant van de dierenarts weer bij gepraat over allerlei nieuwtjes. Bijvoorbeeld op het gebied van bestrijding van vlooien en teken. Of over voeding.

Nuttige links en adressen

Veelgestelde vragen over voeding

Veelgestelde vragen over voeding

Moet ik een pup altijd pup-voeding geven?

Ja. De snelle groei vergt een andere samenstelling van de voeding. Dit geldt ook voor de junioren voedingen.

Is er echt zo’n groot verschil tussen gewone voeding en dat voor grote rassen?

Meestal wel. Bij snelgroeiende grote rassen komt de verhouding tussen de calcium en fosfaat erg nauw. Maar als een fabrikant deze nauwe grenzen maar in acht neemt kan deze voeding geschikt zijn voor grote rassen ook al staat dit niet op de zak. Dit vergt echter goede kennis van de betreffende voeding.

Wanneer moet ik starten met senioren voeding?

Dat kan al vanaf een jaar oud maar is meestal wat duurdere voeding. Daarom wachten de meeste mensen tot een leeftijd van vijf jaar (grote rassen) of zeven jaar (kleine rassen). Deze voeding is beter afgestemd op het ouder wordende hondenlichaam.

Is duurdere voeding altijd beter of betaal ik alleen voor het merk?

Ja, in het algemeen wel. Er is een aantal grote voedingsfabrikanten dat zelf onderzoek doet en alle nieuwe inzichten verwerkt in hun voedingen. U betaalt dan voor de beste voeding en niet alleen voor een label. Deze voedingen kunnen ook nagemaakt worden tegen lagere kosten. Welke keus u maakt ligt dus aan wat u weet over de fabrikant en het vertrouwen in hun recepten. Dat is voor een consument lastig te beoordelen. Onze paraveterinairen kunnen het beste advies op maat opstellen en op papier of digitaal aan u meegeven.

Hoe zit dat met verse rauwe (diepvries) voedingen, zijn die beter?

Nee. Deze voedingen kunnen net zo volledig zijn als brokken maar er kleven ook een aantal bezwaren aan. Er is uit onderzoek gebleken dat niet elke merk even volledig is als wel zou moeten. In verse voedingen kan zelfs een verkeerde balans (vooral een te hoog eiwitgehalte) tussen verschillende nutriënten gevonden worden. Zelf maken is nog veel moeilijker. Tenslotte is er een (groot) hygiëne risico. Er kleven bovendien geen bezwaren aan het geven van brokken persé. Ons advies is dan ook: ga voor safe en voer brokken van goede kwaliteit.

Moet een voer niet zonder granen zijn?

Vaak wordt bedoeld dat er geen tarwegluten in de voeding mogen zitten i.v.m. de kans op allergie met ernstige darmproblemen (coeliakie) als gevolg. De betere merken bevatten echter geen tarwegluten meer. Los daarvan is coeliakie een erg zeldzame ziekte. Andere koolhydraat bronnen (zoals rijst, mais of aardappel) kan een hond gewoon verteren en gebruiken als brandstof. Dit scheelt eiwit (en dus vlees en kosten) als bron voor de verbranding. Honden zijn door hun domesticatie beter in staat dit te verteren dan hun voorouder de wolf.

Mag een dier zelf bepalen wat het eet?

Nee. Dieren hebben – zeker als ze gecastreerd of gesteriliseerd zijn – de neiging te veel te eten. U moet dus goed elke dag de portie voeding afwegen en afstemmen op de behoefte al naar gelang de hoeveelheid beweging die het heeft. Verdeel deze hoeveelheid over drie keer daags. Dat voorkomt dat u overdag uw hond laat snacken. Geef de voeding steeds nadat u zelf hebt gegeten (roedelleiders eerst!).

Kan ik zelf met het etiket op de zak voedingen vergelijken?

Dat kan wel, maar dat vergt wel een rekenkundige tussenstap. Gehaltes in voeding kan je alleen maar met elkaar vergelijken als je ze eerst omrekent per energie-eenheid in kilo Joules of calorie. Je kunt bijvoorbeeld niet zomaar het percentage eiwit van merk A vergelijken met merk B.

Wat zijn dieetvoedingen precies?

Dieetvoedingen zijn aangepaste voeding die precies passen bij de aandoening die uw hond heeft. Hier zit veel onderzoek achter en is altijd verstandig om in te zetten als de dierenarts een diagnose heeft gesteld waarbij een dieet kan helpen.

Vergiftiging

Vergiftiging

Wanneer u het vermoeden heeft dat uw dier iets heeft binnen gekregen dat niet gezond is voor hem of haar: twijfel dan niet maar neem onmiddellijk contact met ons op.

Hoe eerder u belt hoe beter het is. De maag doet er een 3-6 uur over om het eten te verwerken en naar de darmen af te geven. In deze periode kunnen we uw dier met een injectie laten braken en zo verder opname van de verkeerde stoffen voorkomen. In het artikel ‘Niet laten braken met zout’ leest u waarom het oude huismiddeltje - braken met zout - niet zo’n goed idee is en sterk wordt afgeraden.

Wanneer het toch langer is geleden en er zijn al klachten die veroorzaakt worden door een mogelijk gif dan zal uw hond in de meeste gevallen worden opgenomen. Met een infuus proberen we de nadelige effecten op te vangen en het lichaam te ‘spoelen’. Vaak wordt ook gewerkt met actieve kool (Norit®) en laxeermiddelen om de verder opname zoveel mogelijk te beperken.

Wij kunnen indien nodig terugvallen op het Nationaal Vergiftigingen Informatiecentrum die ons kan helpen bij onbekende stoffen te doen wat nodig is. Neem daarom indien mogelijk de verpakking mee van het middel dat de hond heeft binnengekregen.

Niet alleen giftige middelen kunnen kwaad. Ook voedingsmiddelen waar wij geen last van hebben kunnen honden ziek maken. Denk aan chocolade of marsepein. En vergeet vooral de producten niet met suiker vervangende xylitol dat dodelijk is voor honden. Op de pagina ‘Chocoladevergiftiging’ vindt u meer specifieke informatie over hoe te handelen wanneer uw hond chocolade heeft gegeten.

Verder zijn er verschillende kamerplanten gevaarlijk (zie internet bij twijfel) en denk ook aan overblijfselen van wiet (of ontlasting van verslaafden) in die gebieden waar u de hond uitlaat. Wees altijd alert en reageer bij twijfel meteen.

Vers vlees voeren

Vers vlees – dat eet een wolf in de natuur toch ook? Natuurlijk, dus het beste?

Er is een trend om onze huisdieren (hond en kat) meer vlees te eten te geven. Of in de vorm van een hoog vlees gehalte in de brokjes en blikvoeding of zelfs in de vorm van vers vlees. Dat laatste liefst rauw (BARF = Bones And Raw Food) om de natuur zo dicht mogelijk te benaderen.

De claim 'natuurlijk' is nu de meest gebruikte marketing claim in de voedingsindustrie, naast de claim 'granenvrij'. De consument verlangt dit en dus wordt dit uitgebreid ingezet. Verpakkingen en naamgeving spelen daar op in. Schitterende landschappen, verse groentes en prachtig vlees sieren de verpakking van merken als Taste of the Wild, Riverwood en Wildlife. Vaak is de vleesbron ook nog eens exotisch variërend van hert tot wild zwijn.

Natuurlijk

Deze claim gaat uit van een aantal aannames. Bijvoorbeeld dat wolf en hond voor wat betreft bouw en functie nog steeds hetzelfde zijn. Dit is inmiddels al lang niet meer het geval. Door de domesticatie (proces van tam worden) is de hond genetisch veranderd en is onder meer het darmstelsel niet meer te vergelijken met dat van de wolf.

Een andere aanname is dat het leven in de natuur gezonder is. Er zijn een aantal aspecten die we bij wolven zien en niet bij onze huisdieren die inderdaad gezonder zijn. Wolven bewegen heel veel en er bestaat geen overgewicht. Daar en tegen is de natuur hard en heerst er het principe van ‘survival of the fittest’. Dieren die niet meer fit zijn worden aan zichzelf overgeleverd en leven niet lang meer. Het aanbod van voeding bepaalt ook de gezondheid van de wolf. Hij heeft maar te eten wat beschikbaar is.

Onze huishond wordt veel ouder dan de wolf in diens woongebied. Dat betekent dat er ook hogere eisen aan de voeding gesteld moeten worden. Ook bij wolven spelen gebitsproblemen (vooral trauma en breuk) bij de huishond speelt vooral tandsteen en parodontitis. In de preventie hiervan speelt goede voeding ook een belangrijke rol (naast goed gebitsverzorging).

Natuurlijk als claim, wekt veel verwachtingen die niet altijd reëel zijn. Wel is het prima wanneer het slaat op de herkomst van de ingrediënten of instaat voor kwaliteit of duurzaam geproduceerd vlees. Ook kunnen bepaalde voedingen eiwitten bevatten die wij associëren met natuur – zoals wildzwijn of hert. Dit betekent feitelijk niets anders dan dat er gebruik gemaakt is van een bijzondere vlees (eiwit)bron. Het zegt op zich nog niks over de herkomst of de kwaliteit ervan.

Granenvrij

Een heel klein percentage van mens en dier heeft een voedselovergevoeligheid t.o.v. (tarwe)gluten. Dit kan leiden tot ernstige klachten (zoals de ziekte coeliakie). Erg genoeg maar dit is wel zeldzaam. Wanneer er darmproblemen ontstaan gaat de dierenarts dit uitzoeken middels een testdieet en kan de ziekte worden behandeld. Het is een beetje overkill om dit te laten gelden voor alle honden of katten. Het is net als of je alle mensen afraad om tarwebrood te eten omdat een kleine groep er ziek van kan worden.

Granen bevatten koolhydraten (zetmeel, suikers).

Ook de mens kan geen granen verteren, tenzij deze gemalen worden en vervolgens worden verwerkt tot bijvoorbeeld brood. Dit geldt ook voor de hond. Wanneer koolhydraten worden vrijgemaakt uit graan is dit een prima energiebron. Feitelijk zijn er dus twee keuzes: je kunt energie halen uit eiwit of uit koolhydraten.
In de mensenwereld is er de trend naar duurzamere voeding en dus naar minder gebruik maken van eiwitten (vlees) en meer gebruik maken van plantaardige bronnen. Het is in dat opzicht bijzonder dat de trend in de dierenwereld omgekeerd lijkt te zijn. Echter, ook dieren kunnen hun energie prima halen uit (beschikbaar gemaakte) koolhydraten.

Er zit een misverstand achter. De gedachte is dat het darmstelsel van wolven (en dus dat van de hond) niet geschikt is voor het verteren van koolhydraten. Hier zien we een belangrijke verandering door de domesticatie: het darmkanaal van de hond is (nog) beter in staat om koolhydraten te verteren. Bovendien worden koolhydraten in de voeding voor de hond bewerkt en dus verteerbaar gemaakt. Dergelijke bewerkte koolhydraten vindt een wolf in de natuur niet, of het moet een weggegooid pakje brood op de Veluwe zijn…

Bezwaren tegen vers (rauw) vlees

Wanneer we dan inzoomen op het geven van vers vlees dan zijn er twee mogelijkheden.

Ten eerste -  de kantenklare diepvriesmaaltijden die de consument als ‘ complete’ voeding in de winkel koopt.

Hiervoor gelden twee bezwaren.

  1. Deze voedingen zijn helaas in 80% van de gevallen niet (moeilijk woord): nutritioneel adequaat. Dat wil in gewoon Hollands zeggen: er ontbreken bepaalde nutriënten of er zit van sommige nutriënten teveel in de voeding die schadelijk kunnen zijn. Oplossing: koop een merk dat echt compleet is, of laat dit narekenen. Voorbeeld van een goed merk is Raw Veterinary Diets
  2. Het betreft rauw vlees. Vlees afkomstig uit de slachterijen is gecontamineerd met allerlei bacteriën en parasieten. Daarom is het altijd het advies vlees te verhitten voor je het zelf eet. Het bevat bijvoorbeeld Campylobacter en Salmonella waar je een voedselvergiftiging van kunt oplopen. Als een dier er zelf niet ziek van wordt kan hij deze bacteriën wel via zijn ontlasting verspreiden in zijn omgeving. Niet fijn voor mensen in het huis die een mindere weerstand hebben. Denk aan baby’s, oude mensen, zwangere vrouwen, en mensen met een slecht werkend immuunsysteem (bv. door een chemo of ziekte). Oplossingen: geef geen rauw vlees maar verhit het. Of: maak gebruik van een bijzondere en unieke rauw vlees lijn: Raw Veterinary Diets. Deze lijn heeft de rollen met vers vlees onder hoge druk gebracht (High Pressure Processing) en daarmee het product steriel gemaakt terwijl het tegelijkertijd vers is gebleven.
  3. Het invriezen van vleesmaaltijden doodt wel de parasieten (zoals wormen).

Ten tweede – het zelf bereiden van verse vlees voedingen.

Ook nu geldt het bezwaar van de voedsel hygiëne zie boven onder punt b. Ook speelt het bezwaar van de nutritionele adequaatheid van deze voedingen. Er circuleren allerlei recepten op het internet maar het niet compleet zijn van deze voeding ligt op de loer. Het is best lastig om dit goed te doen. Oplossing: stel het niet meer zelf samen maar maak gebruik van een goede kant en klare diepvriesmaaltijd – zoals Raw Veterinary Diets. Of: laat je recept (bij ons) narekenen en eventueel aanpassen tot een complete voeding. Dan geldt echter nog steeds: verhit het, houdt het hygiënisch!

Veilig onder narcose

Uw hond veilig onder narcose

Het onder narcose gaan is voor u en uw hond vaak best een spannende aangelegenheid. Daarom is het fijn om te weten dat uw hond bij ons in goede handen is; wij zijn zeer zorgvuldig met alles rondom de narcose.

Voorbereidingen

Indien de narcose nodig is om een pijnlijke ingreep uit te voeren, dan adviseren wij u de avond ervoor alvast met de pijnstilling te starten. Hierna is het belangrijk dat uw hond geen eten meer krijgt, maar hij of zij mag wel drinken. Honden jonger dan vier maanden hoeven slechts drie tot vier uur van tevoren niet te eten.

De dag van de afspraak

Op de dag van de narcose wordt uw hond voorafgaand aan de narcose door één van onze dierenartsen uitgebreid na gekeken. Indien nodig wordt er nog extra onderzoek gedaan, bijvoorbeeld een bloedonderzoek. Op basis hiervan wordt het meest geschikte narcoseplan opgesteld, speciaal voor uw hond. Dit betekent dat zieke dieren soms een andere narcose krijgen dan gezonde jonge dieren.

Indien uw hond nog geen of onvoldoende pijnmedicatie heeft gehad, wordt dat ook op dit moment gegeven, zodat het werkt tijdens de ingreep. Afhankelijk van de ingreep wordt er een combinatie van pijnstilling gebruikt.

Vervolgens krijgt uw hond vaak eerst een roesje (premedicatie). In veel gevallen gaat dit via een braunule (kraantje) in het bloedvat van één van de poten. Als de premedicatie is ingewerkt, volgt een inleidende slaapstof. Bij honden plaatsen we nu een tube (buisje) in de luchtpijp. Op deze manier kan er voor een optimale zuurstofvoorziening en een vrije luchtweg worden gezorgd. Dit is voor alle dieren van belang maar vooral voor de zogenaamde kortsnuitige rassen. Indien er met een gasnarcose wordt gewerkt, wordt dit ook door middel van de tube toegediend.

Juist door het combineren van diverse moderne narcosemiddelen, wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau van de narcose.

In de meeste gevallen wordt er ook een infuus aangelegd. Dit is onder andere om de vochtbalans, de bloedsomloop en de bloeddruk op peil te houden. Ook wordt de afvoer van narcosemiddelen versneld en worden de organen zo ontlast.

Voorzieningen

Om de narcose goed te laten verlopen, beschikken wij over twee moderne narcosetoestellen. Deze toestellen beschikken beiden over beademingsmogelijkheden. Ze worden jaarlijks onderhouden en dagelijks getest en gecontroleerd. Ook is er uitgebreide bewakingsapparatuur aanwezig, zoals hartbewaking, een zuurstofmeter en temperatuursondes.

Tot slot is een goede paraveterinair ondanks alle apparatuur onmisbaar. Daarom is er tijdens de gehele narcose altijd een paraveterinair aanwezig om alles goed in de gaten te houden.

Na de ingreep

Na afloop van de narcose wordt uw hond goed in de gaten gehouden en kan het rustig wakker worden in de opname ruimte. De hokken zijn verwarmd (belangrijk tegen het afkoelen tijdens en na de narcose) en indien nodig kunnen we op het hok ook zuurstof aansluiten.

Nadat u de nodige uitleg heeft gekregen, kunt u uw dier weer mee naar huis nemen om van de ingreep te herstellen. U ontvangt daarbij van ons een duidelijke instructiebrief voor de nazorg na de ingreep. Bij twijfels of vragen kunt u altijd contact met ons opnemen.

Verzeker uw huisdier

Een huisdieren verzekering

Veel mensen vragen ons of het zinvol is hun dier te verzekeren. Levert dat wat op of de premie hoog en de uitkering laag? In het kort is het antwoord: Jazeker, verzeker uw huisdier alstublieft!

Vaak is de telleurstelling (bij eigenaar én dierenarts) dan groot wanneer een behandeling technisch mogelijk blijkt, maar de financiën niet toereikend zijn. Wij merken in de praktijk hoe fijn het dan is wanneer je op een
huisdierverzekering kunt terugvallen.

In ons omringende landen is het heel gebruikelijk huisdieren te verzekeren. In het Verenigd Koninkrijk is bijvoorbeeld zo’n 40% van de dieren verzekerd. In Zweden ligt dit percentage zelfs op 70%. In ons land is slechts een kleine 5% van de huisdieren verzekerd. Wij lopen dus achter bij de ontwikkelingen in de
diergeneeskunde. Door allerlei ontwikkelingen, m.n. door de technische vooruitgang en
de veranderde plek van ons huisdier in ons gezin, worden er steeds meer medische mogelijkheden
aangeboden en gevraagd. In het algemeen kunnen we daarom stellen: ja, verzeker je huisdier.

Er zijn inmiddels enkele verzekeringen op de markt. Wij hebben geen voorkeur. U kunt de verschillende verzekeringen online vergelijken:

Tips:

  • Een huisdier kost geld. Begroot voor u een dier aanschaft wat het u gaat kosten.
  • Verzeker datgene wat nodig is en bv. niet de basis kosten, dat scheelt in premie.
  • Er zijn maar enkele verzekeringen maar wel 18 polissen, u kunt dus kiezen naar uw wensen.
  • Veel praktijken bieden tegenwoordig goede Zorgplannen aan, abonnementen waarin
    u de kosten van preventieve zorg onder kunt brengen. Informeer bij ons naar de mogelijkheden.
  • U kunt (wanneer u financiële reserves hebt) ook zelf een spaarpotje aanleggen. Stort dan een
    eerste basisbedrag (bv. 2000 euro) en leg elke maand bij. Voordeel: het geld blijft van u.
    Nadeel: verzekeringen keren jaarlijks een veelvoud uit mocht het nodig zijn.

De oudere hond

De oudere hond

Dankzij onze goede zorgen en goede voeding worden honden veel ouder dan hun stamvader de wolf in het wild werd. Dat betekent echter ook dat veel ouderdomskwalen de kop op steken en extra aandacht vergen. Oudere dieren kampen met het verouderingsproces van gewrichten (artrose), hart en nieren. Ook mentaal gaan ze, wanneer ze echt hoge leeftijden bereiken, duidelijk achteruit.

De diergeneeskunde is daarin mee veranderd. De jaarlijkse controle (waarop ook de vaccinatie plaats vindt) is hét moment om allerlei sluimerende en soms voor eigenaren onzichtbare gezondheidsproblemen aan het licht te krijgen. Meer en meer wordt screenend bloedonderzoek ingezet om al voor er klachten zijn, te kunnen bij sturen. Wanneer een oudere hond onder narcose moet besteden we extra aandacht aan de voorbereiding van de narcose, door de hartfunctie te checken en indien nodig de narcose aan te passen aan het verhoogde risico. Ook hier is een bloedcontrole van de orgaanfuncties een dringend advies.

Na een - hopelijk - lang hondenleven moet u gaan nadenken over het onvermijdelijke afscheid. Soms ligt dit heel duidelijk en is de beslissing wel verdrietig en pijnlijk, maar niet moeilijk. Vaak echter ligt het niet zo duidelijk en vergt het goed onderzoek en overleg wat de beste weg is. U kunt er meer over lezen in ons artikel over ‘Euthanasie’. Ook kunt u bij ons het boekje ‘Zijn we niet te vroeg’ verkrijgen, om u goed voor te bereiden op een eventueel afscheid.

Het is fijn dat we langer van onze huisdieren kunnen genieten. Het schept tegelijkertijd ook een hele verantwoordelijkheid. Het vergt soms veel inzet en energie om je dier ook als het oud mocht worden een goed welzijn te blijven bieden. Wij helpen daar graag bij.

Voeding voor uw pup

U heeft een pup gekocht. Welk voer moet u kiezen?

Een goede voeding is van belang voor een gezonde groei van je pup. Maar wat bepaalt nou of een voeding geschikt is voor pups? Kijkend naar de voeding, spelen de volgende zaken een belangrijke rol: de hoeveelheid energie, eiwit, calcium, fosfor, en vitamine D.

Energie

Puppy’s hebben voldoende energie nodig om goed te kunnen groeien. Hierbij geldt dat hoe hoger de energie- en dus voedingsinname tijdens de groei, hoe sneller de pup groeit. Onderzoek heeft laten zien dat hoe sneller de groei, hoe groter de kans op botproblemen en zwaarlijvigheid later in het leven. Vandaar dat het van belang is dat de groei van uw puppy niet te snel plaatsvindt. Daarnaast kan te snelle groei ook leiden tot groeipijn bij puppy’s. Iets wat natuurlijk te allen tijde voorkomen moet worden.

Eiwit

Eiwit is de belangrijkste bouwstof voor het lichaam, en tijdens de groei dus van groot belang. Een goede kwaliteit eiwit is nodig om de groei te ondersteunen. Een tekort aan eiwit kan de groei afremmen of leiden tot vervetting. Het is dus van belang dat uw puppy tijdens zijn/haar groei voldoende eiwit binnen krijgt om een gezonde groei te ondersteunen.

Calcium en fosfor

Tijdens de groei heeft uw pup ook voldoende calcium nodig voor de groei van botten en gewrichten. Hierbij is ook van belang dat de hoeveelheid calcium en fosfor goed in balans is in de voeding. Te veel of te weinig calcium kan leiden tot problemen met de ontwikkeling van de botten en gewrichten. Dit kan later in het leven zelfs leiden tot ontstaan van kreupelheid en pijnlijkheid. Het is dus van belang goed te kijken naar de hoeveelheid calcium en fosfor in de voeding van uw pup, zodat een gezonde aanleg van botten en gewrichten optimaal kan plaatsvinden.

Vitamine D

Een goede voeding voor puppy’s dient voldoende vitamine D te bevatten om een goede opname aan calcium in de darm mogelijk te maken. Daarnaast speelt dit vitamine een belangrijke rol bij de botgroei. Een tekort aan vitamine D in de voeding kan leiden tot verschijnselen van Engelse ziekte (ook wel rachitis genoemd), waarbij de botten broos worden en er specifieke verdikkingen in de botten van de ledematen en ribben kunnen optreden.

Om de groei van uw puppy zo goed mogelijk te begeleiden bieden wij op onze praktijk een puppy consultatietraject aan. Tijdens dit traject geven wij u en uw puppy de juiste ondersteuning om een zo gezond mogelijk opgroeien van uw puppy mogelijk te maken. Het puppy consultatietraject omvat een achttal weegmomenten gedurende de groeifase van uw puppy. Door uw puppy regelmatig te laten wegen op de praktijk, en het gewicht in een groeicurve bij te houden, kan snel opgemerkt worden of uw puppy voldoende, te snel of te langzaam groeit. Dit doen wij op onze praktijk dus met het voedingsprogramma FeedWise. Voor u betekent dit dat wij tijdens uw consultatiebezoek aan onze praktijk nog meer maatwerk kunnen leveren betreffende voedingsadvies voor uw pup. Elke weging kijken we hoeveel voeding uw puppy nodig heeft om de gewenste groeisnelheid te behouden, en doen we aanpassingen wanneer we zien dat de groei te snel of te langzaam verloopt. Ook kunnen wij met FeedWise monitoren of de voeding die u geeft alle benodigde voedingsstoffen bevat die uw puppy dagelijks nodig heeft in de juiste verhoudingen. U krijgt per afspraak een uitdraai mee met daarop het aan de huidige leeftijd en gewicht aangepaste voedingsadvies, de groeicurve van uw pup en de verwachte groeisnelheid voor de komende periode.

Wat zijn de voordelen voor het starten van een puppy consultatietraject?

  • De zekerheid dat de voeding die u geeft alle benodigde energie en voedingsstoffen bevat in de juiste hoeveelheden.
  • Het verminderen van de kans op gewrichtsproblemen en zwaarlijvigheid later in het leven van uw puppy.
  • Besparen op voerkosten omdat u precies voert wat nodig is en niet meer dan dat.

De juiste voeding

Voeding voor uw hond

Er is op internet veel informatie (én desinformatie) te vinden over hondenvoeding. Wij willen u daar graag mee helpen. Wij doen dit aan de hand van een aantal ‘veelgestelde vragen’.

Niet alleen mensen krijgen te maken met voedselallergie of -overgevoeligheid, ook huisdieren kunnen een allergie ontwikkelen tegen een bestanddeel in hun dagelijkse voeding. Meer hierover leest u in het artikel ‘voedingsallergie en eliminatiedieet’.

Voortplanting en dracht

Voortplanting en dracht

De ene hondenbaas wil graag een nestje, de ander moet er niet aan denken. Het nemen van een goed besluit over het al of niet onvruchtbaar maken van uw hond is soms lastig. Graag zetten we een en ander voor u op een rijtje. U leest dit in de artikelen ‘Castratie van de reu’ en ‘Onvruchtbaar maken van de teef’.

Wilt u toch een keer een nestje, dan komen weer allerlei andere spannende vragen op u af. Hoe gaat het met zo’n dracht? En: hoe gaat de bevalling precies? Wat moet ik doen als het fout gaat? Hoe zie ik dat eigenlijk? En als de pups pas geboren zijn? Vragen die we bespreken in het artikel ‘Dracht bij de hond’. De dracht van uw teefje stellen we vast als ze ongeveer 25-30 dagen geleden gedekt is. Dan is de mogelijke dracht goed te voelen. Tijdens dit consult bespreken we de meeste vragen al even en maken we een plan voor de hulp rond de bevalling.

Wanneer het echt niet wil vlotten zal de dierenarts tot een keizersnede besluiten. Dit is dan op dat moment het beste en meest veilig voor zowel de teef als haar pups. Wij zijn in onze praktijk ervaren met en goed uitgerust voor deze ingreep en de (warme) opvang van de pasgeboren pups.

Overige aandoeningen

Overige aandoeningen

In deze rubriek vindt u informatie over diverse aandoeningen. De lijst kan in de loop van de tijd steeds verder aangevuld worden. Hier kunt u de informatie die we u tijdens het consult hebben gegeven nog eens rustig nalezen en altijd terugvinden.

Vlooien

Vlooien en vlooienallergie

Eén vlooienpaar legt honderden eitjes (10-25 per dag). De eitjes vallen van uw huisdier af. Uit deze eitjes komen larven die zich op de vloer met o.a. huisstof voeden. De larven ontpoppen en tenslotte komen jonge lichtbruine vlooien uit de pop. Dit ontpoppen kan door twee dingen veroorzaakt worden; trillingen en warmte. Wanneer u terugkomt van vakantie liggen de rijpe poppen te wachten. Wanneer u binnen komt lopen springen ze massaal open en merkt u de omvang van de besmetting in huis. De cyclus van vlooien kan in warme tijden (zomer, en winter bij de verwarming) in drie weken rond zijn! In de pop kan een vlo zelfs langer dan een jaar overleven.

Vlooienbestrijding

De volwassen vlo leeft op uw hond, maar andere stadia van de vlo leven in uw huis. Uw huis is een prima broedplaats voor de eitjes, larven en poppen van de vlo. Ook in de winter is het er lekker warm. Dit betekent dat u niet alleen de vlooien op uw dier moet bestrijden, maar vooral ook in de omgeving. Voor elke vlo die u op het dier vindt, zitten er twintig nieuwe te wachten in huis. Een goede vlooienbestrijding moet zich dus zowel op de vlooien op het dier richten als op die in de omgeving.

Bestrijding in huis

Om uw huis te behandelen kunt u kiezen voor een goede omgevingsspray. Deze spray bevat een middel dat de ontwikkeling van eitjes en larven voorkomt.

Reinig uw huis grondig door zuigen en dweilen. Vergeet niet de stofzuigerzak na afloop weg te gooien in verband met de besmetting met vlooieneitjes en larven. Spray het oppervlak daarna grondig, vooral tapijten, kleden, kieren en ligplaatsen. Enkele uren luchten. Daarna is het belangrijk dit middel te laten hechten aan de omgeving. Dus enkele dagen tot een week niet stofzuigen! Eventueel deze handelingen na een maand nog eens herhalen tegen de poppen die weer zijn uitgekomen. Door zo te handelen werkt de spray een half jaar lang na.

Vlooienbestrijding op uw hond

Voor de bestrijding van vlooien op het dier zijn er vele middelen verkrijgbaar. Zeker als uw huisdier allergisch is, is het belangrijk dat de vlo snel gedood wordt na het contact met het bestrijdingsmiddel. Wij geven u hier graag het advies over dat precies past bij uw dier en uw specifieke wensen en omstandigheden. 

Vlooien-allergie

Een vlooienallergie is een uit de hand gelopen afweerreactie tegen het speeksel van de vlo. Deze allergie veroorzaakt een heftige jeuk, vooral op het achterlijf. Om deze allergie te ontwikkelen is één vlooienbeet in de twee weken voldoende. U hoeft dus geen vlooien op uw hond te vinden. Soms zijn ze alleen langs geweest om bloed te zuigen en inmiddels weer van uw dier afgesprongen. Een echte vlooienallergie is goed te behandelen door een consequente, sluitende vlooien bestrijding. 

Behandeling van vlooienallergie

Bij de behandeling van een vlooienallergie zijn er drie onderdelen van belang. Ten eerste de bestrijding van de allergie. Ten tweede een eventuele bestrijding van de huidontsteking en ten derde zorgen voor een goede vlooienbestrijding. De allergie kan worden bestreden met middelen die de afweerreactie normaliseren. Daarnaast is het belangrijk alle secundaire gevolgen aan te pakken met bijvoorbeeld speciale shampoos.

Voedingsallergie en eliminatiedieet

Voedingsallergie en eliminatiedieet

Uw hond is verdacht van een voedselallergie. Dat betekent dat uw huisdier vermoedelijk reageert op een of meer bestanddelen in het huidige voer. Het is niet zonder meer aan te geven welke stoffen dit zijn. Deze stoffen kunnen zitten in de brokjes of blikvoer, maar ook in tussendoortjes als hondenkoekjes, kattensnoepjes, kauw botjes e.d. Ook al komt voedsel via het maag-darmkanaal het lichaam binnen, toch komt deze allergie vaak tot uiting in de vorm van jeuk en oor- of huidproblemen.

Hoe stellen we de diagnose?

Omdat een voedingsallergie niet via een bloed- of huidonderzoek onderzoek kan worden vastgesteld, is de eerste stap in het allergieonderzoek altijd het doorlopen van de voeding test. Anders zou deze oorzaak gemist of over het hoofd gezien kunnen worden.

Omdat de oorzaak van de meeste voedselallergieën vooral komt van de eiwit- (lees: vlees-) bron is onze zoektocht vooral daarop gericht. Er zijn verschillende wegen die naar een diagnose kunnen leiden.

De beste aanpak is nog steeds om te werken met een zelf bereid voer dat bestaat uit een eiwitbron én een koolhydraatbron. Welk vlees gekozen wordt hangt sterk af van waar uw hond in zijn of haar leven al contact mee heeft gehad. Dit zal met u overlegd worden. Meestal wordt gekozen voor paardenvlees. Vooral voor honden die getraind zijn met b.v. stukjes frikadel is dit geen goede keuze omdat in veel frikadellen paardenvlees verwerkt is en ze dus ook daar een allergie voor hebben kunnen opbouwen.

Let ook op: vlees van evenhoevigen (herkauwers) vertoont vaak kruisreactie, dus als uw hond niet goed op rundvlees reageert heb je kans dat ook geit of hert niet goed gaat en zo geeft kalkoen weer een kruisreactie met kip.

Meestal moet u dit vlees zelf kopen en klaarmaken.

Er zijn inmiddels een aantal commerciële worsten beschikbaar die gelijkwaardig zijn en ook als testdieet gebruikt kunnen worden. Vaak moet er nog wel een koolhydraat als aardappel of rijst aan toevoegen.

Om verschillende redenen kan het noodzakelijk zijn toch te werken met gehydrolyseerde brok voedingen. De regel is echter dat u (als de patiënt niet reageert) twee tot drie merken gebruikt moet hebben voor we de voedingsallergie min of meer kunnen uitsluiten. De weg naar de diagnose is dus langer.

Het eliminatiedieet

Op grond van de klinische verschijnselen wordt gestart met een zogenaamd eliminatiedieet:

  • Bij voorkeur zelf bereid (zie boven);
  • 6-8 weken;
  • Gebruik (i.o.m. ons) het volgende vlees: struisvogelvlees, paardenvlees of geitenvlees met gekookte rijst of aardappels (geen macaroni): 75 gram per 5 kg lichaamsgewicht van zowel het gekookte vlees als de gekookte rijst/aardappels per dag. Deze hoeveelheid is een richtlijn; als uw huisdier een grote eter is, geef dan zeker meer;
  • Meng het dieet de eerste drie dagen met het oorspronkelijk voeder (de verhouding per dag wisselen) om te laten wennen;
  • Indien diarree optreedt, b.v. gekookte rijst in blender fijnmaken, vervangen door witbrood of aardappel of laten vervallen;
  • Het is belangrijk om naast dit dieet niets anders te geven; dus ook geen snoepjes, koekjes of kauwbotjes;
  • Goed om te weten: er ontstaan geen tekorten als dit dieet gedurende maximaal tien weken wordt gegeven.

Graag hebben we elke twee weken even telefonisch contact en zien we uw hond terug op zes en acht weken na start van de test.

Aanvullende therapieën

  • Wanneer uw hond erg veel last heeft van jeuk en het resultaat van de test dus even op zich laat wachten of zelfs niet komt dan kunt u de voeding test combineren met jeuk-remmende middelen. Dit zijn de enige middelen dat u in deze test situatie mag inzetten zonder de test te beïnvloeden.
  • Daarnaast kunt u gerust een shampoo gebruiken of de vachtconditie verbeteren.

Al deze stapjes kunnen helpen de jeuk te verminderen of dragelijk te maken.

Diagnose

De diagnose is pas definitief wanneer de klachten op het testdieet verdwijnen, weer terugkomen op de oude voeding en opnieuw verdwijnen op het testdieet. Deze laatste stappen vergen dus wat doorzettingsvermogen! Daarentegen betekent een diagnose wel een levenslang dieet. De diagnose moet dus wel echt juist zijn!

Wormen

Over wormen

Honden besmetten via hun ontlasting de omgeving met spoelworm eieren. Deze besmetting is een gevaar voor de volksgezondheid. Om die reden adviseren wij u al jaren uw hond vier keer per jaar te ontwormen. Maar is dit echt de beste aanpak? Recent onderzoek toont aan dat het (nog) beter is regelmatig ontlasting onderzoek te laten doen en gericht te ontwormen!

Volwassen honden hebben weinig last van spoelwormen. Puppy’s en mensen kunnen er echter ziek van worden. Het is dus een zoönose, een van dier op mens overdraagbare ziekte. Daarom is een goede en frequente ontworming belangrijk. Verreweg de meeste honden ontwikkelen een immuniteit tegen spoelwormen. Na een leeftijd van zes maanden kan een worm-ei een volwassen hond normaal gesproken niet zomaar infecteren. In slechts 5-10% van alle honden gebeurt dit toch en ontstaat er uit een eitje een volwassen worm die zeer veel eitjes per dag legt. Deze worden door de hond en hun ontlasting verspreid. Omdat we niet weten welke honden tot dat kleine percentage horen was het advies om alle honden vier keer per jaar te ontwormen en hondenpoep zoveel mogelijk op te ruimen.

Echter: onderzoek heeft aangetoond dat slechts 16% van de mensen hun hond voldoende vaak ontwormt en dat maar een heel beperkt aantal mensen de poep van hun hond op ruimt. Het (goede) ontwormingsadvies is dus geen effectief middel gebleken om de spoelworminfecties te verminderen. Het is veel beter om die groep van de honden te behandelen die daadwerkelijk een infectie door maakt. Daarom is het beter om ontlasting onderzoek te laten doen en alleen die honden te ontwormen die daadwerkelijk een infectie doormaken.

Daarnaast kunnen wormen ook resistent worden tegen ontwormingsmiddelen (dit speelt al bij paarden en in het buitenland ook bij de hond en de kat). Ook om deze reden is gericht behandelen dus (veel) beter dan blind ontwormen.

Wij adviseren dan ook om elk kwartaal een ontlasting onderzoek te laten doen en uw hond gericht te ontwormen. U kunt hiervoor een poepzakje met ongeveer een eetlepel poep bij ons afgeven. Let op: uw hond mag drie dagen voorafgaand aan het onderzoek geen hondenpoep hebben gegeten!

De kosten voor dit ontlasting onderzoek zijn: €17,-. Wij voeren de meest gevoelige sedimentatie-flotatie-methode uit. U krijgt dezelfde dag de uitslag via de mail. Heeft u een Dier en Zorg Plan? Dan zitten ontlasting onderzoeken in het pakket. 

Voor alle informatie over ontwormen kijk op: www.ontwormen.nu. Lees hier meer over het promotieonderzoek naar spoelwormbesmetting.

Wormen: onderzoek ontworming

Het onderzoek

Onderzoek

In november 2016 promoveerde Rolf Nijsse op de spoelwormbesmetting door honden. Hij vond dat 4,6% van de honden eieren van de spoelworm uitscheiden. Daarbij speelde de volgende factoren een rol: leeftijd, hoeveel de hond losliep, het al of niet eten van ontlasting van andere honden en het verblijf in een pension. Hij vond ook dat er geen relatie was met de frequentie van ontwormen, dus het maakte niet uit of een hond vier keer of maar een keer werd ontwormd. De kans op het uitscheiden van eitjes leek daar los van te staan terwijl je zou verwachten dat vaker ontwormen zou leiden tot minder eiproductie. In slechts 16% van de hondeneigenaren werd de frequentie van vier keer per jaar ontwormen, gehaald. Het lijkt er dus op dat het advies om de hond goed te ontwormen niet echt helpt bij het voorkomen van besmetting omdat de adviezen maar heel matig worden opgevolgd. Kan het dus niet beter?

Andere dieren scheiden ook (andersoortige) spoelworm eieren uit. Denk aan de vos en de kat. Los van de zwerfkatten werd al een percentage van 7% gevonden van huiskatten die spoelworm eitjes uitscheidden.

Een andere factor verstoorde het onderzoek: het blijkt dat 50% van de hondenpoep van andere honden eet. Wanneer in deze ontlasting een spoelworminfectie zit dan komen deze eitjes via het poep eten binnen, passeren onverrichterzake het darmkanaal en worden als eitje in de ontlasting van de etende hond teruggevonden. Dit betreft echter geen infectie maar een passerend eitje. Wanneer deze honden opnieuw ontlasting indienden (maar dan nadat ze drie dagen geen hondenpoep hadden gegeten) werd 49% van het onderzoek negatief.

Het onderzoek berekende dat de hond voor 36% verantwoordelijk is voor de besmetting en de kat (zwerfdieren meegerekend) voor 46%. Wanneer 90% van de eigenaren vier keer per jaar zou ontwormen zou het percentage van de hond kunnen dalen tot 28%, niet voldoende dus. Daarvoor zou veel vaker ontwormd moeten worden. Dit lijkt echter een niet realistische doelstelling omdat nu slechts 16% de vier keer per jaar frequentie haalt (i.p.v. 90%). Het moet dus anders.

Het opsporen en gericht behandelen van de groep honden die echt verantwoordelijk is voor het uitscheiden van spoelworm eitjes zou een veel effectievere methode zijn dan alle dieren blind vier keer per jaar behandelen. Er is dus een kleine groep honden die steeds maar weer een infectie doormaakt en dat heeft te maken met allerlei factoren die de weerstand blijkbaar verzwakken. Ook in de winter neemt het aantal infecties toe!

Conclusie

Honden zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de besmetting van de omgeving en onvoldoende eigenaren lijken bewust te zijn van het risico voor de volksgezondheid. Slechts een beperkt deel van de eigenaren ontwormd voldoende vaak en een beperkt deel ruimt de ontlasting van de hond op. Ook katten (en vossen) moeten betrokken worden in de bestrijding van spoelwormen. Het is niet nodig dat alle honden vier keer per jaar ontwormd worden, alleen die groep die vaak een infectie door maakt. Deze zijn op te sporen door regelmatig ontlasting onderzoek te laten doen in plaats van blind ontwormen.

Terug naar Honden